Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ticut), in amfiboliet van Renstrew (Canada), in basalt van Auvergne en het Zevengebergte, in kalk van Hammond (New-York) en in mikroskopisch kleine kristallen in verschillende eruptieve gesteenten. De fraai gekleurde, doorschijnende variëteiten van zirkoon, welke los in het rivierzand op Ceylon, in Nederlandsch O. Indië, alsmede inN. Carolinaen Nieuw- Z. Wales worden gevonden, vinden aftrek als edelgesteente. De roode komen als hyacinth, de bleekgele als jargon in den handel. Ondoorschijnende variëteiten worden gebruikt voor tappannen in uurwerken en fijne balansen.

Zisel. Zie Zeesel.

Ziska von Trocnow, Johann, veldheer der Hussieten, geboren omstreeks 1370 te Trocnow in het arrondissement Budweis uit een geslacht, dat tot den lageren adel behoorde, verloor volgens de berichten van Aeneas Silvius als knaap het rechter oog en bracht zijn jongelingsjaren door als edelknaap aan het hof van koning Wenzel. Als vrijwilliger voegde hij zich in 1400 bij de bende, die uit Bohemen en Hongarije de ridders der Duitsche Orde te hulp kwam tegen de Polen en Lithauërs. Hij nam deel aan den slag bij Tannenberg (1B Juli 1410), aan de veldtochten der Hongaren tegen de Turken, streed daarop in de Engelsche gelederen tegen de Franschen, behaalde grooten roem in den slag bij Azincourt (1415) en schaarde zich, na zijn terugkeer in Bohemen, in 1419 aan de zijde der Hussieten. Hij organiseerde hun ver¬

spreide strijdkrachten en stichtte in 1421 de vesting Tabor, waarna de strenge Hussieten ook den naam vanTaborieten ontvingen. Om Praag tegen keizer Sigismund te verdedigen, verschanste hij zich op den berg Witkow. Hier behaalde hij een schitterende overwinning op Sigismund, waarom de berg sedert dien tijd den naam van Ziskaberg draagt. In

Januari 14cl versloeg hij Ziska. den keizer bij Deutsch-

Brod. Aan het hoofd der Taborieten streed hij vervolgens tegen de gematigde Calixtijnen en verwoestte de bezittingen van dezen. Hoewel hij bij de belegering van het kasteel Raby in 1421 door een pijlschot ook zijn ander oog verloren had, bestuurde hij volgens de beschrijving, die men hem gaf van het terrein, de veldslagen en behaalde met zijn „onoverwinnelijk broederlegioen" meestal de overwinning. Hij overleed gedurende de belegering van Przibislaw den ll"en October 1424 aan de pest. Zijn stoffelijk overschot werd in de St. Pieters- en Pauluskerk te Tschaslau bijgezet en zijn lievelingswapen, een ijzeren strijdkolf, boven zijn graf opgehangen. Het grafmonument werd in 1623 op bevel van den keizer gesloopt en het gebeente van Ziska verwijderd. In 1910 werd het graf in de kerk te Tschaslau teruggevonden. TePrizbislawwerd in 1874 een standbeeld voor Ziska opgericht. Zijn geschiedenis is dichterlijk behandeld door Alfred Meiszner.

Zitek. Joseph, een Duitsch bouwkundige, geboren te Praag den 4den April 1832, ontving zijn op¬

leiding aldaar en aan de school voor schoone bouwkunst te Weenen. Vervolgens reisde hij in Italië, Duitschland, België en Frankrijk, kwam in Napels in aanraking met Preller en werd op aanbeveling van hem en van Cornelius in 1863 belast met het bouwen van het groothertogelijk museum te Weimar. Later werd hij professor in de bouwkunst aan de technische school te Praag. Toen deze gesplitst werd in een Czechische en Duitsche school, bleef hij met den titel van „K. K. Regierungsrat" aan laatstgenoemde afdeeling verbonden, totdat hij in 1903 zijn ontslag nam. Hij heeft een bijzondere voorliefde voor de Italiaansche renaissance. Van de door hem ontworpen gebouwen vermelden wij: den nationalen schouwburg te Praag, het Rudolphinum aldaar (met professor J. Schulz), de Mühl-und Neubrunnenkolonnade te Karlsbad en het kunstenaarsgebouw^te Praag.

Zitelmann, Ernst, een Duitsch rechtsgeleerde, een broeder van den schrijver Konrad Zitelmann (zie Telman), geboren den 7den Augustus 1852 te Stettin, studeerde te Heidelberg, Leipzig en Bonn, promoveerde in 1873 en vestigde zich, nadat hij eenigen tijd te Stettin in een rechterlijke betrekking werkzaam was geweest, in 1876 als privaat-docent te Göttingen. Hij werd aldaar in 1879 buitengewoon hoogleeraar, vertrok in hetzelfde jaar als gewoon hoogleeraar naar Rostock, in 1881 naar Halle en in 1884 naar Bonn, waar hij tot geheim justitieraad werd benoemd. Van zijn werken noemen wij: „Begriff und Wesen der juristischen Personen" (1873), „Irrtum und Rechtsgeschaft" (1879), „Das Recht von Gortyn" (met Bücheler, 1885), „Die Rechtsgeschafte im Entwurf eines bürgerlichen Gesetzbuchs für das Deutsche Reich" (2 dln., 1889 —1890), „Internationals Privatrecht" (2 dln., 1897—1903), „Das Recht des bürgerlichen Gesetzbuchs" (dl. 1, 1900), „Zum Grenzstreit zwischen Reichs- und Landesrecht" (1902) en „Die Haftung des Arztes aus arztlicher Behandlung" (1908). Met Niemeyer geeft hij sedert 1908 „Quellen zum internationalen Privatrecht" uit. Verder schreef hij: ,,Gedichte"(1881), „Memento vivere" (2de druk, 1900), „Radienmgen und Momentaufnahmen" (2de en 3de druk, 1905) en „Der Rhythmus des fünffiiszigen Jambus" (1907).

Zitelmann, Iionrad. Zie Telman, Konrad.

Zittan, of Chytawa, vroeger de derde onder de Zes Steden der Oberlausitz, thans de belangrijkste en volkrijkste stad van het Saksische distrikt Bautzen, ligt op den linker oever van de Mandau, niet ver van de plaats, waar deze uitmondt in de Neisse. Zij is het vereenigingspunt van een aantal spoorwegen, bezit 7 Protestantsche kerken, een nieuwe Roomsch-Katholieke kerk, een synagoge, een in Romaanschen stijl gebouwd stadhuis, standbeelden voor Marschner, Bismarck en Haierkorn, een lakenhal, een schouwburg, een fraaie badinrichting en (1905) 34 719 inwoners. Men vindt er twee gymnasia, een handelsschool, een hoogere weefschool, een bouwkundige school met een school voor grondwerk enz. De stad is bezitster van een uitgestrekt grondgebied met veel bosch, bezit heerlijke rechten over 32 dorpen en het collatierecht van veel kerkelijke gemeenten. De nijverheid is van veel belang; men vindt er orleansweverijen, katoenspinnerijen, laken-, wol- en katoenweverijen, fabrieken voor passementen, vilt, spiraalveeren, rijwielen, kunstbloemen, jalousieën, machines, voorwerpen van hout en

Sluiten