Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet smaakt sterk metaalachtig, is vergiftig en lost gemakkelijk op in water, maar weinig in alkohol. Aan de lucht verweert de oppervlakte en bij verhitting op 100° C. verliezen de kristallen 6 moleculen kristalwater; bij sterk gloeien valt het uiteen in zinkoxied, zwaveligzuur en zuurstof. Zinkvitriool wordt gebruikt in de katoendrukkerij, voor het conserveeren van hout en huiden, als vuurvaste verf, als droogmiddel in vernissen, bij de bereiding van zuurstof, rookend zwavelzuur, ijsglas, zinkpraeparaten en gemengde zinkverven. In de geneeskunde wordt het als Zincum sulfuricum aangewend als braakmiddel bij narcotische vergiftigingen en als samentrekkend middel voor inspuitingen, verbanden en oogwateren.

Zinkwit. Zie Zinkoxied.

Zinkzaïf (Unguentum zincï), een witte zalf, bestaande uit 1 dl. zinkoxied en 9 dln. reuzel, wordtin de geneeskunde gebruikt als oog- en als afkoelende en heelende verbandzalf.

Zinkzouten (Zinkoxiedzouten) komen gedeeltelijk voor in de natuur en ontstaan bij het oplossen van zink of zinkoxied in de betreffende zuren of, voor zoover zij onoplosbaar zijn, door dubbele ontleding. Zij zijn kleurloos, wanneer het zuur kleurloos is, ten deele in water, ten deele alleen in zuren oplosbaar, reageeren in waterige oplossing zuur, smaken metaalachtig, werken braakwekkend en in grootere dosis vergiftig. Bij gloeiing worden zij veelal gemakkelijk ontleed. De alkaliën slaan uit hun oplossingen wit zinkhydroxied neer. Vele zinkzouten vinden in de techniek en de geneeskunde toepassing.

Zinnebeeld. Zie Symbool.

Zinnelijkheid is in algemeene beteekenis het vermogen om 't geen buiten ons is waar te nemen. In meer beperkten zin is het de aanduiding van al de neigingen, begeerten en hartstochten, die een gevolg zijn van lichamelijke behoeften, of die ontstaan door de onaangename of aangename gevoelens, waarmee de meeste zinnelijke gewaarwordingen gepaard gaan. Tegenover zulke neigingen, begeerten en hartstochten staat het willen, dat onafhankelijk is van lichamelijke prikkels en dat men dikwijls als zedelijkheid van de zinnelijkheid onderscheidt.

Zinnia L. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Saamgesteldbloemigen (compositae). Zijn soorten, welke in Amerika te huis behooren, zijti éenjarige kruiden, welke zich door fraaigekleurde bloemen onderscheiden en derhalve als sierplanten worden gekweekt. Deze planten hebben tegenovergestelde takken en bladeren en eindstandige bloemhoofdjes met een omwindsel van ronde, zwartrandige schubben, groote, vaak gekleurde stoppelblaadjes, gele schijf- en fraai gekleurde straalbloemen. Een sierlijke soort is Zinnia elegans Jaeq. uit Mexico met scharlaken- of purperroode, paarse of witte bloemen.

► Zinnober (Cinnabariet!), een mineraal, bestaande uit kwiksulfled (HgS), komt in hexagonale kristallen voor, in stukken, korrelig, in aardachtige aggregaten,ingesprenkeld en als aanslag.Het is cochenülerood, in dunne lagen doorzichtig en diamantglanzend. Zijn hardheid bedraagt 2—2,5, zijn soortelijk gewicht 8—8,2. Zinnober wordt in beddingen gevonden bij Almaden, bij Idria en San José (Californië), in gangen bij Obermoschel, Hocowitz, Rosenau, Szlana, in spaatijzerbeddingen en Karinthië en in de sintels van warme bronnen in Californië. De voor¬

naamste vindplaats is thans San José (Nieuw-Almaden) Het is het belangrijkste kwikerts. Zinnober is de fraaiste en meest duurzame schildersverf en werd reeds door de Ouden veelvuldig aangewend. Als verfstof gebruikte men alleen kunstmatig zinnober, waartoe het vermilloen behoort. Het fraaist is het Chineesche zinnober, waarvan men echter niet weet of het een kunst- of een natuurprodukt is.

Zinsbegoocheling- is de algemeene naam voor zintuigelijke voorstellingen, welke niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Men onderscheidt abnormale (pathologische) en normale zinsbegoochelingen. De eerste worden weder onderverdeeld in hallucinaties en illusies (zie de afzonderlijke artikelen). Beide berusten op ziekelijke,subjectieve prikkelingen van de centrale en periferische organen der zintuigelijke waarnemingen en komen daardoor slechts sporadisch voor. De normale zinsbegoochelingen danken haar ontstaan gedeeltelijk aan den normalen bouw en de regelmatige structuur van onze zintuigen, gedeeltelijk aan de psychologische processen, waardoor de zintuigelijke indrukken eerst in waarnemingen omgezet worden. Daardoor zijn zij regelmatig aan alle zintuiglijke waarnemingen verbonden en kunnen zij ook niet worden geëlimineerd. Zij hebben öf betrekking op den aard der indrukken (bijv. kleurverandering door contrastwerking) óf, en dit komt het meest voor, op haar betrekkingen in ruimte en tijd. Hiertoe behooren bijv. de localisatiebegoochelingen, waarbij prikkels gezocht worden in lichaamsdeelen, welke niet meer aanwezig zijn, de bewegingsbegoochelingen, waardoor men bijv. na snelle omdraaiing van het lichaam meent, dat de omgeving draait enz. Al deze verschijnselen, waarvan de verklaring in bijzonderheden nog niet vaststaat, zijn voor de psychologie daarom van groote beteekenis, wijl zij de mogelijkheid openen om gevolgtrekkingen te maken aangaande physiologischeen psychologische reacties, die wel berusten op zintuiglijke waarnemingen, maar niet vallen binnen de sfeer van het bewustzijn. Pathologisch komen zinsbegoochelingen voor bij zielsziekten en in het algemeen bij die ziekten, welke verband houden met een gestoorde voeding en een abnormale prikkeling der hersenen, bijv. bij vergiftigingen (alkohol, cocaïne, opium), bij koortsaanvallen (koortsdelirium bij besmettelijke ziekten) enz. Ook sommige neurosen zijn met zinsbegoochelingen verbonden. Zij behooren tot de belangrijkste symptomen van de zielsziekten.

Zinspreuk is een soort spreuk (zie Spreuken), die door een persoon, een familie, een vereeniging enz. tot richtsnoer aangenomen wordt. Dikwijls werd zulk een spreuk onder een of ander zinnebeeld voorgesteld (zie Devies). Vooral uit de 16de en llia eeuw zijn een groot aantal zinspreuken bekend.

Zintg-raff, Eugen, een Duitsch Afrikareiziger, geboren den 16den Januari 1858 te Düsseldorf, studeerde te Berlijn, Bonn, Straatsburg en Heidelberg in de rechten, vertrok in 1884 met Chavanne naar den Kongo en kreeg in 1886 opdracht van de Duitsche regeering om Kameroen te bereizen, waar hij den voornaamsten tak van de rivier de Kameroen, de Woeri, onderzocht. Na een kort verblijf in Duitschland, vertrok hij in 1887 opnieuw naar Kar meroen, stichtte het station Barombi en bereikte in 1890 de Binoewe en Adamaua. Op een vierden tocht bezocht hij van het Barombistation uit het Bafoetiland, doch leed in een strijd met de inlandsche be-

Sluiten