Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs de Veluwe, bij de Punt van Vollenh ove en in Gaasterland maakten de hooge oevers dijken overbodig, terwijl in het Eemmondingsgebied en bij het Kampereiland lage kaden het water toestaan de achter gelegen landen bij hoogen waterstand te overstroomen. Eenmaal was de toestand geheel anders, want vóór de 14de eeuw bestonden er geen dijken en breidde de zee zich dientengevolge steeds meer uit. Zelfs zou volgens sommige geschiedschrijvers (Pomponius Mela) de Zuiderzee aanvankelijk slechts uit één meer, het meer Flevo, bestaan hebben. Volgens anderen (Tacitus en Plinius) lagen hier

der vaargeulen, het verzanden der havens en de verplaatsing van de internationale verkeerswegen gingen zij steeds meer achteruit en staan thans bekend als „doode steden." Alleen Amsterdam ontkwam aan dit lot door het aanleggen van nieuwe groote waterwegen, eerst naar den Helder, vervolgens naar IJmuiden (zie Noord-Hollandseh en Noordzee-Kanaal). Thans heeft op de Zuiderzee hoofdzakelijk binnenvaart plaats tusschen de er omheen gelegen provinciën, vooral op Amsterdam door de Oranjesluizen te Schellingwoude (scheepvaartverkeer in 1907: 65 mill. kub. m.). Deze

Verklaring:

«ff Zeedijk. Grrrts ven empoLfenfidftinf

i . Spoorweg IUataanJej O Schutsluis.

____ Ringvaarten ter voorziening tn do afwafermtf. » Schut-en uitwoterirt^eslius.

en Scheepvaart t? Stoomycmótl.

Ktnalen op pofderpei! voor afwalermg en •n»vu Doonde Staatscommissie ont'

Scheepvaart. worpen werfien.

Plan tot drooglegging van de Zuiderzee.

scheepvaart geschiedt langs de kanalen en grootere rivieren, welke in de Zuiderzee uitmonden. Van de eerste moeten vooral het Noordzee-Kanaal, het Noord-Hollandsch-Kanaal, de waterweg van Groningen naar de Lemmer, de trekvaart van Leeuwarden naar Harlingen en de vaart van Leeuwarden naar Stavoren genoemd worden, van de rivieren: de gekanaliseerde Vecht, de Eems, de IJsel en het Zwolsche Diep.

Het ontstaan der Zuiderzee. Tegenwoordig is de Zuiderzee grootendeels bedijkt; alleen in het Gooi,

onderscheiden meren, in welk geval het Flevomeer wel het voornaamste zal geweest zijn. Dit lag wellicht op de plek van het tegenwoordige Val van Urk en werd in de Middeleeuwen (Wülibald, „Vita S< Bonifacius") Almari of Almeri genoemd. In dit meer stroomden kleinere en grootere rivieren uit, zooals de IJsel en de Utrechtsche Vecht, wellicht ook nog een Rijnarm door de Geldersclie Vallei, terwijl het meer waarschijnlijk ten W. van Stavoren op de Noordzee afwaterde, wellicht door den Vliestroom. Het drassige laagveengebied rondom

Sluiten