Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij in één van deze punten staat (zie Zonnestanden). Ook heeten zij zonne-keerpunten, omdat de zon, als zij tot hier is gekomen, weder naar den evenaar terugkeert, waarmede ook in de lengte der dagen een ommekeer plaats heeft (zie Keerkringen). De aequinoctiën en solstitiën verdeelen de ecliptica in 4 stukken, welke de zon, te beginnen bij het lentepunt, in de 4 sterrenkundige jaargetijden, lente, zomer, herfst «n winter, doorloopt. Verder verdeelt men van oudsher de ecliptica in 12 gelijke deelen van 30°, teekens genaamd, waaraan men afzonderlijke namen heeft gegeven (zie Dierenriem). Doordat echter de snij.punten van ecliptica en aequator geen vaste punten zijn, maar zich over dezen laatste elk jaar ongeveer 50" W. waarts verplaatsen (zie Praecessie), vallen thans de teekens van den Dierenriem niet meer samen met de sterrebeelden, waarnaar zij werden genoemd. Alle zijn over den afstand van een geheel teeken, d. i. dus over een boog van 30°, voorwaarts geschoven. Toch heeft men de namen behouden.

Zonnewijzer is de naam van een toestel, waarop de tijd wordt aangewezen door den stand der schaduw, die een door de zon beschenen staafje op een wijzerplaat werpt. Tot de oudste zonnewijzers behoort de gnomon (zie Astronomische Instrumenten), welke door den stand van de schaduw van haar wijzer den tijd en door de lengte daarvan het jaargetijde aangaf. De eenvoudigste zonnewijzer echter is de aequinoctiale zonnewijzer. Daarbij is de wijzerplaat loodrecht gesteld op den wijzer, evenwijdig aan de aardas, waardoor de wijzerplaat evenwijdig aan het vlak van den aequator is. Daar nu de zon bij haar schijnbare dagelijksche beweging de schaduw van den wijzer regelmatig over de wijzerplaat doet voortschrijden, komt een uur tijds overeen met een hoek van 15°. Men verdeelt daarom een cirkel, beschreven om den voet van den wijzer als middelpunt en uitgaande van den meridiaan van de plaats, naar beide zijden in bogen van 15° en verbindt de aldus verkregen punten met het middelpunt van den cirkel. Bij den horizontalen zonnewijzer ligt de wijzerplaat horizontaal, terwijl de wijzer evenals bij den vorige evenwijdig aan den aardas is. De uurlijn van den middag ligt ook hier in den meridiaan, maar de hoeken, die de stralen met elkander maken, zijn niet meer evenredig aan den tijd. Hun stand ten aanzien van de middaglijn hangt af van de geografische breedte van de plaats. Is deze Q en stelt men den hoek, dien een straal, behoorend bij den tijd t, maakt met de middaglijn voor door u, dan geldt de vergelijking: tg u — sin Q tg t, terwijl men dien hoek ook door constructie kan vinden. De verticale zonnewijzer heeft zijn wijzerplaat verticaal; de wijzer is evenwijdig aan de aardas. Ligt de wijzerplaat in de richting O.-W., dan spreekt men van een middag- en middernacht-, ligt zij in de richting Z.-N., van een morgenen avond-zonnewijzer. Het verband tusschen geografische breedte, uurhoek en tijd wordt gegeven door de betrekking: tg u — cos. Q tg t. Aequinoctiale en horizontale zonnewijzers geven alle uren aan, zoolang de zon schijnt. Een middag-zonnewijzer geeft in den winter alle uren van den dag aan; in den zomer daarentegen alleen die tusschen 6 uur's morgens en 6 uur 's avonds. Een middernacht-zonnewijzer geeft in den zomer de eerste morgen-enlaatste avonduren aan; in den winter wijst hij heelemaal niet. Een morgen-zonnewijzer geeft alleen de uren

vóór 12, een middagzonnewijzer alleen die na 12 uur aan.

De uitvinding van den zonnewijzer wordt toegeschreven aan Anaximander; vermoedelijk echter is zij veel ouder. In het Oude Testament wordt er reeds over gesproken onder de regeering van koning Achaz. Ten tijde van Eudoxes waren in Griekenland zonnewijzers algemeen in gebruik. Te Rome zou de eerste zonnewijzer zijn opgericht door L. Papirius Cursor in 306 v. Chr. Anderen meenen, dat eerst 60 jaren later M. Valerius Messala uit Sicilië een zonnewijzer derwaarts overbracht. Hoewel deze niet voor de poolshoogte van Rome gemaakt was, werd hij op de markt geplaatst en behielp men er zich 100 jaren mede, totdat in 162 Q. Marcius Philippus er een bouwde, in overeenstemming met de aardrijkskundige breedte der stad.

Zonnisten was de naam van een Doopsgezinde sekte te Amsterdam in de 17de en 18de eeuw, die hun bijeenkomsten hielden in een gebouw, „De Zon" genaamd. Hun voorganger was Samuel Apostool. Zij waren strenger in hun leerbegrippen dan de zoogenaamde Lammisten, die in de brouwerij „Het Lam" bijeenkwamen en Galenus Alrahamsz. de Haan tot voorganger hadden. Omstreeks 1800 waren de Sonnisten in de Lammisten, die grooter in aantal waren en in het bezit waren van het in 1737 gestichte seminarium, opgegaan.

Zonsverduistering- is de naam van het verschijnsel aan den hemel, waarbij de zon geheel of gedeeltelijk door de maan bedekt wordt. De zon

ordt niet, zooals de maan bij een maane?I->s, verduisterd, maar alleen door de maan onttrokken aan het oog van den waarnemer. Terwijl dus een maansverduistering overal, waar de maan zich boven den horizon bevindt, op hetzelfde oogenblik en met denzelfden omvang wordt waargenomen, wordt een zonsverduistering op verschillende plaatsen, op verschillende tijden en in verschillende gedaanten gezien. Zij kan alleen plaats vinden bij nieuwe maan, als wanneer deze tusschen zon en aarde staat, en zou bij elke nieuwe maan worden waargenomen, wanneer de baan van de maan in het vlak van die van de aarde was gelegen. Daar echter deze vlakken een hoek van 5°9' met elkander maken, kan een zonsverduistering alleen dan ontstaan, wanneer de

Fig. 1.

Kern- en halfschaduw van de maan.

maan als nieuwe maan zich in de nabijheid van één der knoopen bevindt en niet verder dan 19° daarvan is verwijderd. De grootte der verduistering hangt af van het gedeelte der maanschaduw, waarin de waarnemer zich bevindt. Is S (fig. 1) de zon en M de maan, dan is op alle punten binnen de kernschaduw de zon geheel verduisterd; de zonsverduistering is totaal. Hiertoe moet de maan niet meer dan 13° van den knoop verwijderd zijn en zich tevens in de nabijheid der aarde bevinden, daar anders de top van haar kernschaduw dezenietbereikt.Dekernschaduw

Sluiten