Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog bij de natuurvolkeren van Afrika voor en daar 1 zij ook in de Oude Wereld heeft plaats gevonden, z golden de zonnegoden, vooral Apollo, Hercules en z Perseus, als beschermers van het vaderrecht. e

Zonne- en Planetenstelsel. Zie Planeten, c Zonnegod, Zie Helios. {

Zonnejaar. Zie Jaar. <

Zonnekruid. Zie Helianthemum. *

Zonneleen was in den tijd van het leenwezen de naam van een leen, waarvan de opperhoogheid ' niet meer kon worden vastgesteld. Zij werden met een belofte aan de opgaande zon, als zinnebeeld i van het leenheerlijke recht, door den nieuwen eige- i naar aanvaard. Dit gebruik dankt zijn ontstaan i a-an de oud-Arische opvatting, dat de zon meesteres is van al het land, dat zij vruchtbaar maakt. Ieder, die een stuk daarvan in bezit neemt, moest dit in ■ haar naam en onder erkenning van haar opperheerschappij doen. Het in bezit nemen van woesten grond of van eilanden had plaats, door daarop een vuur te ontsteken of er omheen te rijden, het gelaat naar de zon gewend en met een brandende fakkel in de hand.

Zonnemachine is de naam van een toestel waarmede men de warmte, door de zon uitgestraald, in mechanisch arbeidsvermogen poogt om te zetten. Volgens metingen van Pouillet, Herschel en Ericsson ontvangt lv.m. van de aardoppervlakte tusschen 0° en 43° breedte per seconde van de zon ongeveer 1/6 groote calorie, overeenkomende met 0,95 P.K., inden vorm van warmte. Om de benoodigde temperaturen te verkrijgen moet deze zonnewarmtegeconcentreerd worden. Ericsson bouwde in 1884 een heete-luchtmachine, waarvan de luchtketel in het brandpunt van een paraboloïdisch gekromden spiegel lag. Mouchot plaatste een buisvormigen stoomketel in de brandlijn van een reflector van verzilverd blik. De toestel was aldus gemonteerd, dat hij den loop van de zon volgde. Het nuttig effect bedroeg ongeveer 3%; meteen spiegeloppervlakte van 3,8 v. m. werd des winters in Algerië een arbeidscapaciteit van '/b P- K- verkregen. In 1902 plaatste een maatschappij een zonnemachine op een struisvogelboerderij te Z. Passadena bij Los Angelos (Z. Californië) voor het oppompen van water. De parabolische spiegel bestond uit 1788 kleine spiegelplaten en had een uitwendige middellijn van 10 ra. Deze spiegel volgde, gedreven door een uurwerk, den loop der zon. De zonnestralen werden geconcentreerd op een ketel met 670 L. water, waarin binnen een uur een spanning lieerschte van 12 atmosferen. De stoom voedde een compoundmachine, welke een centrifugaalpomp voor de bevloeiing van de boerderij en een dynamomachine voor het laden van een accumulatorenbatterij dreef. Goedkooper is de zonnemachine van Shumann, welke te Tacona (Pennsylvanië) in bedrijf is. In een platte kast van 100 v. m. oppervlakte, afgesloten door 2 lagen vensterglas, op een onderlingen afstand van 25 mm., liggen dicht naast elkander, slangvormig gebogen, zwarte metalen buizen, gevuld met aether. De ontwikkelde aetherdamp drijft een staande machine, die in de zomermaanden een arbeidscapaciteit van 3,5 P. K. heeft. De kosten van aanleg bedragen ongeveer 3600 gld. Voor toepassing in het groot schijnt echter de zonnemachine geen toekomst te hebben.

Zonnemikroskoop noemt men een mikroskoop (zie aldaar), waarbij men van doorvallend zonlicht gebruik maakt om sterk vergroote beelden van

kleine voorwerpen op een scherm te projecteeren, zoodat zij voor vele toeschouwers tegelijkertijd zichtbaar zijn. Dit toestel wordt in de opening van een vensterluik geplaatst, terwijl de zonnestralen door een helioaat (zie aldaar) in de mikroskoop geleid worden. Behalve van zonlicht maakt men bij dergelijke miskroskopen ook wel gebruik van electrisch licht of van Drummond's kalklicht.

Zonneorde is de gemeenschappelijke naam van een viertal orden van verschillende herkomst. Van de Argentijnsche Zonneorde zijn stichter en stichtingsjaar onbekend. Het ordeteeken bestaat uit een gouden medaille, waarop de zon, omgeven door een lauwerkrans. De Perzische Zonneorde (Perzisch: Nishün-Schir-wè-Churschid) werd in 1808 door sjah Fath Ali khan ingesteld voor burgerlijke en militaire verdiensten. Feroek khan reorganiseerde haar van 1857—1858 naar het voorbeeld van het Fransche Legioen van Eer. Evenals dit heeft zij 5 klassen. Het ordeteeken is een zilveren ster met 8 stralen voor de grootkruisen, 7 voor de tweede, 6 voor de derde en 5 voor de vierde en vijfde klasse. Op het ronde middelschild staat op een groenen grond een leeuw met een sabel in den opgeheven klauw (voor vreemdelingen liggend en zonder sabel); achter den leeuw gaat de zon op. Het ordelint is voor Perzen blauw, rood of wit, voor vreemdelingen groen. De keizerlijk Japansche Orde van de Rijzende Zon (Japanneesch: Kiokoeji tsoesho) werd den 1011611 April 1875 door den mikado Moetsoe Hito ingesteld voor burgerlijke en militaire verdiensten. De decoratie bestaat uit het nationale zinnebeeld: een rijzende zon van 32 wit geëmailleerde, gouden stralen met een rood middelschild. Het hangt aan drie lila bloemen van de Paulownia, met de orde verbonden door een met goud omzoomd blad. De orde is verdeeld in 8 klassen; daarvan dragen de beide laagste alleen de Pauwlownia. Het ordelint is wit met roode randen. Van de Orde van de gouden Zon, een orde van Birma, is omtrent stichter, stichtingsjaar en decoratie niets naders bekend.

Zonneparallaxis. Zie Parallaxis en Zon.

Zonneprotuberanzen. Zie Zon.

Zonneschijn, de licht- en warmtestraling van de zon, is voor het menschelijke, dierlijke en plantaardige leven op aarde het belangrijkste meteorologische element. Hij is van invloed op de gemoedsstemming en de vatbaarheid voor ziekten (bijv. influenza) van den mensch, op de activiteit van bacteriën, de zetmeelvorming bij de planten enz. De duur van den zonnenschijn is in de eerste plaats af. hankelijk van de bewolking. Hij wordt bij de zonneschijnautograaf, een glazen bol, welke de zonne• stralen op een in uren verdeelde papierstrook cont centreert en bij den actinometer (zie aldaar) gemei ten door de warmtewerking van de zonnestralen. ■ Door hun lichtwerking meet men hem bij den pho, tometer (zie aldaar), terwijl de sunshine recorder , van Jordan en die van Maurer op hun scheikundige

- werking berusten. Het eenvoudigst zijn de eerste en , de laatste toestellen; de actinometers geven bovenï dien ook de intensiteit aan. Men drukt den duur uit

- in procenten van den mogelijken duur, d. i. den tijd t tusschen zonsop- en ondergang. De toestellen . wijzen slechts aan, of de zon in de punten van haar

- baan schijnt, ja dan neen en laten de rest van den

- hemel buiten beschouwing. Een vergelijking van i de bewolkingsgetallen met de aldus verkregen waar-

Sluiten