Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pjes, kosmische stof, welke de aarde, evenals de ringen van Saturnus, zou omgeven. Volgens anderen is het een lensvormige stofbal, welke de zon omgeeft. Förster meent, dat het een aanhangsel van de aarde is, iets als een kometenstaart; volgens Seeliger is het een gordel van zeer dun verdeelde deeltjes, welke de zon op den afstand van de aarde omringt. Daardoor zou ook de tegenschijn verklaard worden. Hij wijst erop, dat deze kosmische massa's een aantrekking op de binnenplaneten uitoefenen, waaruit de voortgaande beweging van het Mercurius-perihelium kan worden verklaard. Op grond van aannemelijke veronderstelling omtrent de dichtheidsverhoudingen van deze kosmische massa's, vindt hij voor de geheele massa van het zodiakaallicht de helft van die van Mercurius en daaruit waarden voor de storingen op de baan van deze planeet, alsmede op die van Venus, Aarde en Mars, welke met de uit de waarneming berekende volkomen overeenstemmen.

Zodiakbekers noemt men koperen of bronzen bekers voor offerwater, die men vooral in OostJava heeft gevonden en die thans nog door de Tenggereezen worden gebruikt bij allerlei plechtigheden. Die,welke men in Oost-Java heeft gevonden, zijn meest afkomstig uit den bloeitijd van het rijk van Modjopaït. De tegenwoordige Javaansche naam përasèn is afgeleid van rasi, een verbastering van het Indische woord ra<;ï, waarmee de teekens van den Dierenriem worden aangeduid. De zodiakbekers zijn wijde kommen met rechte wanden en een platten bodem. Boven den onderrand is een rij van 12 figuren, de teekens van den Dierenriem voorstellende, en reliëf aangebracht. Op den bovenrand vindt men weder 12 figuren, waarschijnlijk de goden van de sterrenbeelden. Daartusschen zijn allerlei andere figuren aangebracht, soms ook een jaartal.

Zoë, in de 10de eeuw keizerin van het Byzantijnsche rijk, was eerst de minnares van keizer Leo VI, die haar, nadat zij hem een zoon, den lateren Constantijn F///, had geschonken, huwde, ondanks den tegenstand van de geestelijken, inzonderheid van den patriarch Nicolaas, tegen dit vierde huwelijk van den keizer. Na den dood van Leo VI (911) werd Constantijn tot keizer uitgeroepen. Zoë, die gedurende eenigen tijd verbannen was geweest, keerde in 914 als regentes terug, doch had voortdurend te strijden tegen intrigues van eerzuchtige legeraanvoerders, zooals Leo Phokas en Romanos Lakapenos. In 919 werd zij door den laatste ten val gebracht.

Zoë, keizerin van het Byzantijnsche rijk, een kleindochter van de voorgaande en de dochter van keizer Constantijn VIII, werd geboren omstreeks 978 en kwam in 1028 op den troon door haar huwelijk met Romanos 111, die door haar vader tot zijn opvolger was bestemd. Dezen liet zij door haar minnaar in 1034 ombrengen, die daarna met haar in het huwelijk trad en onder den naam Michaël IV als keizer werd erkend. Na zijn dood (1041) nam zij Michaëls neef als zoon aan, die als Michaël V den troon beklom. In 1042 werd hij echter van den troon vervallen verklaard, waarop Zoë met haar zuster Theodora de regeering aanvaardde. In 1042 trad zij in het huwelijk met Constantijn IX, die haar geheel verwaarloosde voor zijn minnares Sklerena. Zij overleed in 1050.

Zoeaven, in het Fransch Zouaves, is oorspronkelijk de naam van de inwoners van het distrikt Zoeavea (Zoeavia) bij het Dsjoerdsjoeragebergte in

de Algerijnsche provincie Constantine. Die inwoners bekend wegens hun dapperheid, dienden van ouds, in Barberije als huurtroepen. Daarom gaf men in de Noord-Afrikaansche staten dezen'naam aan de huurbenden, welke de lijfwacht vormden van dey's en bey's van Tripolis, Tunis en Algerië. Het Fransclie bewind behield na de verovering van Algerië in 1830 die huurtroepen, in de hoop daardoor een toenadering met de inboorlingen te bevorderen. Deze troepen behielden deTschilderachtige Turksche kleeding en werden weldra'door hun dapperheid bekend, zoodat vele Franschen daarbij dienst namen. In 1833 bevatte het Zoeavenregiment slechts 2 compagnieën inboorlingen, waarbij zich echter ook nog Franschen bevonden. Nadat vele inboorlingen naar Abd-el-Kader waren overgeloopen, werden in 1839 beide elementen gescheiden en de Zoeaventroepen alleen uit Franschen aangevuld, terwijl de inboorlingen bij de in 1842 opgerichte regimenten Algerijnsche tirailleurs (zie Twko's) werden geplaatst. Tegenwoordig zijn er 4 regimenten Zoeaven. In den Krimoorlog verwierven lij zich den naam van elitetroepen, ooklater in Italië, Mexico, Tunesië en Tonkin hebben zij goede diensten bewezen.

Zo eg-a. Johann Georg, een Deensch oudheidkundige, geboren den 208tc" December 1755 te Dahler in Jütland, studeerde te Göttingen, volbracht daarop bij herhaling reizen naar Italië en vestigde zich in 1783 voor goed te Rome, waar hij zich geheel en al wijdde aan oudheidkundige studiën. In 1798 werd hij benoemd tot Deensch consul in den Kerkelijken Staat. Reeds voor dien tijd was hij overgegaan tot den R. Katholieken godsdienst. Hij'overleed te Rome den 10aen Februari 1809. Van zijn'geschriften vermelden wij: „Nummi Aegyptiiimperatorii"(1787), „De origine et usu obeliscorum"(1797), „I bassirilievi, antichi di Roma, incisi da Tom.*Piroli"(2 dln., 1808) en zijn hoofdwerk: „Catalogus codicum copticorum manusscriptorum qui in museo Borgiano Velitris adservantur"(1810). Zijn „Zerstreute Abhandlungen" zijn in 1817 door Wekker in het licht gegeven.

Zoeloekafifers. Zie Kaffers en Zoeloeland.

Zoeloeland, het noordelijk gedeelte van de Britsche kolonie Natal, werd, nadat het in 1895 met Tongaland werd vergroot, in 1897 met Natal vereenigd. Het wordt begrensd door PortugeeschMozambique, de Transvaalkolonie en den Indischen Oceaan, beslaat een oppervlakte van 27 064 v. km. en telt 201 635 inwoners, waaronder 1 305 blanken. Het land is aan de kust vlak, doch loopt naar het binnenland toe op. De voornaamste rivieren zijn de Toegela met de Buffalo, de Oemlhatoezi, de Oemvolosi, de Mkoesi en de Pongola. Men treft er bosschen met kostbare houtsoorten aan. Het klimaat is aan de kust zeer heet en over het geheel ongezond, het binnenland echter is gezond, vruchtbaar en bezit fraaie landschappen. Vroeger leefden er een groot aantal wilde dieren, waarvan luipaarden, hyena's en vergiftige slangen zijn overgebleven. Antilopen worden door de wet beschermd. Runderen, schapen, geiten en paarden worden ingroote kudden gehouden. De voornaamste landbouwprodukten zijn: maïs, kafferkoren, boonen, pompoenen en bataten; de kustvlakten leveren koffie, thee, katoen en suiker. Goud, ijzer en anthraciet zijn de voornaamste delfstoffen.

Sluiten