Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5den Maart 1770, onderscheidde zich in den oorlog van 1813 tot 1815 tegen de Fransehen als generaalmajoor van een brigade, werd in 1817 in den gravenstand opgenomen en tot generaal en kommandant van Silezië benoemd, maar nam in 1835 als generaal-veldmaarschalk zijn ontslag en vestigde zich te Warmbrunn, waar hij den 3aen Mei 1848 overleed.

Zig-adenus. Zie Euthymius.

Zigeuners of Heidens is de naam van een zwervend volk, dat in geheel Europa, in een groot gedeelte van Azië, alsook in AfrikaenAmerikawordt aangetroffen. Het wordt met zeer verschillende namen bestempeld. Daar de Zigeuners zelf mededeelden uit Klein-Egypte afkomstig te zijn, waarmee volgens Hopf misschien de Peloponnesus bedoeld wordt, noemde men hen in Griekenland Gyphtoi, in Albanië Evgit, in Hongarije Pharao népe, in oude Nederlandsche oorkonden Egyptiërs, Egyptenaaren, Egyptenaers en Giptenaers, in Engeland Egipcions later Gypsies of (Hpsies, in Frankrijk Egyptiens(thans Bohémiens), in Spanje Egipcianos, later Gitanos, welken naam zij ook in Portugal dragen. Het woord Zigeuner hangt samen met het Grieksche woord Atsinlcanos of Athinganos, dat in talrijke verbasteringen bij verschillende volken voorkomt. In Duitschland, waar men aanvankelijk meende, dat de Tataren teruggekomen waren, noemde men hen aanvankelijk Tataren. De oudste kronieken vermelden hen als Secani, Cingari, Zingari en Cigaima. De Zigeuners noemen zich zelf Rom, de Oud-Indische naam van een onreine kaste, Romane tschawe, Romanitschel, Sinte, Manoesj, Kale of Mellele.

Tegenwoordig neemt men algemeen aan, dat de Zigeuners uit Voor-Indië afkomstig zijn, tot welk resultaat men voornamelijk door de taalstudie is gekomen. Waarschijnlijk hebben zij zich van daar gedeeltelijk verspreid langs de kust, gedeeltelijk door het binnenland van Perzië, Syrië en KleinAzië. Langs de noordkust van Afrika kwamen zij reeds zeer vroeg in Spanje. In Byzantium vinden wij hen in het begin van de 9de eeuw, eerst in de 14de en 15ae eeuw treft men ze in verschillende andere streken van Europa aan. Van Europa uit trokken zij ook naar andere werelddeelen. Het aantal Zigeuners wordt in Europa op 900 000 geschat, welk cijfer waarschijnlijk te laag is. Terwijl sommigen het aantal Zigeuners van de geheele wereld op 1 millioen stellen, nemen anderen daarvoor 5 millioen aan. In Griekenland spreken de meeste Zigeuners Helleensch, de Turksche Zigeuners hebben gedeeltelijk vaste woonplaatsen en belijden dan meestal het Christendom, of zij leiden een nomadenleven en zijn dan meest Mohammedanen. In Roemenië waren lij vroeger lijfeigenen van de kroon, van de kloosters of van particulieren; na hun vrijlating neemt hun aantal snel toe. Het sterkst zijn zij in Hongarije vertegenwoordigd, vooral in Zevenburgen en in het Banaat. In Oostenrijk wonen de meeste in de Boekowina, Bohemen en Moravië. In Duitschland komen zij niet veel meer voor. Over de tochten van de Zigeuners in ons land schreef Dirks „Geschiedkundige onderzoekingen aangaande het verblijf der Heidens of Egyptiërs in de noordelijke Nederlanden" (1850). Tegenwoordig komen ze hier nog slechts een enkelen keer tijdelijk van de naburige landen. In Rusland, waar zij als ingezetenen van het rijk worden beschouwd, heeft men hen gedwongen vaste woonplaatsen aan te nemen, waarom velen naar

XVI

Roemenië'en Bulgarije zijnvgetrokken.^Hun aantal is in Groot-Brittannië in den laatsten tijd snel afgenomen. In het Z. van Spanje zijn zij nog talrijk.

Het onderzoek van de Zigeunertaal heeft niet alleen aangetoond, waar men het oorspronkelijk stamland van dit volk moet zoeken, maar ook langs welke wegen zij hun tochten door Azië en Europa hebben gedaan. Nadat Rüdiger in 1732 en Grellmann in 1783 reeds verschillende ontdekkingen gedaan hadden, bewees Pott in 1844 overtuigend, dat de Zigeunertaal verwant is met de Zendtaal, in 1878 toonde Miklosich aan, dat zij behoort tot de noordwestelijke groep van de Arisch-Indische talen. Op hun zwerftochten namen de Zigeuners elementen uit de talen van de verschillende volken, waarmede zij in aanraking kwamen, op, waardoor zich verschillende dialecten hebben ontwikkeld. In het algemeen is echter de bouw van al deze dialecten gelijk.

Ethnologisch moeten de Zigeuners tot de volkeren van een gemengde afkomst worden gerekend, zoodat men ze niet onvoorwaardelijk als een Arisch volk kan beschouwen. Zij hebben meestal een middelmatige, slanke gestalte, goed gevormde ledematen en kleine handen en voeten. Hun gelaatskleur is geelbruin, de neus een weinig gebogen, de mond fijn en voorzien van mooie witte tanden, de kin rond, het hooge voorhoofd is soms door het haar bedekt. De oogen zijn zwart, levendig en van lange wimpers voorzien. Hun voedsel is zeer eenvoudig; zij leven grootendeels van brood en water, houden echter veel van vet varkensvleesch terwijl de egel een nationaal gerecht is. Van brandewijn, zoowel als van tabak, maken mannen en vrouwen gaarne gebruik. Hun kleeding bestaat meestal uit lompen; wanneer zij echter in de gelegenheid zijn, prijken zij gaarne met opvallende kleuren. De zwervende Zigeuners voeren in hun woonwagen meestal eenvoudige tenten mee; wanneer zij vaste woonplaatsen bezitten, bestaan deze doorgaans uit armzalige hutten. Zij voorzien het liefst in hun onderhoud door bedelen en stelen; in het smeden, het maken van ketels, het houtsnijden enz. zijn zij echter zeer handig. Jonge Zigeunerinnen dansen voortreffelijk, oude vrouwen houden zich dikwijls met waarzeggen bezig. Een werkelijken godsdienst bezitten de Zigeuners niet; zij nemen echter gemakkelijk godsdienstige voorstellingen van hun omgeving over. Zij hebben in het algemeen veel aanleg, vooral voor de kunst; behalve in de muziek hebben zij het echter nergens ver in gebracht. Volgens Liszt is de nationale Hongaarsche muziek en dans van de Zigeuners afkomstig, een meening die door Bühler wordt bevestigd, maar in Hongarije een algemeene verontwaardiging deed ontstaan. Het lievelingsinstrument van de Zigeuners is de viool. Of de schilder Antonio Solari, bijgenaamd il Zingaro (geboren in 1382) en de Engelsche denker John Bunyan (geboren 1629) Zigeuners zijn geweest, zooals wordt beweerd, is twijfelachtig.

De geschiedenis van de Zigeuners is een aaneenschakeling van vervolging en onderdrukking. Talloos zijn de edicten, die in de verschillende landen tegen hen werden uitgevaardigd. Alleen in Hongarije en in Rusland vonden zij een tweede vaderland. Maria Theresia en Jozef II trachtten hen door beschermende maatregelen te verheffen, wat tot op een zekere hoogte gelukte. In 1788 nam Karei III van Spanje dergelijke maatregelen, die evenwel niet het-

30

Sluiten