Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jodium'of met joodwaterstof en door inwerking van geconcentreerd joodwaterstofzuur op chloorzilver, terwijl joodkalium het uit oplossingen van zilvernitraat als een kaasachtige massa neerslaat. Het is heldergeel, amorf, onoplosbaar in water en ammoniak en weinig in verdund salpeterzuur, smelt bij roodgloeihitte en stolt tot een gele, hoornachtige massa. Wegens zijn lichtgevoeligheid vindt joodzilver toepassing in de photografie.

Zilverlegeeringen noemt men legeeringen van zilver met andere metalen. Het belangrijkst zijn de zilverkoperlegeeringen, welke algemeen in plaats van het zuivere metaal, dat voor liet gebruik te zacht is, toepassing vinden. Om haar te bereiden smelt men de metalen samen en roert ze vóór hetgieten goed om. Zij hebben doorgaans een geringer soortelijk gewicht dan uit de berekening volgt. Zilver wordt door koper harder, taaier en beter van klank en verliest niet veel in rekbaarheid en kleur. Legeeringen met 50% koper zijn nog vrij wit; bij grooter kopergehalte worden zij roodachtig. Worden zij aan de lucht uitgegloeid en vervolgens door koken met keukenzout of met verdund zwavelzuur aan de oppervlakte van koperoxied bevrijd (witkoken), dan vertoonen zij zich zuiver wit en mat. Het zilvergehalte der legeeringen (fijngehalte) drukt men uit, door aan te geven, hoeveel deelen fijn zilver zich in 1 000 deelen van de legeering bevinden. Zilver met meer dan 50% koper heet billon. Wordt het koper geheel of gedeeltelijk door zink vervangen, dan verkrijgt men fraai witte, licht smeltbare legeeringen, welke zich gemakkelijk laten bewerken en een helderen klank hebben. Men heeft ook zuivere zilvernikkellegeeringen verwerkt tot tafelgereedschap en zilvernikkelkoperlegeeringen tot allerlei luxe voorwerpen. In Engeland gebruikt men een legeering van 49 dln. zilver, 49 dln. koper en 2 dln. arsenicum. Zeer rekbaar en wit zijn zilverkopercadmiumlegeeringen, wier samenstelling afwisselt tusschen 980 dln. zilver, 15 dln. koper en 5 dln. cadmium, en 500 dln. zilver, 30 dln. koper en 470 dln. cadmium. Met lood en zink smelt zilver gemakkelijk samen; deze lood- en zinklegeeringen spelen bij de metallurgie van het zilver een belangrijke rol.

Men bepaalt het gehalte van zilverlegeeringen met den toetssteen. Zink en nikkel maken deze methode echter onzeker. Voor nauwkeuriger bepalingen lost men een afgewogen hoeveelheid van de legeering in salpeterzuur op en titreert met een chloornatrium of een rhodanammoniumoplossing. Mag van een voorwerp geen proef voor de analyse genomen worden, dan bepaalt men het soortelijk gewicht, trekt daarvan het getal 8,814 af, voegt bij de rest twee nullen en deelt dit getal, thans als geheel getal beschouwd, door 1667; het quotiënt geeft het fijngehalte in duizendsten aan.

Zilverling' is de vertaling van I/uther voor het woord agyrion, dat bij de beschrijving van het verraad van,/wdas(Mattheus 26:15) gebruikt wordt, \ ermoedelijk waren het Romeinsche denariën; de j sekels (zie aldaar) van Simon Maccabeus waren ten i tijde van Christus is elk geval reeds sedert lang uit i het verkeer verdwenen en ook niet meer koershou- ; dend, daar de Romeinen het muntrecht uitoefenden. ] Zilveroxyd (Ag20) ontstaat bij de ontle- j ding van salpeterzuur-zilver door een overmaat van i kaliloog of als men versch neergeslagen chloorzil- s ver in kokende kaliloog brengt. Het is zwart, weinig :

oplosbaar in water, reageert alkalisch, heeft een metaalachtigen smaak en slaat uit de oplossingen van vele metaalzouten hydroxieden of oxiedenneer. Bij 250° C. valt het uiteen in zuurstof en zilver, terwijl het ook door het licht gereduceerd wordt. Aan oxydeerbare stoffen staat het gemakkelijk zuurstof af; met zuren vormt het zilverzouten. Digereert men zilveroxicd met ammoniak of slaat men een ammoniakale oplossing van zilverchloried met kaliloog neer dan verkrijgt men zwart zilveroxiedammoniak (knalzilver van Berthollet, NH2Ag), dat zelfs in vochtigen toestand zeer gemakkelijk en hevie ontploft. 5

Zilverschoon. Zie Ganzerik.

Zilverspar. Zie AUes.

Zilversulfied (Zwavelzilver, Ag2S) komt als mineraal in de natuur voor in den vorm van zilverglans (zie aldaar), verbonden met antimonium en zwavel, als roodguldigerts (zie aldaar) en, verbonden met arsenicum en zwavel, alsook met andere zwavel metalen in verschillende delfstoffen (zie Zilver). Het ontstaat bij het samensmelten van zilver en zwavel, door zwavelwaterstof in oplossingen van zilver of zilverzouten te leiden en vormt het donkere beslag, waarmede zilveren voorwerpen aan de lucht worden bedekt. Het is zwart, onoplosbaar in water, smeltbaar en stolt tot een loodgrauwe, kristallijne, metaalglanzende, weeke massa. Met zilver smelt het in iedere verhouding samen; bij het smelten met ijzer en lood ontstaat metalliek zilver. Zilverwaren worden door indompelen in een oplossing van zwavellever bedekt niet een donkergrauw laagje van zilversulfied; zij heeten dan geoxydeerd of gegalvaniseerd zilver, welke naam echter zonder eenigen zin is. Ook bij de bereiding van niëllo vindt zilversulfied toepassing.

Zilversnperoxied (AgO) ontstaat bij de inwerking van ozon op zilverpoeder of zilveroxied, door een oplossing van zilvernitraat te vermengen met die van een persulfaat en aan de positieve pool van een galvanische zuil. Het vormt zwarte, metaalglanzende octaëders, is weinig bestendig, ontwikkelt bij 110° C. stootgewijs zuurstof en werkt als sterk oxydatiemiddel. Vermengd met zwavel en phosforus ontploft het door er op te slaan.

Zil vervloot is de naam van de vloot, welke ten tijde van de Spaansche heerschappij in Amerika, de opbrengst van de Amerikaansche mijnen naar Spanje overbracht. Zulk een vloot werd den"9den September 1628 in de baai van Matanzas op Cuba veroverd door den Nederlandschen vlootvoogd Pieter Pieterz. Hein, gewoonlijk Piet Hein genoemd. Men schatte de waarde van den buit op ruim 11 millioen gulden.

Zilverziekte. Zie Argyriasis. ZllvOTZOXlteii(Zilveroxiedzouten) ontstaan door zilver of zilveroxied met zuren te behandelen, ie onoplosbare echter door dubbele ontleding. Zij sijn kleurloos, wanneer het zuur ongekleurd is (het phosfaat is geel), zijn ten deele kristalliseerbaar smaken scherp metaalachtig, werken ten deele bijtend en vergiftig, reageeren neutraal en worden door 'loeiing ontleed. In hun oplossingen veroorzaken taliloog een grijsbruinen, ammoniak een bruinen, ïatriumphosfaat een gelen, geel bloedloogzout een vitten en rood bloedloogzout een roodbruinen neerlag. Zwavelwaterstof en zwavelammonium doen swart zwavelzilver, zoutzuur en oplosbare chloor-

Sluiten