Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortdurend bestrijden. In het midden van dezen strijd staat de mensch, die, wanneer hij goed is, ( voor Ormoezd, wanneer hij slecht is, voor Ahriman 1 strijdt. Na den dood komt de mensch op de Tsjinvatbrug, waar door vergelijking van zijn goede en : booze werken uitgemaakt wordt, of hij in het para- ; dijs, in het tusschenrijk of in de hel zal komen. In de jongere Avesta komt deze oorspronkelijke leer zeer gewijzigd voor. Ahriman wordt, als de opperste duivel, een pendant van Ormoezd, waardoor het dua- ] listisch karakter van deze leer veel meer op den voorgrond treedt. Naast de Amsjaspands staan nog i de Jazatas (zie Ized) en de Fravafs (zie Ferver); ook het aantal demonen, dat voor Ahriman strijdt, is zeer toegenomen. Hiertoe behooren ook een aantal vrouwelijke booze geesten. Het beste middel tot bestrijding van de boosheid is de wet, die Zoroaster heeft verkondigd: „goed denken, goed spreken, goed handelen." De vereering van Ormoezd heeft alleen plaats door middel van de priesters; tot bestrijding van de demonen zijn verschillende voorschriften gegeven omtrent de reiniging van de ziel en het lichaam, het verdelgen van schadelijke dieren de verzorging van huisdieren, den landbouw enz. Het begraven of verbranden van lijken is streng verboden, daar de aarde en het vuur niet verontreinigd mogen worden. Bij de Parsen heerscht thans nog het gebruik de lijken op zoogenaamde dakhma's of torens des zwijgens (zie Parsen) als een prooi voor de vogels neer te leggen. Op het einde van de wereld zal uit het zaad van Zoroaster de Heiland (Saosjans) Astvaierela geboren worden, die tezamen met de Amsjaspands de overwinning behaalt op Ahriman en de demonen. Dan zullen de dooden opstaan, en een nieuwe wereld, vrij van al het booze en vergankelijke, begint.

Zorobabel. Zie Zerubabel.

Zorrilla y Mor ai, don José, een Spaansch dichter, geboren den 21sten Februari 1817 te_ Valladolid, bezocht een adellijke school te Madrid, deed vervolgens een buitenlandsche reis en studeerde daarna overeenkomstig het verlangen van zijn vader te Toledo in de rechten. Hij werd bij de magistraat te Valladolid benoemd. Daar zijn vader aan zijn verlangen zich geheel aan de letteren te wijden niet wilde toegeven, begaf hij zich geheel zonder middelen naar Madrid, waar hij weldra bekend werd door zijn elegie op den pas gestorven dichter Larra (1837). In hetzelfde jaar verscheen van hem een bundel gedichten, die sterk onder invloed staan van de Fransche romantische richting, vooral van Viclor Hugo en Lamartine. Zijn tweede dichtbundel (1839) en zijn derde bundel getiteld ,,Cantosdel trovador" (3 dln., 1840—1841) legden den grond voor zijn roem. Daarop volgden „Flores perdidas" (1843), het epos „Granada" (2 dln., 1852; 1895), „Poëma religioso" (1869), „Composiciones varias" (1879), „Leyenda del Cid", „Recuerds del tiempo viljo" (3 dln., 1880—1883) ,„E1 cantar del Romero"„Composiciones varias" (1879), „Gnomos y muje, res", „Poesias" (3de druk, 1893), „Ecos de las montanas" (1894), „De Murcia al cielo", „Mi ultima briga" en „A escape y al vuelo". Zorrilla is een nationaal dichter, die getrouw blijft aan de poëtische en legendarische traditie van zijn volk. Hij bezingt den roem, de daden, het geloof van zijn volk, de ridderlijke liefde en de hoffelijkheid. Zijn taal en stijl staan zeer hoog. Vooral in de romance munthij uit.

Van zijn 23 tooneelwerken werden „El zapatero y el rey", „Sancho Garcia", „A buen juez mejor testigo", „Traidor, incorfeso y martyr" en „Don Juan Tenorio" het meest bekend. Zij werden in 1847 tezamen uitgegeven. Zorrilla leefde gedurende een aantal jaren afwisselend te Parijs en te Brussel, in 1854 begaf hij zich naar Mexico, waar hij door keizer Maximiliaan tot hofdichter werd benoemd. Na den val van den keizer keerde hij naar Madrid terug. Hij hield aldaar een aantal voorlezingen, die gedeeltelijk onder den titel „Lecturas publicas" (1877) verschenen. In 1885 werd hij lid van de Spaansche academie, de Cortes stond hem een jaargeld toe en den 22sten Juni 1889 werd hij in naam van het Spaansche volk in het Alhambra plechtig als dichter gekroond. Hij overleed te Madrid den 238tcn Januari 1893. In 1900 werd te Valladolid een standbeeld voor hem opgericht. Zijn „Obras dramaticas y liricas" verschijnen in een groote volledige uitgave.

Zorzi, Georg Franciscus, gewoonlijk Georg van Venetie geheeten, een mystiek wijsgeer der 15de en 16de eeuw, was een Franciscaner monnik en vertoefde in verschillende steden van Italië. Zijn zonderling geschrift: „Deharmoniamundicanticatria" (1525), met Neo-Platonische, rabijnsche, nieuwPythagoriaansche en kabbalistische leerstellingen vervuld en aan paus Clemens VII opgedragen, vond wegens zijn verwarden en duisteren inhoud weinig bijval. De meening, dat hem een bijzondere openbaring was ten deel gevallen, paste hij toe op den Bijbel in zijn boek: „Problemata in scripturam sacram" (6 bln., 1536).

Zorzi, Michele Angelo, een Italiaansch dichter, geboren te Vicenza in 1671, wijdde zich aan de poëzie en aan de studie der oudheidkunde, zoodat hij tot lid van de Academia Olympica werd benoemd. In 1722 werd hij benoemd tot bibliothecaris der Bartoliaansche boekerij te Vicenza en overleed aldaar in 1744. Hij schreef o. a.: „Vita del Conté Camillo Silvestri."

Zotlmus, paus van 417 tot 418, een Griek van geboorte, de opvolger van lnnocentius I, geraakte met de Afrikaansche bisschoppen in strijd over de leer van Pelaqius en overleed den 26sten December 418.

Zosimus of Zosimos, een Grieksch geschiedschrijver, schreef tusschen 450 en 502 n. Chr. een „Historia nova" in 6 boeken, waarvan het eerste een overzicht van den tijd van Augustus tot Diocletianus geeft, terwijl de volgende boeken de gebeurtenissen tot 410 n. Chr. beschrijven. Het slot van het werk, dat de Romeinsche geschiedenis tot aan den tijd van den schrijver zou behandelen, ontbreekt. Zosimus beschouwt de invoering van het Christendom als de voornaamste oorzaak van den val van het West-Romeinsche rijk. De „Historia nova", die naar goede bronnen en niet zonder i kritiek is bewerkt, is naast het werk van Ammia-

■ nus Marcellinus, de voornaamste bron voor de ge, schiedenis van de 4ae eeuw n. Chr. Het werk is o. a.

■ uitgegeven door Mendelssohn (1887).

i Zostera Zie Zeewier.

Zou&ven. Zie Zoeaven.

s Zout Zie Keukenzout.

Zoutaccljns. Zie Accijns.

Zoutbelastiner. Zie Accijns. 1 Zoutbriquetten worden inNederlandsch Oost. Indië op het eiland Madoera in van regeerings-

Sluiten