Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metalen wit, kaasachtig chloorzilver neerslaan, dat in het licht paars wordt en in ammoniak oplost. Chroomzure kali slaat bruinachtig rood chroomzuur zilver en ijzervitriool metalliek züver neer. Ook het licht, zink, koper, kwik, phosforus, zwaveligzuur en onderscheiden organische stoffen werken reduceerend op zilverzoutoplossingen. Van de zilverzouten wordt bijna alleen het nitraat (helsche steen) in de techniek en in de geneeskunde gebruikt.

Zimbabye, Simbabye of Zimbaoe. Zie Simbabye.

Zimmerman. Joannes Decker, eenNederlandsch letterkundige en dichter, geboren te Amsterdam den 19den December 1786, was een zoon van den advocaat David Zimmerman, die in 1791 wegens zijn patriotische gezindheid de wijk moest nemen naar Ouwerkerk en zich later vestigde op een buitentje aan den Amstel, doch in 1794 met zijn echtgenoote en dochtertje naar Berbice en vervolgens naar Demerary vertrok, in 1799 terugkeerde en kort daarna te Amsterdam een groote boekdrukkerij stichtte. Gedurende de afwezigheid van zijn ouders vertoefde Joannes bij een oom te Amsterdam, vervolgens op een kostschool in de nabijheid van deze stad en daarna te Lage Vuursche.Na den terugkeer van zijn ouders werd besloten, nadat hij eenigen tijd op de drukkerij van zijn vader had gewerkt, dat hij in de theologie zou studeeren. Hiertoe ontving hij onderwijs in de oude talen van Arend Fokke Simonsz. en werd in 1803 ingeschreven als student aan het athenaeum te Amsterdam, waar hij de lessen van D. J. van Lennep en van Walraven bijwoonde. In 1804 sprak hij zijn eerste leerrede uit en nadathijbevoegd was verkaard, om een Duitsche academie te bezoeken en onder de leden der Amsterdamsche loge La Charité als lid was opgenomen, vertrok hij in 1805 naar Göttingen, waar hij drie semesters doorbracht en o. a. leiding ontving van Staudlin, Planck, Herbart, Heeren, Blumenbach enz. In 1806 keerde hij wegens den dood van zijn vader naar Nederland terug. Hij werd er bevorderd tot proponent en in 1807 beroepen te Zwolle en kort daarna te Utrecht, waar hij den 15den Mei 1808 zijn intreerede hield. Tevens legde hij zich toe op letterkundigen arbeid en stichtte, toen de kerkeraad wegens de tierceering van 1812 het tractement niet ten volle kon uitbetalen, een boek-, papier- en muziekwinkel (op naam zijner vrouw), die boven verwachting aan het doel beantwoorde. In 1833 werd hij voorzitter van de Synode en van de Synodale Commissie. Hij ontving de orde van den Nederlandschen Leeuw, werd lid van de Leidsche Maatschappij van Letterkunde, ontving in 1858 een eervol emeritaat en overleed te Utrecht den 7den Juni 1867. Op sociaal gebied maakte hij zich verdienstelijk door den grond te leggen voor een fonds voor het stichten van goedkoope arbeiderswoningen, welk fonds in 1881 onder den naam „Zimmermans stichting" tot stand kwam. Een van zijn dochters was gehuwd met professor Donders. Zimmerman schreef o. a. de gedichten: „Bonaparte" (1814), „Alexander" (1814), „Bij de inhuldiging der hoogeschool te Utrecht" (1815), „Feestliederen op het eeuwgetijde der Hervorming" (1817), „De HolIandsche Natie in 1830" (1830), „Negen volksliederen en zangen" (1831) en eenige cantaten en gelegenheidszangen en de prozaschriften: „Lodewijk Herder of de gevolgen eener al te groote gevoeligheid des harten" (1810), „Julius en Gustaaf' (1811), „Petronelle Moens" (1843, met W. II. Warnsinck),

meer dan een „Tiental leerredenen", een „Twaalftal leerredenen" en een lange reeks van afzonderlijke leerredenen, bij verschillende gelegenheden uitgesproken. Ook leverde hij nog: „Een kostschool in 1795"(1863) en „Schetswijze onderwijs in den Christelijken godsdienst" (3de druk, 1854), terwijl hij gedurende 16 jaar het tijdschrift „Euphonia" (sedert 1814) redigeerde.

Zimmerman, Johan Carl, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Batavia den 18den Maart 1828, werd makelaar in suiker te Amsterdam. In 1852 werd hij mederedacteur van „De Gids" en leverde onder de pseudoniemen Darie Wetan en Bernard Koster Jr. een groot aantal bijdragen, afzonderlijk uitgegeven onder den titel van „Chequeriana". Ook in andere tijdschriften en jaarboeken vindt men opstellen van zijn hand. Hij was lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en overleed te Amsterdam den 308ten September 1888.

Zimmermann, Johann Georg, ridder Von, een Zwitsersch wijsgeer, geboren te Brugg in het Zwitsersche canton Aargau den 8sten December 1728, studeerde te Göttingen in de geneeskunde en promoveerde aldaar op een dissertatie: „De irritabilitate" (1751), waardoor hij weldra algemeen bekend werd. Na een reis door Nederland en Frankrijk werd hij stadsgeneesheer te Brugg en schreef aldaar o. a.: „Über die Einsamkeit" (1756, omgewerkte druk, 4 dln., 1784—1785), „Vom Nationalstolz" (1758 en later) en „Von der Erfahrung in der Arzneikunst" (2 dln., 1764,3de druk, 1831). In 1768 werd hij benoemd tot eerste lijfarts van den koning van Engeland te Hannover. Na den dood van Frederik den Groote, die gedurende zijn laatste ziekte zijn hulp ingeroepen had, schreef hij o. a. over hem: „Über Friedrich denGroszen und meine Unterredung mit ihm" (1788) en „Fragmente über Friedrich den Groszen" (3 dln., 1789). In deze geschriften openbaart zich, evenals in de overige, die hij in het laatst van zijn leven uitgaf, vijandige stemming ten opzichte van de verlichte richting van zijn tijd, waardoor hij zich vele onaangenaamheden op den hals haalde. Hij overleed te Hannover den 7den October 1795.

Zimmermann, Eberhard August Wilhelm von, een Duitsch beoefenaar der aardrijkskunde, der natuurlijke historie en der wijsbegeerte, geboren te Ülzen in Hannover den 17dcn Augustus 1743, studeerde te Göttingen en te Leiden, werd in 1766 hoogleeraar in de natuurkunde aan het Carolinum te Brunswijk, volbracht onderscheiden wetenschappelijke reizen in Engeland, Italië, Frankrijk, Rusland en Zweden, werd vervolgens in den adelstand opgenomen, zag zich in 1801 tot geheim staadsraad benoemd en overleed den 4den Juni 1815. Van zijn geschriften vermelden wij: „Geographische Geschichte des Menschen und der allgemein verbreiteten vierfüszigen Tiere" (3 dln., 1778— 1783), „Über die Elastizitat des Wassers"(1779), „Frankreich und die Freistaaten von Nordamerika" (1795), „Allgemeine Übersicht Frankreichs von Franz I bis auf Ludwig XVI" (1800) en zijn hoofdwerk: „Taschenbuch der Reisen" (12 jaargangen, 1802—1813), waarvan: „Die Erde und ihre Bewohner" (5 dln., 1810—1813) een uittreksel is.

Zimmermann, Ernst, een Duitsch godgeleerde, geboren te Darmstadt den 18den September 1786, studeerde te Gieszen in de letteren en godgeleerd-

Sluiten