Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen heiTeenige ruimte uitgespaard. Soms ook worden in de staafjes spleetvormigè openingen aangebracht, waardoor ook bij gesloten jalousieën nog eenig licht naar

binnen valt. In Fig. 3. Fig. 4.

meer versterkten vorm, van staalplaten of gegolfd staalplaat, doen zij dienst om tegen

inbraak te beschermen. Met be-

Zonneblinden.

hulp van een mechanisme (fig. 3 en 4) kunnen zij op een rol of trommel gewonden worden.

Zonnebloem. Zie Helianthus.

Zonnebloemzaadkoek en -meel zijn de restanten, verkregen bij de winning van olie uit het zaad der zonnebloemen. Zij bevatten gemiddeld 35,5 % verteerbaar eiwit en 11,1 % verteerbaar vet, zijn zeer hard en daardoor moeilijk te breken, maar tevens zeer duurzaam. Ze worden gaarne door het vee gevreten, als het eerst aan den smaak gewend is. Ze vormen een goed voeder voor melkvee en schijnen het vetgehalte der melk te kunnen verhoogen.

Zonneboot of Sekti is volgens de godsdienstige begrippen van sommige volken de voorstelling van de zon als een vaartuig, dat door de dooden voortbewogen en bestuurd wordt.

Zonnebrand, een ziekte van den wijnstok, die zich uit in gevlekte bladeren, ontstaat door het schijnen van de zon op het bladoppervlakte, welke met waterdroppels is bedekt. Tengevolge daarvan sterven Verschillende, scherp omlijnde gedeelten van het bladweefsel af.

Zonnecirkel, is in de tijdrekenkunde de naam van het getal, dat aangeeft, het hoeveelste van de 28-jarige periode, waarna de Zondagsletters (zie aldaar) weder in dezelfde volgorde terugkeeren, een gegeven jaar is. Men vindt den zonnecirkel door het jaartal met 9 te vermeerderen en de som door 28 te deelen. De rest of, wanneer de deeling opgaat, het getal 28 is de zonnecirkel. In den Juliaanschen kalender behooren bij den zonnecirkel I steeds de Zondagsletters G en F, in den Gregoriaanschen is de Zondagsletter zoo veel plaatsen in het alfabet vooruit geschoven, als het verschil tusschen beide kalenders in dagen bedraagt, d. i. dus thans 13, of daar men 7 (een week) kan weglaten 6. Met den zonnecirkel I komen dus in de 20sten eeuw in den Gregoriaanschen kalender de Zondagsletters F en E, met den zonnecirkel II de Zondagsletter D enz. overeen. Men vindt aldus bijv. voor 1911: 1911+ 9= 1920; 1920 : 28 geeft als rest 18. De Zonnecirkel voor 1911

is dus XVI. In verband met het boven opgemerkte vindt men als Zondagsletter voor 1911 A, d. i. de lste Januari 1911 is een Zondag.

Zonnedauw (Drosera L.) is de naam van een plantengeslacht, hetwelk tot de familie der Zonnedauwachtigen (Droseraceae) behoort. Het onderscheidt zich door tweeslachtige, regelmatige bloemen met een 5-spletigen of 5-deeligen kelk, een 5bladerige bloemkroon, 5 tot 10 vrije, onder het vruchtbeginsel ingeplante meeldraden met naar buiten openspringende helmknoppen, 3 tot 5 stijlen en door een 3-hokkige doosvrucht, welke met 3 tot 5 kleppen openspringt. De bladeren der zonnedauwachtige planten zijn tevens in jeugdigen toestand van boven naar onderen opgerold. Zij zijn haar naam verschuldigd aan de droppels kleverig vocht, welke onder den invloed van het zonnelicht uit de klierdragende haartjes te voorschijn treden en op dauwdroppels gelijken. Van bovenvermeld geslacht komen in ons land drie soorten in het wild voor, namelijk rondbladige zonnedauw (D. rotundifolia), smalbladige zonnedauw (D. intermedia) en langbladige zonnedauw (D. longifolia), welke in moerassige veen- en heidestreken groeien. Zij behooren tot de overblijvende planten en bloeien in Juli en September. De bladeren dezer planten zijn zeer prikkelbaar en men heeft opgemerkt, dat insekten of andere kleine voorwerpen, die met de bladeren in aanraking komen, aanleiding geven tot een kromming van de bladschijf en van de haren, zoodat de prikkelende lichamen werden gevangen gehouden. Een NoordAmerikaansche moerasplant uit de familie der Droseraceeën heeft om die eigenschap den naam ontvangen van vliegenvangertje (Dionaea muscipula).

Zonnedienst (Heliolatrie), de vereering van de zon als een godheid, welke licht en warmte schenkt, ontwikkelde zich vooral bij die volkeren, welke den landbouw beoefenen. Bij de laagststaanden beperkt zij zich in hoofdzaak tot plechtigheden gedurende zonsverduisteringen, om den wolf of den daemon, die de zon dreigt te verslinden, te verjagen. Op een hoogeren trap hield de met offers en ceremoniën verbonden zonnedienst gewoonlijk verband met een of ander zonneëpos, waarin het lichtbeginsel (Soerya, Ormoezd, Izdoebar of Nimrod, Osiris, Hercules, Apollo of Dionysos, Balder enz.) in strijd met de machten der duisternis (Ahriman, Python, Typhon, Loki enz.) gedacht werd, waarbij de zonnegod nu eens overwonnen, gevangen genomen en weggevoerd wordt (winter), daarna echter, langzamerhand in kracht toenemende, terugkeert en zijn belagers overwint (zomer). Deze vorm van zonnedienst was uitteraard het meest in zwang bij de N. lijke volkeren. Zonnedansen en zonnespelen waren bij de meeste in gebruik en de Pythische, Olympische en Romeinsche spelen dragen duidelijk de sporen van een zonnedienst. Sommige volkeren vierden ook klaagfeesten, wanneer de Zon verdwenen was. De Adonis-, Osiris- en Thammoezfeesten van de Assyrische, Egyptische en Semietische volkeren, de Dionysiën en de Bacchusfeesten van de Grieken en Romeinen behooren daartoe. Bij de Perzen, Germanen, Mexicanen en Peruanen vond een versmelting van zonneen vuurdienst plaats. Bij de Joden van den ouderen tijd vond de zonnedienst in den vorm van den Baaidienst ingang. Dikwijls trad naast de zonnedienst een afzonderlijke maandienst op, vooral bij volkeren met moederrecht. Zulk een vereeniging komt thans

Sluiten