Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeen, dat de beide aanstichters van den oorlog hun zaak in een tweegevecht zouden beslissen. Beiden kwamen om het leven, waarna zich om hun lijken een nieuwe strijd ontspon, waarin alle belegeraars op Adrastos na omkwamen.

Zeventig1. Zie Septuaginta.

Zeven wonderen der wereld. Zie Wereldwonderen.

Zeven Wijzen is in de Grieksche legende van de 6de— de 4de eeuw de aanduiding van een aantal mannen, welke zich door levenswijsheid en meestal ook door staatsmanskunst hadden onderscheiden en wien men zekere gevleugelde woorden („ken u zelf," „niets te veel" enz.) toeschreef, welke in geheel Hellas in omloop waren. Dat men de praktische levenswijsheid van dien tijd in verband bracht met een zevengesternte, is willekeur van de overlevering. Ook worden zij zeer verschillend opgesomd. Volgens Plato's „Protagoras" behoorden er toe: Kleobulos van Lindos, Periandros van Korinthe, Pittakos van Mytilene, Bias van Priëne, Thales van Milete, Cheilon van Lacedaemonië en Solon van Athene. Hun uitspraken waren een soort spiegel der wijsheid. Of deze echter inderdaad van hen afkomstig zijn, staat niet vast. Omstreeks 300 v. Chr. werden zij opnieuw verzameld door Demelrios Phalereus. In latere Grieksche en Latijnsche spreukenbundels werden zij druk gebruikt.

Zezschwitz, Gerhard von, een Duitsch, Luthersch godgeleerde, geboren te Bautzen den 2den Juli 1825, studeerde te Leipzig, werd in 1852 predikant te Grosz-zschochter bij Leipzig, vestigde zich in 1857 te Leipzig als privaatdocent en in 1865 te Gieszen, waar hij in hetzelfde jaar tot gewoon hoogleeraar benoemd werd. In 1866 vertrok hij als zoodanig naar Erlangen. Van zijn talrijke geschriften noemen wij: „Zur Apologie des Christenthums" (2de druk, 1866), „System der ehristlichkirchlichen Katechetik" (3 dln.,"1863—1869), 2"= dl., 2»c druk, 1872—1874), „System der praktischen theologie" (3 dln., 1876—1878), „Das mittelalterliche Drama vom Ende des römischen Kaisertums" (1878), „Die Christenlehre in Zuzammenhange" (2de druk, 4 dln., 1883—1886), „Luthers Kleiner Katechismus" (1881) en „Lehrbuch der Padagogik" (1882). In Zöckler's „Handbuch der theologischen Wissenschaften" (1883) schreef hij de „Einleitung in die praktische Theologie" en de „Katechetik". Hij overleed den 20sten Juli 1886 te Erlangen.

Zia of Tsia. Zie Kea.

Zia Pasja, Abd oei Hamid, een Turksch staatsman, geboren in 1825 te Konstantinopel, werd in' 1843 geplaatst op het bureau van depêches van den grootvizier, werd in 1855 als Zia bey secretaris in het keizerlijk paleis en in 1861 vizier bij het ministerie van Politie. Spoedig daarna bevorderd tot pasja van Cyprus, zond Abd oei Hamid hem als stadhouder naar Syrië, vervolgens naar Konia en eindelijk naar Adana. Hij vertaalde Viardofs „Histoire des Arabes et des Mores d'Espagne", Molière's „Tartuffe", Fénélon's „Télémaquë\ de fabelen van Lafontaine en Rousseau's „Emile" in het Turksch. Voorstander van de Jong-Turksche be- i weging, stond hij ook op de bres voor de hervorming ; van het staatswezen en voor de rechten van den 1 mensch. Hij overleed in 1881 te Adana. j

Zichy, Anton, een Hongaarsch schrijver, ge- i boren in 1823 te Zala in het comitaat Somogy, werd ]

; j in 1848 benoemd tot afgevaardigde, bekleedde ge-

■ | durende eenigen tijd een administratieve betrek• king, doch wijdde zich daarna geheel aan de studie

■ van geschiedenis en letterkunde. Hij schreef o. a. een „Geschiedenis van de Engelsche revolutie", een vertaling van verschillende werken van Macaulay, van Lessings „Nathan der Weise", een biografie van Etienne Széchenyi (2 dln., 1896), wiens gedenkschriften en brieven hij uitgaf, was redacteur van eenige tijdschriften enz. Hij overleed in 1898 te Boeda Pest.

Zichy, Michael, een broeder van den voorgaande, een Hongaarsch schilder, geboren in 1827 te Zala, in het comitaat Somogy, ontving zijn eerste opleiding bij Jacob Marastoni te Boeda Pest en studeerde i vervolgens onder leiding van Waldmüller te Weenen. In 1847 vestigde hij zich in Rusland, waar hij in 1859 tot hofschilder en vervolgens tot schilder van den keizer werd benoemd. Daarna deed hij een aantal reizen naar den Kaukasus, vertoefde eenigen tijd te Parijs en te Boeda Pest en keerde in 1873 naar Rusland terug. Van zijn werken noemen wij: „Keizerin en koningin Elizabeth bij de doodkist van Franz Deak" (1878), „De kruisafneming", „Het spookuur op het kerkhof", „De triomf van de verwoesting" (1878), „Het lied van de sirene" en „Uitwerking van den wijn." Ook vervaardigde hij een aantal illustraties bij werken van Byron, Lermontov, Madach, Petoefi en Arany. Zijn album van de martelaars van Arad werd zeer bekend. Hij overleed in 1906 te Sint Petersburg.

Zichy tot Zich van Vasonykeö is de naam van een van de meest bekende Hongaarsche geslachten, dat reeds sedert 1210 gedurig in de geschiedenis van Hongarije vermeld en in 1679 in den gravenstad opgenomen werd. In de 18de eeuw verdeelde het zich in twee lijnen, namelijk tot Palota en tot Karlsburg.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Eugen, geboren den 25stel September 1809, was bestuurder van het comitaat Weiszenburg en begaf zich gedurende den Ilongaarschen opstand met den aartshertog-palatijn naar Stuhlweiszenburg en werd, als beschuldigd van verstandhouding met de naderende Oostenrijksche troepen, gevangen genomen en den 30sten September 1848 op het eiland Csepel door een militaire rechtbank, waarbij Görgei het voorzitterschap bekleedde, veroordeeld en den 2den October ter dood gebracht.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Karl von, geboren te Preszburg den 4den Maart 1753, werd in 1786 oppergespan in het comitaat Raab en in 1788 judex curiae, in welke betrekking hij zich zeer verdienstelijk maakte door de oproerige bewegingen in Hongarije tot bedaren te brengen. In 1802 werd hij president van de algemeene Hofkamer, in 1808 staats- en conferentieminister, in 1809 minister van Oorlog en in 1813—1814 minister van Binnenlandsche Zaken. Op den Hongaarschen Landdag behoorde hij tot de voortreffelijkste leden. Hij overleed teWeenen den288t<mSeptember 1826.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Ferdinand, een zoon van den voorgaande, geboren den 13den Mei 1783, was luitenant-veldmaarschalk en vestingkommandant te Venetië, maar besloot in overleg met graaf Palffy tot onderhandelingen met de opstandelingen (22 Maart 1848) en gaf de civiele en militaire regeering aan hen over. Hij werd deswege

Sluiten