Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche opera te Antwerpen. Hij componeerde een aantal werken voor zangkoren, oratoria, een symfonie en verschillende opera's, o.a. „Frithjof", „Faust", „Der Überfall", „Bei Sedan", „Das hölzerne Schwert" en „Die versunkene Glocke."

Zöllner, Andreas, een Duitsch componist, in 1804 te Arnstadt geboren, overleed in 1862 als muziekdirecteur te Heiningen. Evenals Karl Friedrich Zöllner, met wien hij dikwijls verwisseld wordt, componeerde hij een aantal liederen voor mannenkoren. Van hem zijn o.a.: „Gebet der Erde", „Streit der Wein- und Wassertrinker" en „Doppelstandchen."

Zöllner, Johann Karl Friedrich, een Duitsch natuur- en sterrenkundige, geboren te Berlijn den 8stel1 November 1834, studeerde te Berlijn en te Bazel, vestigde zich in 1865 te Leipzig als privaatdocent, werd in 1866 aldaar buitengewoon en in 1872 gewoon hoogleeraar in de physische sterrenkunde. Hij overleed aldaar den 25slen April 1882. In 1869 werd hij lid van het Saksisch Genootschap van Wetenschappen. Vooral maakte hij zich verdienstelijk door het bevorderen van de photometrie der hemellichamen, welke hij behandelde in: „Grundzüge der allgemeinen Photometrie des Himmels" (1861) en „Photometrische Untersuchungen mit Rücksicht auf die physische Beschaffenheit der Himmelskörper" .(1865), alsmede door een door hem vervaardigden astrophotometer. Verder hield hij zich bezig met de spectralanalyse en haar toepassing op de hemellichamen. Ook construeerde hij een toestel om ten allen tijde de protuberancen van de Zon te meten. Over die onderwerpen leverde hij talrijke verhandelingen, mededeelingen en verslagen. Van zijn overige werken noemen wij: „Über die Natur der Kometen" (1871, 3de druk, 1883), „Prinzipien einer elektrodynamischen Theorie der Materie" (dl. 1, 1876), „Wissenschaftliche Abhandlungen" (4 dln., 1878—1881). In de laatste jaren hield hij zich bezig met spiritistische en hypnotische studiën, waarover hij een aantal artikelen schreef, terwijl eenige van zijn verhandelingen gewijd zijn aan beschouwingen over de vierde dimensie. Ook gaf hij het nagelaten werk van Schuster: „Gibt es unbewuszte und vererbte Vorstellungen?" (1879)uit.

Zombor of Sombor, de hoofdstad van hetHongaarsche comitaat Bacs-Bodrog, in de nabijheid van het Franzenskanaal, dat de Theisz met d Donau verbindt, en aan 2 spoorwegen gelegen, heeft een R. Katholieke en twee Grieksch-Katholieke kerken, een gymnasium, een Servische kweekschool voor onderwijzers, een handelsschool, een Kamer van Koophandel en Nijverheid, een schouwburg, een bibliotheek, een rechtbank enz. Het aantal inwoners bedraagt (1901) 29 609. Zij houden zich voornamelijk bezig met nijverheid en handel. Nadat de Turken in 1687 verdreven waren, ontving de stad nieuwe bewoners.

Zomer, in het burgerlijk leven het jaargetijde tusschen lente en herfst, begint uit een sterrenkundig oogpunt op het N. lijk halfrond, wanneer de zon haar grootste noordelijke declinatie heeft bereikt en eindigt, wanneer zij op haar weg tusschen de sterren door den auquator passeert, duurt dus van den 21sten Juni (zomersolstitium) tot den 22sten of 23sten September (herfstnachtevening). Op het Z. lijk halfrond zijn de verhoudingen juist omgekeerd, zoodat daar de zomer duurt van den 21Bten of 22sten December (wintersolstitium) tot den 20sten of 213ten

Maart (voorjaarsnachteveningspunt). De zomer op het N. lijk halfrond is dus eenige dagen langer dan die i het Z. lijk. Dit verschil ontstaat door de verschillende snelheid van de aarde op haar elliptische baan om de zon. De hoogere stand van de zon, waardoor haar stralen onder een kleineren hoek op de aarde vallen, gepaard aan het feit, dat zij langer boven den horizon is, maken, dat, in weerwil van haar grooteren afstand gedurende deze periode, de zomer veel warmer is dan de winter; de invloed van het verschil van afstand kan eerst bij een vergelijking van de zomers der beide halfronden worden waargenomen. De hoogste zomertemperatuur valt niet, zooals men a priori geneigd zou zijn om te verwachten, ten tijde van liet solstitium, wanneer de zon haar grootste declinatie bereikt, maar eerst ongeveer een maand daarna. De verklaring daarvan moet gezocht worden in het feit, dat ook na het tijdstip van het solstitium de insolatie de uitstraling overtreft, waardoor de temperatuur nog blijft stijgen. Daardoor is op het N. lijk halfrond Juli de warmste maand en op het Z. lijk Januari. In de meteorologie rekent men de drie warmste maanden tot den zomer; bij ons dus Juni, Juli en Augustus.

Zomerandijvie. Zie Andijvie.

Zomerbed. Zie Winterbed.

Zomerdijk. Zie Winterdijk.

Zomeren of Someren, een gemeente in de provincie Noord-Brabant, 5 994 H. A. groot met (1910) 3057 inwoners, wordt begrensd door de Noord-Brabantsche gemèenten Asten, Lierop, Soerendonk, Heeze en Maarhees en de Limburgsche gemeente Nederweerd. De bodem bestaat uit diluviaal zand en Landbouw, veeteelt en veenderij zijn de voornaamste middelen van bestaan. Tot de gemeenten behooren het dorp Zomeren, de buurten Endeschot en Slieven en het gehucht De Hut.

Het dorp Zomeren bestaat uit een aantal verstrooide wijken of geliuchten.Het bezit eenRoomschKatholieke en een Hervormde kerk. Den 29sten Juni 1301 werd Zomeren door Jan II van Brabant tot een vrijheid verheven. In 1506 en in 1543 werd de plaats door de Gelderschen geplunderd.

Zomerkade. Zie Winterdijk.

Zomerland is de naam, die door den Amerikaansclien spiritualist Andreu) Jacksou Davis gegeven wordt aan het land, dat volgens zijn voorstelling door de geesten na hun dood wordt bewoond.

Zomerpostelein Zie Postelein.

Zomersproeten (Ephelides) zijn kleine, ronde, geel- of bruinachtige vlekjes, die bij personen, welke een teedere huid hebben, vooral bij blonde en roodharige, op de onbedekte plaatsen van het lichaam, maar ook op den romp voorkomen. Zij zijn pigmentafscheidingen in de bovenste huidlagen. In den zomer worden zij door de inwerking van het meer intensieve licht, maar ook wel, wanneer dit wordt buitengesloten, in den regel donkerder van kleur, terwijl zij in den winter weder lichter worden en ook wel van zelf verdwijnen. Kunstmatig verwijdert men ze met behulp van middelen, welke een afstooting van de epidermus met inbegrip van haar diepere lagen bewerken. Op deze wijze werken inwrij vingen met groene zeep en zeepspiritus gedurende dei nacht en de door Hebra aanbevolen omslagen met een eenprocentige oplossing van sublimaat. Zomersproeten komen echter licht terug.

Zon (zie de platen), het centrale lichaam van het

Sluiten