Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selen (anodonia) en de rivierparelmosselen (margaritana margaritifera).

Zoetwaterpolyp (Hydra L.) of Armpolyp, één van de weinige geslachten der coelenteraten, die in zoet water leven, behoort tot de orde der hydroïdpolypen. Zij heeft een buisvormig lichaam ter lengte van ongeveer 5 mm. en voor aan den bek 6—8 tentakels, die 20 mm. lang kunnen worden en met netelcellen zijn bedekt. Hij zit met zijn voetschijf dikwijls aan de onderzijde van de bladeren van eendenkroos en andere waterplanten en vangt zijn voedsel (kleine kreeften enz.) met de tentakels. De voortplanting heeft geslachtelijk en ongeslachtelijk (knopvorming) plaats. Bij ons zijn drie soorten inheemsch, n.1. de groene armpolyp (hydra viridis), de grijze armpolyp (hydra grisea) en de gewone armpolyp (hydra vulgaris).

Zofingen. een landstadje in het Zwitsersche kanton Aargau, ligt aan 2 spoorwegen en een vruchtbare, door de Wigger besproeide vlakte, heeft een bloeiende textielnijverheid en telt (1900) 4 601 inwoners.De stadsbibliotheek, gevestigd in het nieuwe museum, telt meer dan 20 000 boekdeelen, waaronder onderscheidene handschriften van Zwitsersche Hervormers. Verder vindt men er een museum voor natuurlijke historie, een verzameling munten, een doofstommeninstituut en een middelbare school voor jongens en meisjes. Zofingen bezat reeds zeer vroeg het muntrecht, in een oorkonde van 1 201 werd het een bezitting van den graaf van Froburg genoemd, in 1295 ging het door aankoop over aan Oostenrijk, in 1415 werd het met het W. van Aargau door Bern veroverd.

Zohar of Sohar is het voornaamste werk van de Kabbala (zie aldaar). Het is in onjuist Arameesch in den vorm van een commentaar bij den Pentateuch geschreven en werd eeuwen lang als een heilig boek hoog vereerd. Door de vermenging van Nieuw-Platonische, gnostische, Aristoteliaansche en Joodschallegorische begrippen heeft het de ontwikkeling van het Jodendom tegengehouden. Het wordt dikwijls toegeschreven aan Simon ben Jochai, doch is waarschijnlijk afkomstig van Mozes ben Schemtob de Leon uit Spanje.

Zoïlos, een Grieksch dichter uit de 4de eeuw v. Chr., was geboren te Amphipolis en berucht als een scherp, doch kleingeestig beoordeelaar van de gedichten van Homeros, weshalve hij ook wel Homeromastix (Geesel van Homeros) genoemd wordt. Naar hem wordt ook nog in onzen tijd een overdreven scherpe of kwaadaardige beoordeelaar met den naam van Zoïlos bestempeld.

Zola, Emile, een Fransch romanschrijver, geboren te Parijs den 2den April 1840, was de zoon van een Italiaansch ingenieur, die den aanleg van het Kanaal Zola in Provence leidde en in 1847 te Aix overleed, waar de zoon zijn jeugd doorbracht. Sedert 1858 bezocht hij het lyceum St. Louis te Parijs, vervolgens was hij in de zaak van den boekhandelaar Hachette werkzaam. In zijn vrije uren legde hij zich op het schrijven toe, en er verschenen o.a. een aantal letterkundige en tooneelkundige kritieken van zij e hand.Zijneerste romans:,.Les mystèresdeMarseilles" en „Le voeu d'une morte" trokken niet zeer de aandacht; eerst zijn „Contes & Ninon"(1864), „Confession de Claude"(1865) en „Thérèse Raquin" deden algemeene belangstelling voorden schrijverontstaan. Vooral laatstgenoemd werk, waarin hij met talent

de donkere zijden van het menschelijk karakter schildert, geeft duidelijk de richting aan, die de schrijver bij het grootste deel van- zijn latere werken zou inslaan. In 1868 verscheen „Madeleine Férat" (1868), een studie over het noodlottige van den erfelijken aanleg. Hetzelfde thema behandelde hij stelselmatig in den grooten romancyclus: „les RougonMacquart, histoire naturelle et sociale d'une familie sous le second empire". Dit werk omvat 20 deelen, n.1.: „La fortune des Rougon"(1871), „La curée" (1872), „Le ventre de Paris", „La conquête de Plassans", „La faute de 1'abbé Mouret", „Son Excellence Eugène Rougon", „L'Assommoir", een werk, waarin hij op meesterlijke wijze de gevolgen van de dronkenschap in Parijsche arbeiderskringen schildert (1876), „Une page d'amour", ,,Nana"(1880), „Pot-Bouille", „Au bonheur des dames", „La joie de vivre" (1885), ,,Germinal"(1885), „L'Oeuvre", „La Terre", „Le Rêve", „La béte humaine", „L'Argent", „La Débacle" (1892) en „Le Docteur Pascal"(1893). Al deze werken verschenen in groote oplagen, vooral „L'Assommoir"(tot 1908 162 000 exemplaren verkocht), „Nana"(203 000 exemplaren), „La Terre (150 000 exemplaren) en „La Débacle" 224 000 exemplaren). De grondgedachte van het geheele werk wordt door den schrijver in de voorrede van het eerste deel ontwikkeld. Hij wil, door het naspeuren van de wetten der erfelijkheid, die volgens hem evenzeer van kracht zijn als de natuurkundige wetten, en van den invloed der omgeving de schakels opsporen, waardoor de eene mensch met den anderen is verbonden. De wijze, waarop hij zijn begrippen over deze vraagstukken heeft ontwikkeld, heeft hem van den eenen kant hevige tegenstanders, van den anderen kant onbegrensde bewonderaars bezorgd. In elk geval is hij er door de besliste leider van het naturalisme geworden, dat eerst in Frankrijk, vervolgens ook in andere landen grooten invloed had. Het grondbeginsel van de realisten, dat de schrijver alles mag beschrijven, waardoor de handelingen van den mensch worden bepaald, dat hij aan de waarheid verplicht is,niets teverzwijgenenniets te verbloemen, heeft hij met onverbiddelijke strengheid doorgevoerd. Op „Les Rougon-Macquart" volgde de trilogie „Lourdes", „Rome" en „Paris"(1894—1898), de levensbeschrijving van een dweepzieken, jongen priester, die socialist en vrijdenker wordt. Behalve door zijn romans, heeft hij invloed uitgeoefend door zijn kritieken, die aanvankelijk in „Voltaire", „Figaro" en „Der europaische Bote" verschenen. Zijn eersten bundel verhandelingen over verschillende schrijvers en werken van zijn tijd gaf hij den karakteristieken titel „Mes haines"(1866, 2ae druk, 1879), Daarop volgden: „Le roman expérimental" (1880), „Les romanciers naturalistes", „Le naturalisme au théatre", „Nos auteurs dramatiques", „Documents littéraires" (1881), „Une campagne"(1880—1891) en „Nouvelle campagne"(1896). Ook door middel van het tooneel heeft Zola zijn denkbeelden trachten te verspreiden; hier heeft hij echter geen blijvend succes gehad. Sommige romans bewerkte hij alleen voor het tooneel, voor andere verleende William Busnach zijn medewerking. Het meeste succes hadden „L'Assommoir", „Le ventre de Paris" en „Nana", die met behulp van Busnach waren bewerkt; „Thérèse Raquin" en „Bouton de Rose" werden uitgefloten, „Germinal" verdween na 17 voorstellingen van het répertoire, „Renée", een bewerking van „La Curée",

XVI

32

Sluiten