Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het verloop der productie van een 4-tal der I wereld geeft onderstaande tabel een overzicht: voornaamste producenten, alsmede van die der j

Land. 1881 1886 1891 1896 1901

Yereenigde Staten van N.-Amerika 1034 649 1 227 141 1814 642 1 819 208 1 865 426

Mexico ! 721 000 794 033 1 275 266 1 492 517 1 715 416

Bolivia 264 677 240 616 372 665 357 684 290 190

Australië — 29 403 311 100 659 903 337 420

Wereldproductie 2 592 639 3 028 516 4 450 722 5 496 178 5 438 443

De eigenlijke zilverbereidingsprocessen gaan sterk achteruit. Slechts Vis v^n de totale productie wordt nog door loogprocessen of amalgamatie verkregen; het overige is afkomstig uit loodbedrijven en koperraffinaderijen.

Het zilver is één der eerste metalen, welke aan den mensch bekend waren. De rijkdom der Phoeniciërs berustte op den Spaanschen zilverhandel. Daarvoor haalden zij het in Ivlein-Azië, op Cyprus en misschien zelfs in Afrika. Homeros noemt Chalybië als land van herkomst; van de zilvermijnen in Attika maakt Aeschylos het eerst melding; Alexander de Grooie verkreeg uit de mijnen aan het meer Prasias per dag 28 kg. zilver. Bij de Romeinen kwam het zilver eerst na de Punische Oorlogen in grootere hoeveelheid voor. Zij haalden het voornamelijk uit Spanje. Volgens Polybios werkten in de mijnen te Nieuw-Karthago 40 000 arbeiders. De oude Germanen bezaten slechts weinig zilver. Tacitus maakt slechts van één mijn melding. Een belangrijke zilvermijnbouw ontstond later in het Leberdal in den Elsasz. In 968 werden de lagen bij Rammelsberg ontgonnen, nadat reeds Saksen (Mittweida) was voorgegaan. Bohemen had reeds in de 8ste eeuw zilvermijnen. In de 16de eeuw speelde het Saksisch-Boheemsche Ertsgebergte dezelfde rol als later Californië. In Zweden waren de groeven van Sala reeds in de 8ste eeuw in bedrijf; haar bloeiperiode valt in de eerste helft van de 16de eeuw. In den Altaï begon de zilvermijnbouw in 1743, in den Oeral in 1814. Nadat de beroemde groeve bij Guadalkanaal in Spanje onder geloopen en verlaten was,werden in 1839 de mijnen der Siërra Almagrera en in 1843 die van Hiendelencina ontdekt, terwijl men ook veel zilver wint uit het looderts van de Siërra de Gador en van Cartagena. Een groote verandering onstond in de zilverproductie door de ontdekking van Amerika, nadat Cortez was doorgedrongen in Mexico. In 1522 kwam het eerste zilver van daar naar Europa. Ook Peru leverde weldra veel goud en zilver, vooral nadat in 1545 de mijnen van Cerro de Potosi waren ontdekt. In Amerika is de zilverproductie vooral toegenomen door de invoering der amalgatie, in 1567 door Bartholomaeus deMedina ontdekt en sedertl566 in het groot toegepast.. De zilvermijnen, welke in de Vereenigde Staten van N. Amerika worden gevonden, overtroffen in rijkdom alle bestaande. In Nieuw-Mexico, Arizona, Utah, Nevada, Californië, Oregon, Colorado, Montana en Washington werden rijke ertsen gevonden en vooral de Comstockgang bij Virginia City in Nevada leverde na 1859 enorme hoeveelheden zilver en goud. Sedert 1870 heeft de zilverproductie van de Vereenigde Staten van N. Amerika die* van Mexico ingehaald en sedert het laatste 20-

tal jaren staat Australië op de derde plaats.

Zilverchloried (Chloorzilver, AgCl) komt als hoornerts in geringe hoeveelheid in zeewater en met broomzilver verbonden in eenige delfstoffen voor. Het ontstaat bij verhitting van zilver in chloor of in chloorwaterstof. Ook wordt het metaal door langdurige inwerking van zoutzuur of van een keukenzoutoplossing aan de oppervlakte in zilverchloried veranderd. Het wordt uit een oplossing van salpeterzuur-zilver door een oplosbaar chloried of zoutzuur kaasachtig neergeslagen, is kleurloos, amorf, onoplosbaar in water en verdund salpeterzuur, moeilijk oplosbaar in geconcentreerd zoutzuur, maar gemakkelijk in ammoniak, cyankalium, onderzwaveligzuur en zwaveligzuur-natrium. Zijn soortelijk gewicht bedraagt 5,5, zijn smeltpunt ligt bij 487° C. Het stolt tot een geelachtige, snijbare en hoornachtige massa en wordt door waterstof, koperchloraur en vooral in water met eenig zuur door zink of ijzer gemakkelijk en volkomen gereduceerd. Het is zeer gevoelig voor het licht, het wordt paars en vervolgens zwart onder ontwikkeling van chloor, in water onder vorming van chloorwaterstof, terwijl zuurstof ontwijkt. Men gebruikt zilverchloried in de photographie, voor het vervaardigen van photometers, koude verzilvering, de bereiding van zuiver zilver, de analyse van ijzer enz.

Zilvercyanied (Cyaanzilver, AgCN) wordt uit oplossingen van zilvernitraat door cyaankalium als een witte, kaasachtige massa neergeslagen. Het is onoplosbaar in water en verdund salpeterzuur, gemakkelijk oplosbaar in ammoniak, cyaankalium en bloedloogzout en wordt door zoutzuur, zwavelwaterstof, jood- en chloorkalium ontleed. In een overmaat van cyaankalium lost het op tot kaliumzilvercyanied, KAg (CN)2, dat kleurlooze, in water gemakkelijk oplosbare kristallen vormt en waarvan de oplossing dient voor het vervaardigen van galvanoplastische zilverneerslagen, alsmede voor het verzilveren.

Zilverglans (Argentiet), door de oude mijnwerkers Glaserts geheeten, een van de rijkste zilverertsen, bestaat uit zwavelzilver (AgzS) met 87% zilver en komt voor in regelmatige kristallen, vereenigd tot haar-, draad- en boomvormige, getande en plaatvormige groepen. Het is smeedbaar, buigzaam, heeft een donker loodgrijze kleur en weinig glans; zijn hardheid bedraagt 2—2,5 zijn soortelijk gewicht 7,2—7,4. Men vindt deze delfstof inhetErtsgebergte, bij Schemnitz en Kremnitz in Hongarije, bij Kongsberg in Noorwegen, in Mexico, Peru en Nevada.

Zilverjodied (Joodzilver, AgJ) komt in de natuur als jodiet (zie aldaar) voor in Mexico, Chili en Spanje en ontstaat, door zilver te verhitten met

Sluiten