Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Höhenverzeichnissen" (1856), „Physical map of Madeira" (1856) en „Hypsometrische Karte der Schweiz" (1866). Verder verschenen van hem een tweetal geschriften „Über das Verhaltnis der Topographie zur Geologie" (1869 en 1876). Hij overleed den lsten April 1883 te Bazel.

Ziegler, Frans Wilhelm, een Duitsch staatsman, geboren te Warschau bij Brandenburg aan de Havenden 3den Februari 1803, studeerde te Halle in de rechten en was eenigen tijd werkzaam als advocaat. In 1840 werd hij benoemd tot burgemeester van Brandenburg, in 1848 tot lid van de Pruisische Nationale Vergadering; hij werd echter in 1849, wegens toetreding tot het besluit om de belasting te weigeren, van zijn ambt ontzet en tot een jaar vestingstraf veroordeeld. Na afloop van zijn straftijd vestigde hij zich te Berlijn. Hij werd in 1864 lid van het Huis van Afgevaardigden en in 1867 van den Rijksdag. Aanvankelijk behoorde hij tot de Fortschrittspartei; in 1866 echter scheidde hij zich daarvan af. Hij overleed den ls'en October 1876. Van zijn geschriften noemen wij: „Wie ist dem Handwerkerstand zu helfen" (1840), „Zur sozialen Reform des preuszischen Abgabewesens" (1850) en de verhalen: „Nondum" (2 dln., 1860), „Landwehrmann Krille" (1865), „Bettler vom Kapitol" (1869) en „Gesamte Novellen und Briefe aus Italien" (3 dln., 1871).

Ziegler, Karl, een Duitsch dichter, bekend onder den naam van Carlopago, geboren den 12den April 1812 te St. Martin in Opper Oostenrijk, ontving zijn opvoeding te Mödling en te Weenen, studeerde aan de hoogeschool in laatstgenoemde stad in de wijsbegeerte en werd in 1838 geplaatst bij de kanselarij en wel bij de commissie voor de schoolboeken. In 1856 ontving hij pensioen. Hij overleed te Weenen den 20sten Mei 1877. Van zijn werken, die zich door waar gevoel, oorspronkelijkheid van vorm en zuiverheid van taal onderscheiden, vermelden wij: „Gedichte" (1843), „Himmel und Erde" (1856), „Oden" (1866) en „Vom Kothurn der Lyrik" (1869).

Ziegler, Alexander, een Duitsch reiziger, geboren den 20sten Januari 1822 te Ruhla bij Eisenach, opende de reeks van zijne ontdekkingstochten met een reis door Noord-Amerika en West-Indië (1846—1847), en leverde daar „Skizzen einer Reise durch Nordamerika" (2 dln., 1848), „Republikanische Licht- und Schattenseiten" (1848) en „Der Geleitsmann, Katechismus für Auswanderer"(1855). In 1850—1851 bezocht hij Spanje, en in 1854—1855 Marokko, Algerië, Egypte en Nubië, vanwaar hij over Jeruzalem, Smyrna en Griekenland terugkeerde. In 1857—1858 volbracht hij een groote reis naar het noorden (de Orkney- en Shetlandeilanden, Noorwegen, Lapland en Finland), bezocht in 1867 nogmaals Spanje en bevond zich in 1869 bij de opening van het Suez-Kanaal. De vruchten dier reizen waren: „Reise in Spanien" (2 dln., 1852), „Meine Reise im Oriënt" (2 dln., 1855), „Meine Reise im Norden"(2 dln., 1860). Voorts leverde hij: „Der Rennsteig des Thüringer Waldes" (1862), „Reisehandbuch für Thüringen" (met H. Schwerdt, 1864; 2de druk, 1871), „Das Thüringer Walddorf Ruhla" (2de druk, 1867), „Geschichte deutscher Nationalunternehmungen" (7de druk, 1863), „Die Deutschen Erforschungsexpeditionen nach Innerafrika" (7tie druk, 1865), „Die Reise des Pytheas nach Thule"

(1861), „Zur Geschichte der Schiller-Lotterie" (8s,e druk, 1864), „Regiomontanus, der geistige Vorlaufer des Columbus" (1874), „Zur Geschichte des Meerschaums" (1878), „Zur Chronik des Schnepfenthal" (1884) enz.

Ziegler, Klara, een Duitsch tooneelspeelster, geboren den 278<e» April 1844 te München, trad in 1862 op onder den naam van Herzberg te Bamberg, werd vervolgens aan een gezelschap te Ulm verbonben en kreeg in 1865 een engagement aan het Aktientheater te München, waarvan haar leermeester Christen directeur was. Vervolgens was zij gedurende een jaar werkzaam aan den stadsschouwburg te Leipzig en van 1868—1874 verbonden aan den hofschouwburg te München. In de voornaamste schouwburgen van Duitschland, Rusland en Nederland heeft zij gastvoorstellingen gegeven. In 1876 trad zij met haar vroegeren leermeester Christen in het huwelijk, die in 1883 overleed. Tot haar voornaamste rollen behooren: Medea, Iphigenie, Maria Stuart, Isabella in „Die Braut von Messina", Brunhild in Hebbels „Nibelungen", gravin Orsina, Sappho, Judith, Penthesilea en Thusnelda in Halms „Fechter von Ravenna." Ook in verschillende blijspelen trad zij op, o. a. in „Flirten" (1895), „Falscher Verdacht" (1897), „Der Türmer von St. Peter" (1897) en „Mucki" (1904). Zij overleed te München den 19den December 1909.

Ziegler, Heinrich Ernst, een Duitsch dierkundige, geboren den 15dcn Juli 1858 te Freiburg i. Br., studeerde aldaar, vestigde zich in 1867 als privaatdocent en werd in 1890 benoemd tot hoogleeraar, terwijl hij tevens gedurende eenigen tijd het hoogleraarsambt in de dierkunde aan de technische hoogeschool te Karlsruhe waarnam. Daarna ging hij als buitengewoon hoogleeraar naar Jena en vandaar in 1909 als gewoon hoogleeraar in de dierkunde en de vergelijkende ontleedkunde naar Hohenheim. Hij hield zich bezig met onderzoekingen over de embryologie der visschen, over de ontwikkelingsgeschiedenis van echinodermen, nematoden enz., over de embryonale ontwikkeling van het bloed bij de werveldieren enz. Van zijn hand verschenen: „Die Naturwissenschaft und die sozialdemokratische Theorie" (1893), „Lehrbuch der vergleichenden Entwikkelungsgeschicht der niederen Wirbeltiere" (1902), „Über den derzeitigen Stand der Deszendenzlehre in der Zoologie" (1902), „Der Begriff des Instinkts einst und jetzt" (2de druk, 1910), „Die ersten Entwickelungsvorgange des Echinodermeneies, insbesondere die Vorgange am Zellkörper"

(1904), „Die Vererbungslehre in der Biologie"

(1905), „Zoologisches Wörterbuch" (met anderen, 2de druk, 1911) en „Die phylogenetische Entstehung des Kopfes der Wirbeltiere" (1908). Bovendien publiceert hij: „Natur und Staat. Beitrage zur naturwissenschaftlichen Gesellschaftslehre" (9 dln., 1903—1907) en sedert 1908 de „Monographien einheimischer Tiere" (met WoUereck).

Ziegler und Klipphausen, Heinrich Anselrn von, een Duitsch romanschrijver, geboren den 6den Januari 1653 te Radmeritz in de Oberlausitz, studeerde te Frankfort aan de Oder in de rechten, bestuurde daarop zijn goederen, werd stiftsraad te Wurzen en overleed den 89ten September 1697 te Liebert-wolkwitz bij Leipzig. Zijn voornaamste geschrift is: „Die asiatische Banise oder blutiges, doch mutiges Pegu" (1688, nieuwe druk,

Sluiten