Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Palestina, die, later gesteund door Baron Edmund de Rothsehild te Parijs, geleid hebben tot de oprichting van verschillende Joodsche volksplantingen in Palestina, waarvan thans vele in bloeienden toestand verkeeren en door ± 10 000 Joden bewoond worden.

De verschillende stroomingen en denkbeelden, die zoowel de herleving der Joodsche nationaliteitsgedachte als de Joodsche kolonisatie in Palestina beinvloed hebben, kregen echter eerst organisatorischen vorm door het optreden van Dr. Theodor Herzl (zie aldaar), wiens werk „Der Judenstaat" den stoot gaf tot het bijeenkomen van het eerste Zionistencongres te Bazel (29 Augustus 1897). Op dit congres, dat door 204 afgevaardigden uit bijna alle landen werd bezocht, werd het Bazeler programma opgesteld. Volgens dit programma streven de Zionisten naar een publiek-rechtelijk gewaarborgde woonplaats in Palestina. Hun doel willen zij bereiken door kolonisatie van Joodsche landbouwers, werklieden enz., door organisatie van Joden overeenkomstig de wetten des lands waar zij wonen, door versterking van het Joodsch nationaal gevoel en door de sympathie van de regeeringen te veroveren voor hun plan, dat berust op de erkenning, dat het Joodsche volk een eigen volks-politiek heeft te voeren. Het Bazeler congres van 1897 koos verder een comité van actie (Aktions-comité), waarinbijna alle landen, die eene eenigszins beteekenende Joodsche bevolking hebben, vertegenwoordigd waren. Een dagelijksch bestuur, dat tijd?ns Herzl's leven onder diens voorzitterschap teWeenen gevestigd was, had de leiding der zaken. Om de twee jaren wordt er een congres van gedelegeerden uit alle landen gehouden.'De eerste vijf congressen hebben echter jaarlijks plaats gehad. Behalve het vierde, het achtste en het negende congres, die respectievelijk in 1900,1907 en 1909 te Londen, Den Haag en Hamburg bijeenkwamen, werden de congressen steeds te Bazel bijeengeroepen, ook het Tiende Congres(1911), dat de organisatie eenigszins gewijzigd heeft, door het Aktions-comité te verkleinen en een Centraal Comité in het leven te roepen, waarin alle landelijke organisaties en de tot de wereldorganisatie behoorende federaties hunne vertegenwoordigers kiezen. Het Tiende Congres besloot ook de leiding der beweging, die na den dood van Herzl naar Keulen was overgebracht en had berust bij een zoogenaamd Engeres Aktions-comité van drie leden, bestaande uit David Wol/fsohn (Keulen) als president, Prof. Dr. O. Warburg (Berlijn) en J. H. Kann (Den Haag), naar Berlijn te verplaatsen. Aan het hoofd der wereldorganisatie staat sedert een Engeres Aktionscomité (E. A. C.) van 5 leden, als wier voorzitter Prof. O. Warburg opgetreden is en waarvan verder leden zijn Dr. Hantke, Dr. V. Jacobsohn, Dr. Schmarjahu Lewin en N. Sokolow.

De Zionistische beweging, die zich snel uitgebreid heeft, bezit thans organisaties in bijna alle landen der wereld, waar Joden wonen, tot zelfs in Japan, China, Afrika en Australië. Haar inrichting is democratisch, de macht berust bij de congressen, waarvan de afgevaardigden door de sjekelbetalers worden gekozen; sjekelbetalers zijn zij, die aan de wereldorganisatie jaarlijks een bedrag van f 0.60 (sjekel) voldoen. Het congres, door hen gekozen, kiest het Aktionscomité en het Engeres Aktions-comité, die de leidende en uitvoerende corporaties vormen, terwijl

bij het congres en in mindere mate bij het Centraal Comité de hoogste, controleerende en als 't ware wetgevende macht berust.

In 1898 nam het congres het besluit een Joodsche koloniale bank (Jewish Colonial Trust) op te richten, | die te Londen gevestigd, in 1899 met een aandeelenkapitaal van £ 2 000 000 tot stand kwam. De Jewish Colonial Trust heeft sedert ettelijke dochter-instellingen in het leven geroepen: de Anglo Palestine j Company, die in Palestina het bankiersbedrijf uitoefent, in bloeienden toestand verkeert (jaarlijksch dividend ruim 4 %), en veel bijdraagt voor den bloei | van de Joodsche kolonisatie in Palestina en van de i welvaart van dat land in het algemeen; en de AngloLevantine Bank Company te Konstantinopel, die voor het bankiersbedrijf meer speciaal in EuropeeschTurkije is aangewezen. In 1901 werd besloten uit vrijwillige bijdragen een JoodschNationaal Fonds te vormen (Keren Kajemeth Lejisraël), dat bestemd is een onaantastbaar bezit van het Joodsche volk te blijven en ten doel heeft grond te koopen in Palestina, die nimmer vervreemd mag worden. Op grond, aan dit thans ongeveer l1/2 millioen gulden rijke Fonds behoorende, is o. a. gebouwd een Joodsch gymnasium te Jaffa, en de Betsalel-school, eene inrichting voor kunstnijverheid en handwerk-onderwijs te Jeruzalem. Ook geefthet Fonds meer en meer de gelegenheid om op zijn grond Joodsche kolonies te vestigen.

Het vermogen der Zionistische organisatie en van hare verschillende instellingen bedroeg op 30 Juni 1911 blijkens het aan het Tiende Congres overgelegde verslag 8 668 016 mark, dus ^ 6 millioen gulden.

Het Zionisme ontmoette ook bij niet-Joden veel sympathie en verschillende vorsten toonden hun belangstelling. Herzl trachtte van den sultan van Turkije een vrijbrief (Charter) te verkrijgen voor de autonome kolonisatie van de Joden in Palestina, doch in deze poging kon hij toen nog niet slagen, terwijl dit directe optreden bij den Sultan na zijn dood door de veranderingen in de Turksche staatsregeling zoowel onnoodig als onmogelijk werd geacht. De Zionisten, die geene afscheiding van Palestina van het Turksche rijk wenschen, beschouwen de Turksche Constitutie als voldoende „publiek-rechtelijke waarborgen" voor de woonplaats, die zij voor het Joodsche volk in Palestina verlangen, en de integriteit van het Turksche rijk hebben zij herhaaldelijk verklaard niet te willen aanranden.

Herzl had tijdens zijn leven — hij stierf in 1906 — nog besprekingen geopend met andere regeeringen dan de Turksche, o. &. met die van Egypte en Engeland, ten einde een landstreek te verkrijgen, waar, zoolang in Palestina de verlangde waarborgen niet waren gegeven, althans een deel der vervolgde Joden konden heengaan. De Joden-vervolgingen in Rusland, Rumenië enz. brachten hem daartoe. Deze besprekingen leidden echter deels tot geen gevolg,en deels werden de resultaten ervan door de Zionisten op hunne congressen verworpen. Op het congres van 1903 hadden levendige debatten plaats over een aanbod van Engeland, dat een gebied in Oeganda aan de Zionisten wilde afstaan, als autonoom bezit onder opperheerschappij van Engeland. Het aanbod werd zoowel om principieele redenen als op praktische gronden — het land was voor kolonisatie ongeschikt — onder dank afgeslagen. Dit geschiedde door het Zevende Congres (1905) te Bazel, waar tevens werd

Sluiten