Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nprf talrijke evenwijdige zijnerven zich naar beide kanten uitstrekken. De bloemen zijn tweeslachtig, onregelmatig, eind- of wortelstandig en meestal in aren, trossen of pluimen gerargschikt. Het buitenste, kortere bloemdek is gewoonlijk gekleurd, buisvormig, gaaf, drietandig of driespletig. Het binnenste bloemdek is bloemkroon ach tig, heeft een min of meer large buis en een 6-spletigen zoom, wiens buitenste drie slippen alle met uitzondering van de voorste aan elkander gelijk zijn, terwijl van de binnenste drie doorgaans de beide zijwaarts geplaatste aan elkander gelijk en de achterste grooter is en een platte of zakvormige lip vormt. De éenige meeldraad staat tegenover die voorste en buitenste slip van het buitenste bloemdek; hij bestaat uit een langen helmdraad en een tweehokkigen helmknop. Het vruchtbeginsel is onderstandig en driehokkig, en in den binnenhoek van elk hokje heeft men twee of meer rijen anatrope zaadknoppen De draadvormige stijl rijst tusschen de beide hokken van den helmknop omhoog zonder daarmede vergroeid te wezen en eindigt in een knodsvormigen, ook wel in een trechtervormig uitgeholden stempel. De vrucht is een driehokkige, hokverbrekende doosvrucht, zelden een bes. De hoekige of ronde zaden hebben veelal een gerimpelde schil en zijn wel eens van vruchtvleesch voorzii n. Zij bevatten melig kiemwit in welks as de rechte kiem gelegen is. Men vindt de Zingiberaceem alleen in de keerkrirgslanden, vooral in Azië, en zij onderscheiden zich door haar aetherische olie en hars, die zich voornamelijk in den wortelstok bevinden, voorts door een bittere extractiefstof en door zetmeel, zoodat deze gewassen belangrijke specerijen en geneesmiddelen leveren. Ook hun vruchten bevatten aromatische bestanddeelen. Uit verschillende soorten van het geslacht Zingiber wordt de zeer gezochte handelswaar verkregen, die den naam van gember draagt en in geconfijten toestand een voornaam gedeelte uitmaakt van het dessert. Men onderscheidt in den handel hoofdzakelijk drie soorten van gember, namelijk gewone of zwarte gember, die uit handvormige stukken bestaat met een gerimpelde opperhuid en een dichte, melige, geelachtig witte kern, die onder de opperhuid door een donkeren ring is omgeven, — voorts witte gember, die verkregen wordt, wanneer men de stukken van den wortelstok der gemberplant behoorlijk zuivert, dien van de opperhuid ontdoet en daarna langzaam en voorzichtig in de schaduw droogt, waarna deze gembersoort zich onderscheidt door het gemis van de rimpelige opperhuid, terwijl zij vezelig is van bouw en fijner van smaak dan de voorgaande soort, — en eindelijk witte gember uit Jamaica, welke veel hooger in prijs is dan de beide voorgaande soorten; deze soort is van buiten wit en geelachtig van kern en heeft een sterk prikkelenden smaak. Uit China wordt de Mandarijngember aangevoerd in eigenaardige potten.

Zingst is de naam van een voormalig eiland, dat tot het Pruisische distrikt Straalsund en tot het arrondissement Franzburg behoort. Het voormalig eiland werd in 1876 met het schiereiland Dars verbonden. In het dorp van dienzelfden naam heeft men (1905) 1570 inwoners, die zich hoofdzakelijk bezig houden met visscherij en scheepvaart.

Zink (Zincum), atoomteeken Zn, atoomgewicht 64,5 een metalliek element, komt niet in gedegen toestand in de natuur voor. Met zuurstof verbonden

komt het voor als roodzinkerts (zie aldaar) en in verbinding met ijzer- en mangaanoxied als frankliniet (zie aldaar), resp. gahniet (zie aldaar). Aan koolzuur gebonden vindt men het als zinkspaat of galmei (zie Zinkspaat) en aan zwavel als zinkblende (zie aldaar). De jaarlijksche productie van zinkertsen bedraagt voor Europa gemiddeld 1,2 en voor de wereld 2,3 millioen ton. Doorgaans komt in zinkertsen ook cadmium voor. Zuiver zink verkrijgt men door reductie van zuiver zinkoxied,dat op den natten weg bereid is of door electrolyse. Het kristalliseert hexagonaal, is blauwachtig wit en op de breuk, al naar de temperatuur, waarbij het werd gegoten, grofbladerig of fijnkorrelig. Het soortelijk gewicht van gegoten zink bedraagt 7,171—7,201, na het walsen 7,3. Bij gewone temperatuur is het eenigszins broos. Tusschen 100° en 160° C. is het hamerbaar en kan tot platen gewalst en tot draad getrokken worden. Bij 200° C. is het weder zóó broos, dat het tot poeder kan worden gewreven. Zink is iets harder dan zilver, maar minder hard dan koper. Het heeft weinig volstrekte vastheid, maar biedt grooten weerstand aan samenpersing. Het bezit een fraaien klank, smelt bij 419° C., destilleert bij roodgloeihitte, kookt bij 918° C. en trekt zich bij het vast worden sterk samen. In droge lucht en in luchtvrij water blijft het onveranderd; in vochtige lucht verliest het spoedig zijn glans en wordt het bedekt met een dunne laag basisch koolzuur zink, dat stevig vasthecht, zoodat het door regenwater niet oplost en het daaronder gelegen metaal beschermt. Aan de lucht verhit, ontvlamt zink bij 500° C. en ver-

Fig. 1.

Brandoven.

brandt het met een groenachtige, sterk lichtgevende vlam tot wit zinkoxied. Het ontleedt water bij roodgloeihitte en wordt bij deze temperatuur door koolzuur tot zinkoxied geoxydeerd. Met zwavel, chloor, phosforus en arsenicum verbindt het zich bij hoogere temperaturen gemakkelijk. In verdund zwavel- en zoutzuur lost het zink uit den handel zeer gemakkelijk op onder ontwikkeling van waterstof, terwijl zuiver zink slechts zeer langzaam wordt aangetast. Waterige alkaliën lossen zink eveneens op onder ontwikkeling van waterstof. Wordt zink met ijzer in aanraking gebracht, dan beschermt het dit tegen oxydatie (zie Verzinken). De meeste zware me-

Sluiten