Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaat een oppervlakte van 239 v. km., ligt nagenoeg in het midden van het land tusschen de kantons Zurich, Schwyz, Luzern en Aargau en vormt als het ware den overgang tusschen de Voor-Alpen en de Hoogvlakte. Het omvat het met morenen bedekte plateau van Menzingen, het Algeritatal en de streken om het Meer van Zug. De voornaamste rivier is de Lorze, welke uit het Aegerimeer stroomt naar het Zuger Meer, dat zijn wateren afvoert naar de Reusz. De bergen in het zuidoosten van het land bestaan hoofdzakelijk uit nagelfhih, het noordwesten is een vruchtbaar, met heuvels bedekt hoogland. Slechts 11,46 v. km. is improduktief, een oppervlakte van 51,69 v. km. is met bosch bedekt. De voornaamste bronnen van bestaan zijn landbouw, veeteelt, zuivelbereiding en nijverheid. De hoeveelheid graan, die er verbouwd wordt, is niet voldoende. Van veel belang is de ooftbouw, vooral van appels, peren, kersen en tamme kastanjes. Er worden vele runderen van het Schwyzer ras gekweekt; verder is de teelt van varkens van belang, terwijl er 4 vischkweekerijen zijn. De nijverheid omvat in de eerste plaats katoenspinnerijen en katoenweverijen (Beneden-Aegeri en Baar). De zijdeweverij wordt er als huisindustrie uitgeoefend. Te Cham vindt men de beroemde Anglo Swiss Condensed Milk Co. Door den spoorweg van Zug naar Goldau is het kanton aangesloten aan den spoorweg, die naar de St. Gotthardlijn voert; tusschen de verschillende gemeenten bestaat automobielverkeer. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 25 206; voor het grootste deel belijden zij den Katholieken godsdienst. Te Zug vindt men een kantonnale school, hier en te Menzingen een kweekschool voor onderwijzers, verder bezit het kanton 7 secondaire en 22 primaire scholen. In 1904werd er voor het onderwijs in het geheel 110 519 frank uitgegeven. Volgens de grondwet van den 31,ten Januari 1904 is Zug een democratische repraesentatieve vrije staat, met een evenredig kiesstelsel en het recht van referendum en initiatief. De wetgevende macht wordt uitgeoefend door den kantonnalen raad, die voor 4 jaar rechtstreeks wordt gekozen (op 350 inwoners één lid); de uitvoerende macht door een regeeringsraad van 7 leden, die op dezelfde wijze wordt gekozen. De kantonnale rechtbank doet uitspraak in strafrechterlijke en in sommige civiele zaken. Het financiëele verslag over 1906 wees voor de inkomsten 638 653 franks, voor de uitgaven 617 153 franks aan. De hoofdplaats is Zug (zie aldaar).

Zug-, de hoofdstad van het gelijknamige Zwitsersche kanton, ligt 428 m. boven den zeespiegel aan het Zuger Meer, aan den voet van het vruchtbare Zuger Gebergte en aan 2 spoorwegen, te midden van oofttuinen en weiden. Men vindt er een aantal Middeleeuwsche torens en fraaie gebouwen, 7 kerken, waaronder de nieuwe, buiten de stad gelegen kerk St. Michael en de oude St. Oswaldkerk, een Capucijner en een Franciscaner klooster, een stadhuis in laat-Gotischen stijl met een verzameling oudheden, een nieuw regeeringsgebouw en postkantoor, een groot station, een arsenaal, een ziekenhuis enz. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 6 593. Zij houden zich voornamelijk bezig met katoenweverij, tabaksindustrie, houtzagerij, de vervaardiging van zeep, metalen voorwerpen, gloeilampen, electrische meettoestellen enz. Sedert 1907 is Zug met de hotels op den Zuger berg (940 m.)

door een electrischen spoorweg verbonden. In het gebied van de oude stad zonk den 4den Maart 1435 een straat met 26 huizen en 60 personen weg, den 5den Juli 1887 iets noordelijker een oppervlakte van 9 000 v. m. met 20 gebouwen en 11 menschen. Dit was een gevolg daarvan, dat de ondergrond door water ondermijnd was.

Zug is ontstaan uit een burcht van de graven van Kyburg, in 1273 kwam het door aankoop in het bezit van de Habsburgers, die ook rechten in Aegeri, Baar en Menzingen en de voogdij over de 4 plaatsen bezaten. Tezamen maakten deze bezittingen het ambt Zug uit. Toen in 1351 de oorlog tusschen Oostenrijk en de Eedgenooten uitbrak, werd de stad door de laatsten ingenomen, die den 27sten Juni 1352 met het ambt een eeuwig verbond sloten. Als zoodanig behoorde Zug niet tot de steden, maar tot het platte land, het bezat ook een democratische grondwet met een landelijke gemeenteinrichting. Het overige gebied van het tegenwoordige canton (Walchwü, Cham enz.) was daarentegen aan de stad Zug onderworpen. Zug sloot zich steeds nauw bij de Woudsteden aan. Na de stichting van de Helvetische Republiek werd Zug met Schwyz, Uri en Unterwalden tot het canton Waldstatten vereenigd, maar herkreeg na de mediatieacte van 1803 zijn zelfstandigheid. Later, bij de opheffing der kloosters in Aargau (1847), bij den Sonderbundsoorlog (1847) en bij de Bondsherziening van 1866—1874 stond Zug aan de zijde der Ultramontanen.

Zuger Meer, een meer met een oppervlakte van 38,25 v. km., ligt voor het grootste gedeelte in het Zwitsersche kanton Zug, heeft «en gemiddelde hoogte van 417 m. boven den zeespiegel en is door de Lorze met het hooger gelegen Aegerimeer verbonden, terwijl de Reusz de afvloeiing vormt. Het meer strekt zich van den noordvoet van den Rigi tot aan de hoofdvlakte uit en wordt door het boschrijke voorgebergte Kiemen op den westelijken oever in tweeën verdeeld, een hooger gelegen en dieper gedeelte, dat door bergen wordt omgeven, en een lager gelegen deel met vlakke en breede oevers. Er leven vele soorten visch in het meer, waarvan een soort, de roode forel, het meest gezocht is. Het meer vormt een van de meest bezochte toegangen tot den Rigi. Sedert 1852 is er een geregeld stoombootverkeer. De landingsplaats Arth in Schwyz is sedert 1875 door een korten dalspoorweg met Goldau verbonden; daarbij sluit een bergspoorweg van ongeveer 9,2 km. aan.

Zugspltze (Weiszkogel), de hoogste berg van de N. Tirolsche Kalkalpen en van het Duitsche Rijk in het algemeen, ligt ten Z. W. van Garmisch op de grens met Tirol, is 2964 m. hoog en biedt een fraai panorama van de Alpen aan. Op den W. lijke van de beide toppen staat een meteorologisch observatorium en een hut, op den O. lijke een trigonometrisch signaal en een kruis. De aanleg van een electrischen spoorweg naar den top is ontworpen.

Zuid-Afrikaansche Oorlog1. Zie Afrika Britsch-Zuid; Geschiedenis.

Zuid-Af rikaansche Republiek. Zie Transvaal.

Zuid-Afrikaansche Unie, De, een koloniale bondstaat, gevestigd in 1910, omvattende, onder den naam van Provinciën, de voormalige Koloniën, de Kaap de Goede Hoop, Natal, Oranje Rivier Kolonie, thans weder als vroeger Oranje Vrij-

Sluiten