Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij bijv. gebouwd worden op een kiemvrijen, sterielen bodem met een lagen grondwaterstand, tegen noorden- en westenwinden beschut zijn, zóó gelegen zijn, dat de heerschende winden geen fabrieksrook aanvoeren, het liefst aan den omtrek van de stad, doch zóó, dat zij gemakkelijk te bereiken zijn. Tegenwoordig bouwt men in groote steden naast groote ziekenhuizen aan den omtrek van de stad ook wel kleinere in de stad zelf, waar zieken opgenomen worden, die niet over een verren afstand kunnen worden vervoerd. De ventilatie heeft door bijzondere inrichtingen plaats. Zoo heeft men bijv. in sommige ziekenhuizen verwarmde luchtkamers, uït welke de frissche lucht door haar hooge temperatuur in de ziekenzalen wordt geleid, hier een verhoogde drukking veroorzaakt, ten gevolge waarvan de verbruikte lucht door bijzondere afvoerbuizen wordt verwijderd. Als toevoer- en afvoerkanalen worden tegenwoordig meestal cementbuizen met gladde wanden gebruikt, die door doorspoeling met water gereinigd kunnen worden (zie ook Ventilatie). De meeste ziekenhuizen worden centraal verwarmd; gewoonlijk wordt de warmte in een afzonderlijk ketelhuis van de inrichting voortgebracht. De ziekenzalen worden door warm water verwarmd, de overige vertrekken wel door laagdrukstoomverwarming (zie Verwarming). De beste wijze van verlichting is electrisch licht.

Wat de bouwwijze van een ziekenhuis betreft, onderscheidt men in hoofdzaak twee stelsels, n.1. het centralisatie- of corridorsysteem en het decentralisatie-, paviljoen- of baraksysteem. De oudere ziekenhuizen zijn meestal naar het eerste stelsel gebouwd; gewoonlijk bestaan zij uit één gebouw van meer verdiepingen, dat soms van vleugels is voorzien, met een lange gang, langs welke de verschillende vertrekken liggen. De grootste nadeelen van dit stelsel zijn: de opeenhooping van een groot aantal zieken onder één dak, waaronder ook de huishoudelijke werkzaamheden verricht worden, door welke omstandigheden de lucht slechter wordt, een minder goede ventilatie en verlichting doordat de zalen zoo dicht bij elkander liggen en veel verkeer van de zieken onderling. Bij het paviljoen stelsel worden verschillende kleinere gebouwen voor de zieken gegroepeerd om een gemeenschappelijk hoofdgebouw, dat de verschillende vertrekken voor de huishoudelijke werkzaamheden, de woningen voor het personeel de vertrekken voor de administratie enz. bevat. Wanneer men tegenwoordig nog het corridorstelsel toepast, geschiedt dit meestal in verband met het paviljoenstelsel, waardoor men de voordeelen van beide tracht te vereenigen. De afzonderlijke gebouwen noemt men paviljoens of barakken (zie Barah)\ meestal geeft men aan de gebouwen, die van een licht materiaal zijn opgetrokken, den naam van barak, ook noemt men de paviljoens voor besmettelijke zieken wel meer in het bijzonder barak. Deze zijn verwijderd van de overige gebouwen en op een bijzondere wijze ingericht, zoodat zij gemakkelijk ontsmet kunnen worden. Verder heeft men meestal een afzonderlijke afdeeling voor chirurgie, vrouwenziekten, zenuwziekten enz. Afgescheiden van de overige gebouwen liggen het lijkenhuis en de gebouwen voor de huishoudelijke werkzaamheden, waartoe liet machinegebouw, de waschinrichting en de kookinrichting behooren. Het lijkenhuis bevat, behalve de anatomische vertrekken met de lijken¬

kelders en vrieskamers, ook laboratoria voor physische en chemisch-bacteriologische onderzoekingen. Meestal vindt men in de nieuwe ziekenhuizen in het lijkenhuis een vertrek, waar godsdienstige plechtigheden gehouden kunnen worden. Aan de meeste ziekenhuizen is verder een apotheek verbonden.

Van veel belang is de inrichting van de baden. Behalve de badkuipen, die voor de reiniging van de patiënten dienen, heeft men in de moderne ziekenhuizen bijzondere inrichtingen voor geneeskrachtige baden (zie Bad). Verder vindt men er inrichtingen voor inhalatiekuren, Röntgentherapie, luchtkuren enz. Voor de herstellende zieken zijn afzonderlijke dagverblijven ingericht.

In de meeste ziekenhuizen onderscheidt men vertrekken voor klassepatiënten, waar een of twee personen gehuisvest worden, en vertrekken voor zaalpatiënten. Het aantal zieken, dat een ziekenzaal kan bevatten, is zeer verschillend. Voor eiken zieke acht men een ruimte van 8—9 v. m. en een luchtruimte van 35—40 k. m. noodig. Een ziekenkamer moet verder toegankelijk zijn voor zonlicht, gemakkelijk verwarmd en gelucht kunnen worden en rustig gelegen zijn. Gordijnen, vloerkleeden en bekleede meubels zijn af te keuren. In een ziekenvertrek mag niet geveegd worden, het stof verwijdert men door afwassching. Zindelijkheid is een eerste eisch bij de ziekenverpleging en de uitwerpselen van den zieke moeten zoo snel mogelijk verwijderd worden. De bedden worden meest uit ijzer vervaardigd en bezitten gewoonlijk een bodem van spiraalveeren, een matras van paardehaar, linnen lakens en wollen of katoenen dekens met een linnen overtrek. Om aan het lichaam een gemakkelijke ligging te geven, gebruikt men in plaats van een peluw dikwijls een inrichting, zooals in fig. 1 is afgebeeld. Deze verplaatsbare rugleuning kan door

Fig. 1.

Verplaatsbare rugleuning.

den zieke zelf gemakkelijk in een anderen stand gebracht worden. De bedden worden ook wel zóó gemaakt, dat ze in hun geheel een anderen stand kunnen aannemen (zie fig. 2), wat bijv. soms voor kortademige patiënten van veel belang kan zijn.

Behalve algemeene ziekenhuizen, waarin patiënten, die'aan verschillende'ziekten lijden worden opgenomen, heeft men bijzondere ziekenhuizen voor bepaalde ziekten. Deze worden meestal sanatorium (zie aldaar) genoemd. Uit de Oudheid is ons omtrent de ziekenverpleging weinig bekend. Bij de Indiërs werden reeds voor de geboorte van Christus te Kasjmir en te Ceylon inrichtingen voor zieken opgericht, bij de Grieken en Romeinen kwamen zij, zooals wij ze kennen, niet voor; de valetudinariën van de Ro-

Sluiten