Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eilanden nog vele eigenaardige kleederdrachten en weinig groot-grondbezit, evenals in Zeeland; daarentegen is de verhouding tusschen eigenaars en pachters in Holland veel gunstiger en doet het absentisme er zijn nadeeligen invloed niet gelden.

Bestuur, onderwijs enz. Aan het hoofd der provincie staat de Commissaris des Konings, ter zijde gestaan door de Gedeputeerde Staten, een college van 6 leden. De wetgevende macht deelt hij met de Provinciale Staten, die 82 leden tellen. Naar de Eerste Kamer zendt Zuid-Holland 10, naar de Tweede Kamer 20 leden. Voor de rechtspraak heeft men een gerechtshof te 's Gravenhage, 3 arrondissementsrechtbanken te 's Gravenhage, Rotterdam en Dordrecht en 17 kantongerechten.

De provincie bezit een hoogeschool te Leiden, een technische hoogeschool te Delft, 8 openbare, 3 bijzondere gymnasia en een lyceum; verder 11 hooger burgerscholen met 5 jarigen cursus voor jongens en 3 voor meisjes, 4 hooger burgerscholen met 3 jarigen cursus voor jongens, 4 bijzondere hooger burgerscholen en 2 handelsscholen; daarnaast 8 ambachtsscholen, verschillende teekenscholen, kooken huishoudscholen, conservatoria voor muziek enz. Voor het lager onderwijs ressorteert de provincie onder de tweede inspectie. In 1909 telde men er 966 lagere scholen (waarvan 430 bijzondere) met 108 487 mannelijke en 130 702 vrouwelijke leerlingen. ZuidHolland is tevens de zetel van het bestuur des lands, van het hoogste rechterlijke college en van vele burgerlijke en militaire lichamen.

Geschiedenis. Daar Zuid-Holland tot 1840 met Noord-Holland één gewest vormde, kan van een zelfstandige geschiedenis der provincie geen sprake zijn en kunnen wij volstaan met te verwijzen naar de artikelen Noord-Holland en Nederland.

Zuidhorn, een gemeente in de provincie Groningen, 2316 H. A. groot met (1910) 2 863 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Oldeliove, Aduard, De Leek, Oldekerk en Grijpskerk. De bodem bestaat uit klei en diluviaal zand. Landbouw is het voornaamste middel van bestaan. Tot de gemeente behooren de dorpen Zuidhorn en Noordhorn, een deel van het dorp Enumatil, de buurt Okswerd of Oxwert, benevens een aantal gehuchten.

Het fraaie dorp Zuidhorn ligt aan den spoorweg van Harlingen naar Nieuwe Schans. Het bezit een Hervormde en een Gereformeerde kerk. De oude burcht Hanckema is in 1877 afgebroken.

Zuidlaren, een gemeente in de provincie Drente, 3492 H. A. groot met (1910) 3 562 inwoners, wordt begrensd door de Drentsche gemeenten Vries en Anloo en door de Groninger gemeenten Hoogezand en Haren. De zuidelijke helft van het Zuidlaarder Meer behoort tot deze gemeente, langs de Oostermoersche Vaart en de Drentsche A vindt men laagveen, overigens bestaat de bodem uit diluviaal zand. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt en veenderij. Tot de gemeente behoort het dorp Zuidlaren, de buurten Zuidlaarderveen, de Groeve en Midlaren en het gehucht Plankensloot.

Het fraaie dorp Zuidlaren is door een paardentram met Groningen en met het station VriesZuidlaren van den spoorweg Groningen-Zwolle verbonden. Het bezit een Hervormde kerk. In 1895 is het krankzinnigengesticht Dennenoord geopend. Te Zuidlaren worden belangrijke veemarkten ge¬

houden, terwijl het een uitspanningsplaats vormt voor de bewoners der stad Groningen.

Zuidpool. Zie Pool.

Zuidpoolexpedities (zie de kaart bij het art. Zuidpoollanden), reizen, ondernomen om de Zuidpoolstreken te onderzoeken, geschiedden aanvankelijk onder den invloed der hypothese omtrent een groot, zuidelijk vasteland, welke reeds door Ptolemaeus verkondigd en door de aardrijkskundigen der Middeleeuwen bevestigd werd. In 1675 ontdekte Antonio de la Roché, aanvoerder van een Hamburgsche handelsexpeditie, Zuid-Georgië, dat wellicht in de jaren 1501—1502 reeds door Amerigo Vespucci was gezien. In 1739 volgde de ontdekking door den Franschen admiraal Bouvet van het naar hem genoemde eiland, in W72 vond du Frezne de Prins Eduard- en Crozeteilanden en Kerguelen de Kergueleneilanden. Cook overschreed het eerst den Zuidpoolcirkel. Op zijn tweeden tocht om de wereld van 1772—1775 bewees hij, dat een Zuidelijk vasteland op gematigde breedten niet bestaat. Hij bereikte den 30Bten Januari 1774 de grootste Z. Br., n. 1. 71° 10', en ontdekte een jaar later de Sandwicheilanden. Na hem luwde de belangstelling voor het Zuidpoolonderzoek, en eerst in het begin van de 19"6 eeuw werd onze kennis van het antarktisch gebied vermeerderd door robbenvangers. Smith en Bransfield ontdekten de Zuid-Shetland-eilanden (1819), Weddell, Palmer en Powell de Zuid-Orkneyeilanden en Palmerland. De Russische expeditie onder Bellingshausen ontdekte (1821) het Peter Ieiland en Alexander I-land, alsmede een werkenden vulkaan op het Sawadowskij-eiland van de Sandwichgroep. Weddell drong in de naar hem genoemde zee door tot 74° 15' (1823). Biscoe zeilde van 1831 —1832 rondom de pool en ontdekte daarbij Enderbyland, Grahamland en de Biscoe-eilanden. Kemp nam in 1833 het hooge Kempland waar en Balleny de eilanden, welke naar hem zijn genoemd. De onderzoekingen van Gausz omtrent het aardmagnetisme waren oorzaak, dat van 1838—1843 bijna gelijktijdig 3 expedities voor het wetenschappelijk onderzoek van de Zuidpoolstreek werkzaam waren. De Fransche met twee schepen onder d' Urville ontdekte Louis Philippe-land (1838) en Clarie- en Adélieland (1840). De Amerikaansche, bestaande uit 5 schepen onder Wilkes, voer in 1840 langs de 2300 km. lange kuststrook, welke thans Wilkesland heet. Het meeste succes had echter de Engelsche expeditie van 2 schepen onder Rosz. Zij ontdekte het bergachtige Victorialand met den werkenden vulkaan Erebus en drong (1841—1842) door tot 78° 4' Z. Br., waar een geweldige, honderden km. lange ijsmuur elk verder doordringen belette. In 1874 bereikte de Challenger-expeditie het uiteinde van Wilkesland en deed Dallmann enkele aardrijkskundige ontdekkingen in de Zuidelijke IJszee. Overigens rustte het wetenschappelijk onderzoek tot het einde der 19de eeuw. De eerste nieuwe ontdekkingen werden weder door walvischvaarders gedaan, zooals door Larssen en Evensen, die Koning Oskar II-Land en twee nieuwe werkende vulkanen ontdekten. Nog meer succes had de Noorsche walvisch vanger „Antarctic" onder Buil met den natuuronderzoeker Borchgrevink als matroos aan boord. Voor het eerst na Rosz werd Victorialand weder bezocht en in 1895 deed Borchgrevink de eerste landing op het antarctische vasteland. Dit was het sein voor een her-

Sluiten