Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter verantwoording geroepen en in Juni 1849 tot I verlies van zijn rang en tot tienjarige vestingstraf | veroordeeld. In 1852 ontving hij gratie. Hij overleed den 7den October 1862 te Preszburg.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Franz, geboren den 248ten Januari 1811, trad als secretaris der Hongaarsche Hofkanselarij in staatsdienst, werd vice-gouverneur van Fiume en was in 1841 president van de rechtbank voor wisselzaken te Presburg. Hij heeft vooral den aanleg van spoorwegen in Hongarije bevorderd en was in 1848 staatssecretaris in het ministerie van Koophandel onder Széchényi, maar legde bij het uitbreken der revolutionaire bewegingen zijn betrekking neder. Van 1874—1880 was hij Oostenrijksch-Hongaarsch internuntius te Konstantinopel. Hij overleed den 17den Juni 1900 te Kaloz.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Jozeph, een zoon van den voorgaande, geboren den 13den November 1841 te Preszburg, was van 1867 tot 1869 minister van Koophandel in Hongarije en later eenigen tijd gouverneur van Fiume. Hij heeft onderscheiden groote reizen volbracht in Europa, Azië en Amerika, o. a. met zijn broeder August door de woestijn Gobi.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Geza, geboren den 22stel1 Juli 1849 te Szatara, verloor op 15-jarigen leeftijd door een ongeluk op de jacht den rechterarm. Hij legde zich op de muziek toe en werd vooral als pianovirtuoos zeer bekend. Zijn opleiding ontving hij voornamelijk van Liszt. Hij werd o. a. benoemd tot lid van het Hongaarsche Hoogerhuis en tot president van het conservatorium te Boeda Pest. In 1891 werd hij intendant van de Hongaarsche opera en van den nationalen schouwburg. Hij componeerde o. a. de opera's „Abak" (1896) en „Meister Roland" (1899), het danslied „Geneva" (1903), het koorwerk „Dolores" een een aantal liederen, études en solostukken voor de linkerhand. Ook vervaardigde hij eenige gedichten.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Eugen, geboren te Michaly den 5aen Juli 1837, werd in 1862 lid van den Hongaarschen Rijksdag. Vervolgens reisde hij voor wetenschappelijke onderzoekingen in Duitschland en Engeland en bevorderde inzonderheid den aanleg van kanalen in het Hongaarsche laagland. Door zijn bemoeiingen kwam in 1879 de tentoonstelling te Stuhlweiszenburg en in 1855 die te Boeda Pest tot stand. Als voorzitter van de Maatschappij van Nijverheid heeft hij veel gedaan om de Hongaarsche nijverheid tot hoogeren bloei te brengen, waarvoor hij zich aanzienlijke geldelijke offers getroostte. In 1884 werd hij benoemd tot werkelijk geheimraad, ook had hij het recht zitting te nemen in het Huis der Magnaten. In 1892, van 1895—1896 en van 1897—1898 deed hij met een aantal geleerden een wetenschappelijke reis naar den Kaukasus, waarover hij: „Voyages au Caucase et en Asie Centrale" (2 dln., 1897) en met anderen „Derde Aziatische onderzoekingsreis van graaf Zichy" (6 dln., 1900—1905), in het Hongaarsch en in het Duitsch schreef. Hij overleed te Meran den 26sten December 1906.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Adalar, geboren te Nagy-Lang den 4dcn September 1864, studeerde in de rechten en werd in 1896 met het programma van de Katholieke volkspartij tot afgevaardigde gekozen. Hij was lid van het comité van

ie'vereenigde oppositie tegen het Kabinet Féjerrnry en werd in 1906 tot minister en later in het Kabinet Wekerlé met standplaats Weenen beïoemd.

Zichy tot Zich van Vasonykeö, graaf Johan, geboren den 308ten Mei 1868 te Nagy-Lang, studeerde te Kalksburg, Stuhlweiszenburg en Berlijn en werd in 1896 lid van het Huis van Afgevaardigden. Tot L906 behoorde hij tot de Katholieke volkspartij, iie hem tot haar voorzitter koos, daarna werd hij lid van de grondwetspartij. Naar men wil, heeft hij veel invloed op den tegenwoordigen troonopvolger.

Zickler, Friedrich Samuel, een Duitsch godgeleerde, geboren in 1721 te Schwabendorf in het land van Weimar, studeerde te Jena en werd aldaar in 1744 magister en in 1747 adjunct der philosophische faculteit. In 1758 werd hij er buitengewoon hoogleeraar in de wijsbegeerte en bij het jubileum der hoogeschool doctor in de theologie. In 1760 zag hij zich benoemd te Erlangen als professor en universiteitsprediker, maar keerde weldra naar Jena terug, waar hij geplaatst werd als hoogleeraar in de godgeleerdheid met den titel van „Kirchenrat". Hij overleed aldaar in 1779. Van zijn geschriften noemen wij: „Erklarung der Beweisstellen heiliger Schrift in der dogmatischen Gottesgelehrtheit" (4 dln., 1753—1765) en „Entwurf der Kirchengeschichte des Alten Testaments" (1773—1776).

Ziebland, Georg Friedrich, een Duitsch bouwkundige, geboren te Regensburg den 7ael Februari 1800, ontving zijn opleiding eerst te München van Johann Maria Quaglio en vervolgens aan de academie onder die van Fischer en daarna van Gartner. Door het groot aantal gebouwen, die onder leiding van Fischer ontstonden, was hij veel praktisch werkzaam en kreeg veel ervaring. Het gebouw van den koninklijken en naticnalen schouwburg te München werd na den dood van Fischer door hem voltooid. Koning Lodewijk 1 schonk hem de middelen voor een studiereis naar Italië (1827—1829), waarbij hij den bepaalden last ontving, den bouwtrant der basilica's te bestudeeren. Na zijn terugkeer in Beieren werd hij lid der bouwkundige commissie in het ministerie. Hij bouwde in 1831 het gebouw voor de grondbelasting in rondbogenstijl, vervolgens het gedenkteeken in spitsboogstijl bij Aibling. Zijn fraaiste kunstwerk is de basilica te München (1835—1850). Na den dood van Quaglio voltooide hij den burcht Hohenschwangau en na den dood van Ohlmüller werd hij met den verbouw van de Aukirche belast. Hij werd professor in de bouwkunst aan de academie en opperbouwraad. Hij overleed te München den 24sten Juli 1873.

Ziegelbauer. Magnoald, een Duitsch geschiedkundige, geboren te EÜwangen, trad in de Orde der Benedictijnen en studeerde in de wijsbegeerte en godgeleerdheid in het kllooster Zwiefalt, daarna te Reichenau en later in de zedekunde te Göttwich. Hij werd vervolgens secretaris der academie te 01mütz en overleed in 1750. Hij schreef: „Historia rei literariae ordinis Benedictini" (4 dln., 1734), „Historische Nachricht von der St. Georgsfahne" (1735), „Acta Sancti Stephani" (1736), „Novus rei literariae ordinis sancti Benedicti conspectus"(1739) en „Epitome historica monasterii Breuno-viensis" (1740).

Ziegenbalg, Bartholomaus, een Duitsch zendeling, geboren den l4den Juni 1663 te Pulsnitz in

Sluiten