Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichter, geboren op Berbice den 4den October 1751, wijdde zich te Amsterdam aan den handel en in de ledige uren ook aan de poëzie. Na de omwenteling van 1795 werd hij lid van de Nationale Vergadering. Hij overleed als ontvanger der belastingen te Vlaardingen den 9den October 1820. Hij leverde: „Twee Bijbelsche dichttafereelen" (1795), de tooneelstukken: „Hamlet" (1786), „De edelmoedige dragonder" (1790) en „Gesner of het Zwitsersch huisgezin", „Lierzang aan Leidens Burgerij" (1807), „Dichttafereelen van den winter, storm en overstrooming in 1809", „Nederland verlost" (1813) en „Bij de wederkomst van Lodewijk, koning van Holland" (1810). Ook is een der „Evangelische Gezangen" van hem afkomstig.

Zuccar o, Fetfmjo, een Italiaansch schil der, geboren in het midden van de 16de eeuw te Sant' Angelo in Vado in het hertogdom Urbino, ontving zijn eerste opleiding van zijn broeder Taddeo en hielp dezen bij een aantal van zijn werken. Door den groothertog van Toscane werd hij naar Florence geroepen en belast met de voltooiing van het schilderwerk „Het laatste oordeel" in den koepel van den dom te Florence, waarmee Vasari was begonnen. Dit werk werd zeer verschillend beoordeeld. Van Florence begaf Zuccaro zich naar Rome, waar paus Gregorius XIII hem de voltooiing van de door Michel-Angelo begonnen beschildering van de Paulinische kapel opdroeg. Zijn werk werd door sommige hovelingen sterk afgekeurd, waarover hij wraak nam door hun portretten te teekenen en van ezelsooren te voorzien. Daardoor evenwel haalde hij zich het ongenoegen op den hals van den paus, zoodat hij de wijk moest nemen uit Rome. Hij bezocht Vlaanderen, Nederland en Engeland, vertoefde van 1574 tot 1580 te Londen, waar hij o. a. de portretten schilderde van koningin Elizabeth en van Maria Sluart, en werd vervolgens naar Venetië geroepen, om het paleis van den Doge te beschilderen. Hier schilderde hij o. a. keizer Frederik Barbarossa, knielende aan de voeten van den paus. Daarna verzoende hij zich met den paus en keerde naar Rome terug, om zijn werk in de Paulinische kapel te voltooien. Daarenboven schilderde hij nog fresco's in sommige kerken en paleizen te Rome en stichtte er een zaal voor kunstenaars, waaruit in 1593 of 1595 de Academie van San Luca ontstond, waarvan hij de eerste voorzitter was. Ook wijdde hij groote zorg aan de opgegraven overblijfselen der Oudheid. In 1588 werd hij naar Spanje ontboden om de beschildering van het Escuriaal, door Cambiaro begonnen, te voltooien. Aldaar echter vond zijn werk geen bijval, zoodat hij weldra weder naar Rome terugkeerde. Hij overleed te Ancona in 1609. Hij heeft ook eenige werken over kunst geschreven, o. a. „L'idea de scultori, pittori ed architetti" (1697).

Zuccaro, Taddeo, een oudere broeder van den voorgaande, geboren te Sant' Angelo in Vado in 1529, ontving zijn eerste opleiding van zijn vader Ottaviano, begaf zich op veertienjarigen leeftijd naar Rome. Hij vervaardigde daar vele fresco's voor gevels en voor het inwendige van kerken en paleizen. Tot zijn beste stukken behooren de tafereelen uit de geschiedenis van het Huis Farnese in het paleis Caprarola bij Viterbo. Voor de familie Orsini schilderde hij te Bracciano de geschiedenis van Psyche en Alexander den Groote. Hij overleed te Rome in 1566.

Zucchi is de naam van een kunstenaarsfamilie, die reeds in de tweede helft der 16de eeuw voorkomt. Van de leden noemen wij:

Zucchi, Francesco, geboren te Bergamo omstreeks het jaar 1550, was een leerling van Moroni en schilderde in den trant van Paolo Veronese.

Zucchi, Andrea, een schilder en graveur, geboren te Venetië in 1678, maakte zich beroemd als decoratieschilder en werd in 1726 naar Dresden geroepen om aldaar decoratiën voor de opera te schilderen. Hij overleed aldaar 1740. Ook heeft hij onderscheiden etsen en gravures nagelaten.

Zucchi, Lorenzo, een zoon van den voorgaande, geboren te Venetië in 1704 was graveur en vergezelde zijn vader naar Dresden, waar hij in 1738 tot hofgraveur werd benoemd en in 1740 overleed.

Zucchi, Francesco, een broeder van Andrea, geboren te Venetië in 1692, ontving onderwijs van laatstgenoemde en werd in 1750 naar Dresden geroepen, om er als graveur werkzaam te wezen. De oorlog belette hem, daaraan gevolg te geven. Hij overleed te Venetië in 1764.

Zucchi, Antonio, een zoon van den voorgaande, geboren te Venetië in 1726, was een leerling van Fontcbasso, legde zich aanvankelijk toe op historieschilderen, later op het vervaardigen van architectonische voorstellingen. Ook volbracht hij een reis door geheel Europa, waarna hij zich in Engeland vestigde. In 1781 trad hij in het huwelijk met de schilderes Angelica Kaujmann (zie aldaar). Hij overleed te Rome in 1795.

Zucchi, Guseppe, een broeder van den voorgaande geboren te Venetië omstreeks het jaar 1730, was schilder en graveur, vestigde zich eveneens te Londen, waar hij o. a. prenten graveerde naar schilderstukken van Angelica Kaujmann, en overleed in 1790.

Zückevt, Johann Friedrich, een Duitsch geneeskundige, geboren te Berlijn in 1737, was aanvankelijk apotheker, maar begon in 1757 in de geneeskunde te studeeren en keerde, nadat hij onderscheiden andere universiteiten bezocht had, naar Berlijn terug. Zijn zwakke gezondheid belette hem als praktisch arts op te treden. Hij overleed in 1778. Van zijn geschriften vermelden wij: „Die Naturgeschichte einiger Provinzen des Unterharzes" (1763), „Medizinische und moralische Abliandlungen von den Leidenschaften" (1763, 3de druk, 1774), „Unterricht für rechtschaffene Altern zur diatesischen Pflege ihrer Sauglinge" (1764, 2de druk, 1771), „Unterricht von den diatetisclien Erziehung von der entwöhnten und erwachsenen Kinder bis in ihr mannbares Alter" (1765, 3ae druk, 1781), „Diat der Schwangeren und Sechswöchnerinnen" (1767, 3de druk, 1791), „Systematische Beschreibung aller Gesundbrunnen und Bader Deutschlands" (1768, 3d0 druk, 1795), „Physikalischdiatetische Abhandlung von der Luft und Witterang und der davon abliangenden Gesundheit des Menschen" (1770), „Medizinisches Tischbuch oder Kur und Praservation der Krankheiten durch diatetische Mittel" (1771, 3de druk, 1781), „Von den wahren Mitteln die Entvölkerung eines Landes in epidemischen Zeiten zu verhüten" (1773, 2de druk, 1777), „Allgemeine Abhandlung von den Nahrungsmitteln" (1775 en 1791) „Speisen aus dem Tierreich" (1777) en „Von den Speisen aus dem Pflanzenreich" (1771).

Zug-, het kleinste kanton van Zwitserland, be-

Sluiten