Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meinen waren instellingen voor gewonde soldaten en voor slaven. Eerst het Christendom voerde een geregelde ziekenverpleging in en stichtte hospitalen. Tot de oudste Christelijke liefdadige instellingen behoort de stichting van Basilius, bisschop van Caesarea, die omstreeks 370 voor de poorten van de stad Caesarea armenhuizen, toevluchtsoorden (xenodochiën), asylen voor gevallen meisjes en ziekenhuizen (door Hieronymus nosokomeion genoemd) liet bouwen; verder het door Alexios I gebouwde Orphanotropheum te Ivonstantinopel. In de Middeleeuwen, gedeeltelijk reeds vóór en gedeeltelijk tijdens de Kruistochten, bemoeiden zich drie ridderlijke orden met de ziekenverpleging, namelijk de

Fig. 2.

Verplaatsbaar ziekbed.

Lazaristen, de ridders van St. Jan en die der Duitsche Orde. Tot de oudste ziekenhuizen in WestEuropa behooren het Hotel-Dieu te Parijs, dat reeds in een oorkonde van 660 wordt vermeld, het gesticht Santa Maria della Grazie te Rome, het Sint Bartholomeushospitaal te Londen, de hospitalen te Angers, Tonnère en Chartres en het gesticht San Spirito te Rome. In de Middeleeuwen werden een aantal leprozenhuizen opgericht (zie Melaatschheid), die later tot verschillende andere doeleinden werden gebruikt. Tegen het einde van de Middeleeuwen werd de ziekenverpleging, tengevolge van de heerschende godsdiensttwisten, verwaarloosd; de meeste hospitalen verkeerden in een treurigen toestand., waarin eerst in de 18de eeuw verbetering kwam. De tegenwoordige ziekenhuizen worden voor een deel beheerd door godsdienstige vereenigingen; verder heeft men particuliere, stedelijke, provinciale en rijksziekenhuizen. Tot de best ingerichte in ons land behooren de academische ziekenhuizen, die tevens voor wetenschappelijke onderzoekingen en de opleiding van geneeskundigen dienen. Zie ook Ziekenverpleging.

Ziekenverpleging-, de verzorging van zieken, heeft plaats in bepaald daarvoor ingerichte gebouwen (zie Ziekenhuizen) of in particuliere woningen. Vroeger was de laatste wijze van verpleging bijna algemeen in gebruik; alleen bij armoede, slechte verzorging in huis of dergelijke omstandigheden werden de ziekenhuizen opgezocht. In den laatsten tijd is hierin een groote verandering ge¬

komen. De grootste voordeelen van de ziekenhuizen zijn; een hygiënische inrichting, de aanwezigheid van een geschoold personeel, goede hulpmiddelen, waardoor bijv. de toepassing van sommige kuren alleen in ziekenhuizen mogelijk is. Hiertegenover staan groote nadeelen; de zieke wordt van zijn familie en zijn gewone omgeving gescheiden, andere zieken kunnen een deprimeerenden invloed hebben, een groote inrichting is gewoonlijk niet rustig, de verpleging buitenshuis is in het algemeen duur, zoodat naast de ziekenliuisverpleging ook de verpleging in het gezin in de toekomst altijd wel van belang zal blijven. De ziekenverpleging omvat, behalve de behandeling door den geneesheer, al de overige werkzaamheden, die tot genezing en verlichting moeten dienen, zooals bijv. het toedienen van medicijnen en voedingsmiddelen, het aanleggen en wisselen van verbanden en omslagen, liet aangeven van de voorwerpen, die de zieke voor zijn uitwerpselen noodig heeft, het behulpzaam zijn bij alle handelingen, die hij zelf niet kan verrichten enz. Vooral op de ligging, de voeding, de bedekking en den indruk van de geheele omgeving moet gelet worden. De ziekenverpleging wordt voor het grootste deel uitgeoefend door vrouwen (ziekenverpleegsters of zusters geheeten). Vroeger werden dikwijls personen zonder voorbereidende opleiding tot deze betrekking toegelaten, later heeft men ingezien, dat een theoretische en praktische voorbereiding voor deze moeilijke taak noodig is. De eerste eischen echter, die voor een verpleegster of verpleger in aanmerking komen, zijn aanleg en roeping; wanneer deze ontbreken, is zelfs de beste opleiding niet in staat, dit gemis te vergoeden.

Ziekte (Latijn: Morbus, in samengestelde woorden dikwijls Grieksch: Nosos of Pathos) is volgens het gewone spraakgebruik het tegendeel van gezondheid. Het is moeielijk, zoo niet onmogelijk van ziekte een wetenschappelijke bepaling te geven, die haar geheele wezen omvat, in de eerste plaats, omdat men bij de levensverschijnselen niet altijd een nauwkeurige grenslijn kan trekken tusschen den toestand van gezondheid en van ziekte, en in de tweede plaats omdat de ziekteprocessen hun verloop hebben volgens dezelfde wetten, die ook voor de normale levensverschijnselen gelden. Kleine afwijkingen van den toestand van volkomen gezondheid komen ook bij overigens gezonde menschen voor; dezen toestand noemt men onpasselijkheid of ongesteldheid. De leer van de ziekten (Pathologie, Ziekteleer of Ziektekunde, zie aldaar) onderscheidt uitwendige en inwendige ziekten. Tot de eerste, ook chirurgische of traumatische ziekten genoemd, behooren allerlei verwondingen, zooals kwetsuren, open wonden, beenderenbreuken, brandwonden, zweren, abcessen en breuken. Verder maakt men verschil tusschen constitutieziekten, bij welke het geheele organisme aangetast is, en ziekten, die een bepaald weefsel of orgaan aandoen, zooals huid-, long-, maag-, lever-, oogziekten enz. Snel optredende ziekten met een snel verloop heeten acuut, chronische ziekten hebben daarentegen een langdurig en sleepend verloop. De rhythmische, cyklische of periodieke ziekten onderscheiden zich door de opeenvolging van scherp begrensde, karakteristieke perioden, bij de arhythmische of atypische ziekten is dit niet het geval. In sommige gevallen heeft men tusschen de perioden vanjiziekteaanvallen tijden

Sluiten