Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vat. Het werd vroeger vooral aangewend bij de behandeling van syphilis en is uitgevonden door den Duitschen geneeskundige Johann Friedrich Zittmann (1671—1757).

Zizania L. (haverrijst) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Grassen (Gramineae). Het bevat overblijvende grassoorten der warmere gewesten. Z. aquatica L. (wilde waterrijst) vindt men ia de stilstaande wateren van NoordAmerika. Deze plant wordt 2 tot 3 m. hoog en haar vrucht door de Indianen in Wisconsin en Michigan, alsmede door de jagers en pelshandelaars in Canada als graan gebruikt. Zij vereischt een zelfden grond als rijst, maar tiert in veel kouder gewesten. Ook ijl Midden-Europa heeft men daarvan wel eens rijp zaad gekregen.

Zizius, een Duitsch beoefenaar der volkshuishoudkunde en statistiek, geboren in 1772 te Herzman-Miesters in Bohemen, studeerde te Brünn, 01mütz en Weenen in de rechten en in de staatkundige wetenschappen'en hield reeds in 1793 te Weenen voorlezingen over politiek. Hoewel hij een leerstoel bij de universiteit bekleedde, verkreeg hij in 1795 een ambtelijke betrekking en werd tevens leeraar aan de Theresiaansche ridderacademie. In 1804 promoveerde hij tot doctor in de rechten, werd in 1810 lid der Hofcommissie voor politieke wetgeving en in hetzelfde jaar gewoon hoogleeraar aan de universiteit. Hij overleed in 1824. Hij behoorde tot de stichters en tot de redactie van de „Wiener Literaturzeitung" en schreef voorts: „Juristisch-politische'Bemerkungen über den Begriff einer Republik" (1803), „Theoretische Vorbereitung und Einleitung zur Statistik" (1811), „Oekonomisch-politische Betrachtung über die Handelsbilanz" (1812) en „Bemerkungen über das neue Grundsteuersystem" (1823).

Zizkow, een plaats in Bohemen, gelegen op de Z. lijke helling van den Zizkaberg, is een voorstad van Praag, de zetel van een distriktsbestuur en -rechtbank, bezit een Czechisch gymnasium en een Czechische hoogere burgerschool, heeft patroon-, slaghoedjes- en machinefabrieken, een electrische centrale, een gasfabriek van Praag, fabrieken voor metaalwaren, scheikundige produkten, aetherische oliën, weegschalen, gewichten enz. en telt (1900) 59 326 Czechische inwoners.

Zizyphus Muell. et Gaertn. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Rhamneeën. Het omvat heesters of kleine boomen, die in warme gewesten te huis behooren en zich onderscheiden door roedevormige twijgen, afwisselende bladeren, vaak doornige steunbladen, in bijschermen geplaatste bloemen en sappige, wel eens eetbare steenvruchten met een 2- tot 3-hokkige steenkern. Z. mlgaris Lam. levert de jujubes (zie aldaar). Deze is een heester of kleine boom met in 2 rijen gerangschikte, kort gestoelde, eironde of langwerpige, fijn gezaagde bladeren, paarsgewijs geplaatste doornen, van welke de éen recht en de ander achterwaarts gebogen is, zeer kort gestoelde, tot kleine, okselstandige trossen vereenigde, gele bloemen en donkerroode, slijmige, zeer zoete steenvruchten. Deze plant werd door de Romeinen ten tijde van Augustus uit Syrië naar Italië overgebracht, en vanhier is zij over het zuiden van geheel Europa tot aan den voet der Alpen verspreid. De vruchten, die zoo groot zijn als olijven of als pruimen, worden als ooft genuttigd. Z. lotus

Lam. is een heester ter hoogte van omstreeks I'/ï m. en groeit aan de kust van Noord-Afrika en in het zuiden van Europa. Deze plant onderscheidt zich door bleeke bladeren,kleine,witte bloemen en eenigszins roode vruchten, welke echter niet zoo groot, niet zoo zoet en niet zoo smakelijk zijn als die der eerstvermelde soort. Volgens het algemeen gevoelen is zij de lotusboom der Ouden, wiens vruchten volgens Homerus en Hesiodus het voornaamste voedsel der Lothophagen vormden. Volgens Homerus (Odyssee IX) was deze vrucht zoo heerlijk van smaak, dat de vreemdelingen daardoor genezen werden van het heimwee. Ook thans nog eten de kustbewoners aan de Kleine Syrte deze vrucht, voeden daarmede hun vee en bereiden daarvan een drank. Z. Spina Christi Willd. is een heester of kleine boom in Palestina, Egypte en Berberije met vruchten ter grootte van een kleine walnoot, die een samentrekkende werking hebben en in rijpen toestand met graagte worden genuttigd. Men zegt, dat de doornenkroon van Christus van takken van dezen boom gevlochten werd. Z. jujuba Lam., de echte jujubenboom, groeit tot een aanzienlijke hoogte in Oost-Indië en heeft zijdeachtige bladeren, witte bloemen en gele vruchten ter grootte van duiveneieren, welke naar appels smaken en ingelegd worden.

Zjermez, Adam Kareisen, ook wel Adam Kareis van Germes geheeten, was in de eerste helft der 17de eeuw een beroemd tooneelkunstenaar bij den Amsterdamschen Schouwburg. Hij werd o. a. geprezen door Hoojt, Brandt, Van Baerle en Anslo en met Roscius, den leermeester van Cicero, vergeleken. Brandt en Francius ontvingen o.a. onderricht van hem. Hij is inzonderheid bekend geworden door het uitspreken van Brandis „Lijkrede op Hooft." Zelf heeft hij ook eenige werken geschreven. Zijn eerste drama, getiteld: „Vervolgde Laura, blyeindend treurspel" (1645 en 1679), is opgedragen aan de regenten van het Amsterdamsche Weeshuis. Zijn tweede drama: „Klaagende Kleazjenor en dooiende Doriste" (1650) droeg hij op aan mejuffrouw Cornelia Bikkers, zijn derde drama was: „Eduard, anders standvastige weduwe, blijeindend hofspel" (1660). Zij zijn gezamenlijk uitgegeven te Leiden in 1716.

Zlatovratsky, Nicolaas Nieolajewitsj, een Russisch schrijver, geboren in 1845 te Wladimir, studeerde aldaar en vertoefde vervolgens eenigen tijd te Moskou en Sint Petersburg. Hij trad eerst onder het pseudoniem de kleine Stchedrine op met een aantal tafereelen uit het landleven, vervolgens verschenen van hem een aantal romans, waarin hij verschillende sociale vragen behandelt. Hiertoe behooren o. a. „Gouden harten", „De vagebond", „De familie Kremlev" en „De heeren Karavaev."

Zloczow, een stad in Galicië, aan den Belzec, een zijrivier van de Boeg, en aan een spoorweg gelegen, is de zetel van een paar rechtbanken, heeft een oud versterkt slot, dat thans tot kazerne is ingericht, een klooster van de Basilianen, 2 GriekschKatholieke kerken, een synagoge, eenige nijverheid en telt (1900) 11 842 inwoners.

Znaim, in het Czechisch Znojmo, een stad met eigen statuten in Moravië, ligt aan den linker oever van de Thaya, 289 m. boven den zeespiegel in een vruchtbare streek en is een station van 2 spoorwegen. De plaats bezit een Gotische kerk van 1348, een Dominicaner klooster (1222 gesticht), een Go-

Sluiten