Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorspronkelijke bewoners vanhetland, Zoeloe1 s, Zoeloekaffers of Amazoeloe's geheeten, behooren tot de kaffers (zie aldaar), hun gelaatstrekken zijn echter regelmatiger dan die van hun stamverwanten, hun lichaam is beter geproportionneerd. Thans behooren tot de Zoeloe's een aantal volkeren, die oorspronkelijk van hen verschilden, doch na hun onderwerping de taal en de zeden van de Zoeloe's aannamen. De zetel van den commissaris van Zoeloeland is Eshowe; hier woont ook het laatste opperhoofd van de Zoeloe's, Dinizoeloe, die als ambtenaar van de Britsche regeering een jaargeld geniet. De spoorweg, die van Durban langs de kust loopt, bereikt ongeveer het midden van Zoeloeland. De Zoeloe's onderwierpen zich onder hun hoofden Tsjaka (tot 1828), Dingaan (1828—1839, f 1840), Panda of Oemgande (1839—1867, f 1872) en Cetewayo (sedert 1858) aaji het kustland van het tegenwoordige Natal, dat eerst in 1842 Engelsch werd. Met de Boeren voerden zij voortdurend oorlog, met de Engelschen leefden zij aanvankelijk in vrede, totdat Cetewayo het militairdespotisme in zijn land nog meer ontwikkelde en een leger van 40 000 man organiseerde. Toen hij de ontbinding daarvan weigerde, zond sir Bartle Frere, de gouverneur van de Kaapkolonie, een leger onder aanvoerig van lord Chelmsford naar Zoeloeland. Nadat bij Isandoela een gedeelte daarvan verslagen en bij de Hyotoyozi prins Napoleon was gedood, behaalde Chelmsford bij Oeloendi de overwinning op Cetewayo en nam hem in het Ngomewoud gevangen. Zoeloeland werd onder acht inlandsche hoofden verdeeld, die onder toezicht van een Britschen regent stonden. Gladstone gaf echter aan Cetewayo, die in 1882 Engeland bezocht, een gedeelte van zijn koninkrijk terug. Hij werd echter in 1883 door het inlandsch hoofd Oesibepoe overvallen en op de vlucht gedreven. Hij begaf zich naar Eshowe, waar hij den 8Bten Februari 1884 overleed. Zijn zoon Dinizoeloe werd intusschen door een groote partij als rechtmatig vorst erkend en zocht hulp bij de Boeren. Door dezen geholpen verjoeg hij Oesibepoe en verkreeg het gezag over geheel Zoeloeland. Tot belooning schonk hij aan de Boeren het noordelijk gedeelte van zijn gebied, en dezen vestigden er den 16den Augustus 1884 de Nieuwe Republiek. Allengs namen de Boeren geheel Zoeloeland in bezit, zoodat de Nieuwe Republiek zich weldra uitstrekte tot aan de Zee, waar zij aanspraak maakte op de kust tusschen de St. Luciabaai en de Toegela. Hier had reeds in 1884 de Duitsche reiziger Einwald een zeker grondgebied ten behoeve van de firma Luderitz te Bremen van Dinizoeloe verkregen, maar Engeland deed oudere rechten gelden, zoodat Duitschland in Mei 1885 alle aanspraak op dat grondgebied liet varen.Engeland sloot met de Nieuwe Republiek in 1886 een verdrag, waardoor de verbinding van de Boeren met de zee verhinderd werd. Tevens werd het overig deel van Zoeloeland onder het bestuur van den gouverneur van Natal geplaatst. In 1895 werd ook het Tongaland onder het bestuur van Zoeloeland gesteld en den 30Bten December 1897 werden beide als de provincie Zoeloe bij de Britsche kolonie Natal ingelijfd.

In December 1907 werd Dinizoeloe, onder beschuldiging van deelneming aan een opstand der inboorlingen van Natal (1906) en den daarbij plaats gevonden moord op Engelsch gezinde hoofden, gevangen genomen en door een bijzondere rechtbank in Maart 1909 tot vier jaren gevangenis veroordeeld. In Juni

1910 werd hij evenwel door Botha, als minister-president op vrije voeten gesteld.

Zoesius, Nicolaas, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Amersfoort den 6den Augustus 1564, studeerde en promoveerde te Leuven in de rechten, omhelsde den geestelijken stand en vergezelde Johan Vandulle, bisschop van Doornik, als secretaris naar Rome. Daarna werd hij kanunnik en officiaal te Doornik, toen requestmeester bij den Hoogen Raad te Mechelen en in 1615 bisschop van 's Hertogenbosch. Hier herstelde hij het seminarium, terwijl hij een tweede seminarium stichtte te Leuven. Van zijn hand verscheen „Vita Johannis Vandullii, episcopi Tornacencis"(1618). Hij overleed den 22eten Augustus 1625 te Leuven.

Zoesius, Thomas, een Nederlandsch rechtsgeleerde, geboren te Amersfoort, studeerde en promoveerde te Utrecht, waar hij vervolgens raadsheer bij het gerechtshof werd. De burgertwisten gaven hem echter aanleiding, Utrecht te verlaten, waarna hij in 1584 benoemd werd tot buitengewoon hoogleeraar in de rechten te Leiden. Ofschoon de burgemeester, die hem verdachtvanveranderlijke gezindheid jegens de hervormde leer, tegen zijn benoeming gekant was, werd hij er eerlang hoogleeraar en verkreeg in 1593 eervol ontslag. Daarna vertrok hij naar Duitschland, waar hij benoemd werd tot hoogleeraar in de rechten te Tubingen. Hij overleed in 1598.

Zoesius, Gerard, een Nederlandsch geleerde, geboren te Amersfoort in 1579, trad te Doornik in de Orde der Jezuïeten, vestigde zich in Brabant en vertaalde een reeks van werken, meerendeels van stichtelijken aard, uithetLatijninhetNederlandsch. Hij overleed den 30sten September 1628 te Mechelen.

Zoesius, Henricus, een Nederlandsch geleerde, vermoedelijk een broeder van den voorgaande, geboren in 1571 te Amersfoort, studeerde te Leuven in de Grieksche taal, de wijsbegeerte en de rechten en deed vervolgens met graaf Christoffel van Elten een reis naar Spanje, waar hij gedurende eenigen tijd de hoogeschool te Salamanca bezocht. Na zijn terugkeer te Leuven verkreeg hij het licentiaat in de rechten en werd er in 1606 benoemd tot hoogleeraar in het Grieksch en later in de rechten. Hij overleed den 26Bten Februari 1627 te Leuven. Na zijn dood verschenen van hem: „Commentarii ad Pandectas" (1651 en later), „Commentarii ad Institutiones Imperiales"(2ae druk, 1653), „Commentarii ad juscanonicum"(2de druk, 1668), Commentarii paratitulares ad Codicem"(1710) en Commentarii ad Decretales et Epistolae Gregorii noni"(1683).

Zo eter woud e, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 3058 H.A. groot met (1910) 4 078 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Hazerswoude, Benthuizen, Zoetermeer, Stompwijk, Voorschoten en Oegstgeest. De bodem bestaat uit klei- en veengrond. Landbouw, veeteelt, zuivelbereiding en nijverheid zijn de voornaamste middelen van bestaan. Tot de gemeente behooren de dorpen Zoeterwoude, Zoeterwoude-aan-den-Rijndijk en Zuidbuurt, benevens een aantal gehuchten. Zoeterwoude is een oude heerlijkheid.

Het dorp Zoeterwoude bezit een Hervormde kerk en een station van den spoorweg Leiden—Woerden. Vóór de Hervorming bezaten de Malthezer ridders aldaar vele goederen.

Zoethout (Glycyrhiza glabra) is de naam van een plant, welke tot de familie der Vlinderbloemigen

Sluiten