Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen is de waterstand aan groote schommelingen onderhevig. In het meer liggen vele rotsachtige eilanden, waaronder het Antilopen- enhetStanhopeeiland met zoetbronnen en schelpenteelt. Yisch komt in het meer niet voor; wel enkele soorten insekten en schaaldieren. Zijn oevers worden door talrijke scharen van watervogels bezocht. Garfield Beach en Saltair, beide door een spoorweg met Salt Lake City verbonden, zijn badplaatsen. Over het meer zelf wordt een 44 km. lange spoorwegbrug geslagen. Het groote zoutmeer werd in 1689 het eerst door La Bontan vermeld. In 1843 werd het door Fremont bezocht en van 1849—1860 door Stansbury nauwkeuriger onderzocht.

Zoutmijnen. Zie Keukenzout.

Zoutpansberg;, een in de richting W.-O. loopende bergketen in het N. van de Britsch Z.Afrikaansche kolonie Transvaal, is een uitlooper van de Drakenbergen.

In het gelijknamige distrikt, het grootste van de kolonie, dat op een oppervlakte van 65 071 v. km., (1904) 317 418 inwoners telt, waaronder 7 800 blanken, liggen uitgestrekte goudvelden. De hoofdstad is Pietersburg, Door den oorlog met Engeland zijn de bewoners economisch sterk achteruit gegaan.

Zoutpl&nten (Halophyten) noemt men de gewassen, die uitsluitend op zouthoudende gronden groeien, zooals aan zee en in de binnenlanden van Australië, Z. en N. Amerika, Centraal-Azië, Spanje, Hongarije en Z.O. Rusland. Zij bezitten meestal vleezige bladeren en stengels, weinig hout en blijven laag bij den grond. Er behooren o.a. toe de Salsolasoorten, Salicornia herbacea, Plantago maritima, Schoberia maritima, Aster tripolium, Cakile maritima, Najas marina enz. De asch van onderscheiden dezer planten levert soda, zoodat zij tot de bereiding daarvan op sommige plaatsen worden gekweekt, zooals Halogeton sativum Mocq. in Valencia en Murcia.

Zoutsteppe. Zie Steppe.

Zoutwoestljn Zie Woestijn.

Zoutzee. Zie Doode Zee.

Zoutziederij. Zie Keukenzout.

Zoutzuur (Chloorwalerstofzuur) noemt men een oplossing van chloorwaterstof in water. Chloorwaterstof (HC1) komt voor in de gassen, welke door sommige vulkanen worden uitgestooten, en in bronwateren, afkomstig van een vulkanischen bodem; ook is het in geringe hoeveelheden, een wezenlijk bestanddeel van het maagsap. Het ontstaat door rechtstreeksche synthese uit de elementen. In het zonlicht gaat deze synthese gepaard met een ontploffing, (Chloorknalgas), terwijl zij in het diffuus daglicht langzaam verloopt. Door platinaspons wordt zij positief gekatalyseerd. Bovendien ontstaat chloorwaterstof bij de inwerking van chloor op sommige waterstofverbindingen (water, terpentijnolie enz.) en omgekeerd, door de inwerking van waterstof op eenige chloorverbindingen (chloorzilver, chloorlood enz.). Gewoonlijk echter wordt het verkregen door de inwerking van een chloor- op een waterstofverbinding. Voor de eerste neemt men keukenzout, voor de laatste zwavelzuur. Chloorwaterstof is een kleurloos gas. Het werkt prikkelend en vormt aan de lucht dichte nevels, doordat het waterdamp aantrekt. De dichtheid van het gas bedraagt 1,2696 (lucht =1). Bij 10°C. wordt het onder een druk van 40, bij—4°C. onder een druk van 25 atmosfeeren

verdicht tot een kleurlooze vloeistof, welke bij -83,7°C. kookt en bij lagere temperaturen overgaat in een kristallijne massa, die bij -111,1°C. smelt. Het gas is niet brandbaar, wordt bij hooger temperaturen niet ontleed, vormt met metalen en met vele metaaloxieden chlorieden en wordt onder meer belangrijke temperatuursverhooging sterk door water geabsorbeerd. Bij 0° C. kan 1 volume water 503 volumen chloorwaterstof opnemen. Deze waterige oplossing heet, zooals gezegd, chloorwaterstofzuur of zoutzuur. Het is in dezen vorm, dat chloorwaterstof bijna uitsluitend wordt aangewend.

Zoutzuur wordt in de techniek verkregen als bijprodukt van de sodabereiding. De daarbij ontwijkende chloorwaterstofgassen worden in buisleidingen afgekoeld, ontdaan van sporen van zwavelzuur om daarna in een cokestoren door naar beneden stroomend water te worden geabsorbeerd. Aldus wordt ruw zoutzuur van 20—22° B. verkregen. Het vormt een aan de lucht rookende, door ijzer geel gekleurde vloeistof,welke met zwavel- en zwaveligzuur, chloor, arsenicum enz, is verontreinigd. Ontdaan van arsenicum, kan het door destillatie in glazen vaten worden verwerkt tot zuiver zoutzuur. Scheikundig zuiver zoutzuur verkrijgt men door destillatie van keukenzout met arsenicumvrij zwavelzuur en water, waarbij het gevormde chloorwaterstofgas in gedestilleerd water wordt geleid. De hoeveelheid, welke door 1 gr. water kan worden opgelost, hangt af van de temperatuur, zooals uit onderstaande tabel blijkt. Zij geldt, evenals de volgende voor den druk van één atmosfeer.

Tempe- <*r. HC1 T Gr. HO,

ratuur. °Pgelost in 1 gr. rafalP opgelost m

water. 1 gr. water.

0° C. 0,825 32° C. 0,665

8° 0,783 40° 0,633

16° 0,742 48° 0,603

24° 0,700 65° 0,575

Het gehalte van het zuivere zoutzuur bij verschillend soortelijk gewicht (bij 15° C.) geeft onderstaande tabel:

Mikp-e ! Graden Procent ^ Graden Procent

m Sht"ci-

1,005 0,7 1,15 1,100 13,0 20,01

1,020 2,7 4,13 1,120 15,4 23,82

1,040 5,4 8,16 1,145 18,0 28,14

1,060 8,0 12,19 1,163 20,0 32,10

1,080 10,6 16,15 1,180 22,0 35,39

Zuiver zoutzuur is kleurloos, rookt aan de lucht, riekt prikkelend en smaakt sterk zuur. Het lost onderscheiden metalen en metaaloxieden op tot chloormetalen (chloruren, chlorieden) en geeft met zwavelmetalen zwavelwaterstof en chloormetalen. Het dient ter bereiding van chloor, chloorkalk, chloorzure kali, salmiak, tinzout, chloorantimonium, lijm, phosforus, superphosfaat, koolzuur enz., tot het zuiveren van beenderkool in de suikerfabrieken, bij het verwerven der beetwortelmelasse, in de bleekerij, ververij en katoendrukkerij, als bijtmiddel in de metaaltechniek, voor het zuiveren van zand en leem in de glasblazerij en pottenbakkerij, in de m etallur

Sluiten