Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgemaakt, dat de Zionisten als kolonisatie gebied alleen Palestina en zijne „Nachbarlander" in aanmerking zouden nemen, hierbij rekening houdende met en steunende op de Palestina-liefde bij de Joden, die een der idieele grondslagen der beweging is.

Tengevolge van de omstandigheid, dat door het Zionisme de nationaal-Joodsche idee, de Joodsche volkseenheid en een Joodsch-politiekstrevfin zeer op den voorgrond trad, ontstond een levendige oppositie onder de Joden zelf, zoowel onder de orthodoxe Joden, als onder hen, die naar een opgaan van de Joden onder de andere volkeren streven of die van het Zionisme bevordering van het anti-semitisme vreezen. De Zionisten beweren tegenover hunne bestrijders, dat hunne beweging niet in strijd is met de beginselen van het traditioneele Jodendom, dat het verdwijnen der Joden ongewenscht is ook uit algemeen besohavingsoogpunt, en dat het Zionisme geenszins aan de vaderlandsliefde der Joden of hunne positie in de staten, waarvan zij gelijkgerechtigde burgers zijn, afbreuk wil doen.

Ook onder de Zionisten zelf vindt men intusschen verschillende groepen. Behalve dat er bij hen verschil van meening was, en in mindere mate nog is,over noodzakelijkheid en beteekenisvan directen kolonisatorischen arbeid in Palestina, kan men nureeds — de ontwikkeling der richtingen is hier nog niet afgesloten — twee bepaalde groepen onderscheiden, wier aanhangers zich in zoogenaamde federaties binnen de wereldorganisatie hebben vereenigd. Die der Misrachi wordt gevormd door orthodoxe Joden, tevens Zionisten, die wenschen, dat binnen de beweging Thora en Traditie in acht worden genomen en haar doel wordt nagestreefd met handhaving van de traditioneel-Joodsche godsdienst-beginselen. Herhaaldelijk hebben de Congressen reeds verklaard, dat de wereldorganisatie en hare instituten niets zullen doen, dat met die beginselen in strijd is. De tweede groep, de Poualei-Zion, wordt gevormd door sociaal-democratische Zionisten, die het Zionisme als een deel van hun socialistisch program beschouwen en bij den Zionistischen arbeid tevens hunne denkbeelden tot uitvoering wenschen te brengen.

Uit het Zionisme heeft zich na de afwijzing van Oeganda in 1905, eene territorialistische organisatie ontwikkeld, die als Jewish Territorial Organisation (Ito) onder leiding van den Engelschen schrijver Zangwill ook ieder ander land naast Palestina voor eene autonome Joodsche kolonisatie geschikt acht en voor het verkrijgen van een zoodanig land reeds verschillende, tot heden echter mislukte pogingen heeft gedaan.

Ook in Nederland bestaat eene organisatie van Zionisten, die den naam voert van Nederlandsche Zionistenbond. Deze bond is formeel te Amsterdam gevestigd, doch sedert 1909 bevindt zich zijn secretariaat in Den Haag. De Bond, die voor, het eerst op het Vierde congres was vertegenwoordigd, zond naar het Tiende reeds vijf afgevaardigden, terwijl daar ook een Nederlandsch Misrachist aanwezig was als gedelegeerde. De Bond telt thans ongeveer 1300 leden. Zijn invloed op het Joodsche leven in Nederland is niet zonder beteekenis.

Behalve dén overleden Herzl behooren tot de voornaamste Zionistische leiders: David Wolffsohn te Keulen, Prof. O. Warburg te Berlijn, Dr. Max Nordau te Parijs, Dr. Gaster, Jos Co-wen en Sir Francis

Montefiore te Londen, Dr. A. Marmorek te Parijs, Nahum SoJcolow te Berlijn, Dr. Franz Oppenheimer te Berlijn, Dr. Schmarjahu Lewin te Berlijn, Ing. Ussischkin te Odessa, Dr. Tschlenow te Moskou, Ad. Stand te Lemberg, Ad. Bohm te Weenen, Dr. Friedlander en Prof. Goitheil te New-York.

Het aantal werken, dat over en in verband met het Zionisme werd uitgegeven, is reeds zeer groot. Wij noemen alleen: „Der Judenstaat" van Herzl (1896), „Der Zionismus" van Nordau (1901), „Der Zionismus" van I. B. Sapir, „Rom und Jerusalem" van Mozes Hees (2de druk 1899), „Autoemanzipation" van Pinsker (herdrukt in 1903), „Am Scheidewege" van Achad Haam, „Die Grundlagen des National Judentums" van S. M. Dubnow, „Unser Programm" van Ussischkin (1905), het „Zionistische A. B. C. Buch", „Zionistische Schriften" van Herzl en een gelijkluidende verzameling van Dr. Max Nordau (1909), „Das Rassenproblem" van Dr. lgnaz Zollschan (2de dmk 1911), en „Die Juden der Gegenwart" van Dr. A. Ruppin (2de druk, 1911), en de stenografische protokollen van de congressen. Er verschijnen, naast het te Berlijn gevestigde en door Herzl opgerichte hoofdorgaan „Die Welt", ongeveer 40 tijdschriften en couranten, terwijl de Zionistische beweging en de met haar gepaard gaande Joodsche renaissance ook aan de verschijning van eene gansche jong-Joodsche en Hebreeuwsche litteratuur van belletristischen aard den stoot heeft gegeven („Jüdischer Verlag" te Berlijn). Te 's Gravenhage verschijnt „De Joodsche Wachter", het partijorgaan van den Nederlandschen Zionistenbond, die in 1911 en 1912 ook kleine vlugschriften over het Zionisme het licht heeft doen zien. De Boek- en Brochurehandel van dien Bond geeft voorts een reeks van brochures uit, waarvan wij noemen: „Zionistische politiek" door Mr. S. Franzie Berenstein, geschreven vóór de revolutie in Turkije, „De Zionistische Palestina-arbeid", door Ad. Böhm, „Het Zionisme" door Dr. A. van Raalte (1912). Ook kwamen uit: „Het Zionisme" van Dr. J. H. Dunner, Opperrabbijn te Amsterdam (overleden 1911), „Erets israël" van J. H. Kann (1908), ook in 't Duitsch en Fransch vertaald, „Palestina" door Ed. Pool, „Kichinew en Zionisme" door Dr. E. Hildesheim, „Zionistisch Schetsboek" door A. B. Kleerekoper (1907), „Pro en Contra" {Franzie Berenstein en A. B. Davids) en „Het Z." door mr. lsidore Hen. Verder zij verwezen naar het „Zionistisch Studentenjaarboekje" en het „Tweede Zionistisch Studentenjaarboekje", verschenen in 1909 en 1911, uitgaven van de Nederlandsche Zionistische Studentenorganisatie, eene zelfs tandigevereeniging van Zionisstische studenten, die in nauwe relatie staat met den Nederlandschen Zionistenbond.

Zionistenbond Nederlandsche. Zie Zionisme.

Zionskerk, Ciiristelijk-Katholieke. Zie Dowie, John Alexander.

Zip&quira (Cipajuira), een plaats in het departement Cundinamarca van de Z. Amerikaansche republiek Columbia, ligt op 50 km. afstand van Bogota aan de Boven-Rio Funza, bezit een landbouwschool, een bibliotheek en een ziekenhuis. De plaats, welke ongeveer 10 000 inwoners telt, vormt het middelpunt van den zout- en steenkoolhandel van het departement.

Zipora. Zie Zippora.

Zippora of Zipora (Hebreeuwsch = Vogel) was

Sluiten