Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwde wetenschappelijke belangstelling. De Belgische expeditie onder de Gerlache drong van 1897— 1898 met de „Belgica" in den Palmers-archipel door en ontdekte deStraatBelgica.Door het ijs ingesloten, volbracht deze expeditie op 71° 31' Z. Br. en 82° 10' W. L. v. Gr. de eerste antarctische overwintering. In 1898 vertrok Borchgrevink op de „Southern Cross" uitgerust door den Londenschen uitgever Newnes, naar Victorialand, waar hij bij Kaap Ada-re een winterstation inrichtte en met sledetochten Victorialand onderzocht, terwijl het schip naar NieuwZeeland terugkeerde. Daarna bracht in den Z. lijken zomer van 1899—1900 het schip de expeditie naar den rand van den ijsmuur, welken Rosz ontdekt had en die na dien tijd aanmerkelijk lager geworden was. Borchgrevink betrad voor het eerst het landijs en drong met sleden door tot 78° 50' Z. Br. De Duitsche Valdivia-expeditie kwam in 1898 tot in de nabijheid van Enderbyland, waarbij het Bouveteiland opnieuw gevonden werd. In 1901 voer de groote Duitsche Zuidpoolexpeditie op het schip „Gausz" onder leiding van Drygalski van Kiel af. Over de Kerguelen, waar onder Enzensberger een station werd opgericht, werd Z. waarts gevaren en in Februari 1902 Keizer Wilhelm II land gevonden. Tegelijkertijd vestigde een Engelsche expeditie op de ..Discovery" onder Scott een station op het Erebuseiland, van waaruit in Januari 1902 Koning Eduard VlI-land ontdekt werd. Scott drong met twee reisgenooten tot 82° 17' Z. Br.,W.waarts tot 164° 30' O. L. v. Gr. door, waarbij hij op 155° 30' O. L. v. Gr. den magnetischen nulmeridiaan passeerde. Eerst in 1904 kon de expeditie haar winterkwartier verlaten en met de beide schepen, welke tot ontzet waren uitgezonden, de terugreis aanvaarden. De particuliere Noorsche expeditie op de „Antarctic" onder Nordenskjöld had met veel tegenspoed te kampen. Op de O. kust van Grahamland verliet deze in Februari 1902 met 5 reisgenooten het schip, dat bij Zuid-Georgië zou overwinteren, om op het Snow-Hill-eiland een station te vestigen. Bij den terugkeer van de „Antarctic" poogden drie der opvarenden, waaronder de natuuronderzoeker Andersson, met sleden Nordenskjöld te bereiken. Zij waren echter gedwongen om te overwinteren en ontmoetten hem eerst in October 1903. Ondertusschen had het schip in Februari 1903 schipbreuk geleden. De bemanning, die onder kapitein Larssen het Pauleteiland had kunnen bereiken, overwinterde daar, totdat ten slotte de drie afdeelingen in November 1903 door de hulpexpeditie van het Argentijnsche oorlogsschip Uruguay werden ontzet. Een Schotsche Zuidpoolexpeditie onder Bruce onderzocht met de „Scotia" van 1902—1904 de Weddellzee en bereikte in Februari 1902 70° 30' Z. Br. Bij de overwintering op de Zuid-Orkney-eilanden, werd op het Lauri-eiland een waarnemingsstation ingericht,dat later door Argentinië is overgenomen. Op een tweeden tocht bereikte de „Scotia" in Maart 1904 op 74° Z. Br. de Z. lijkste punt van de Weddellzee. Een Fransche expeditie onder Charcot, oorspronkelijk bedoeld als hulpexpeditie voor Nordenskjöld, onderzocht den Palmer-archipel en Grahamland, overwinterde in

1904 op het eiland Wandel en drong in Januari

1905 door tot Alexander I land. In juli 1907 verliet een Engelsche expeditie onder Shackleton, die reeds aan de Discovery-expeditie had deelgenomen, op de „Nimrod" de Theems en in Januari 1908 NieuwZeeland, o. a. voorzien van poneys, honden en een

motorslede, met het plan om te trachten den Zuidpool te bereiken. Den 10den Maart 1908 werd de ijszeekrater Erebus bestegen. Een afdeeling der expeditie onder prof. David vertrok in October 1908 naar Victorialand en bereikte den 13del1 Januari 1909 onder groote moeilijkheden over Butter Point den magnetischen Zuidpool, waarvan Murson de ligging bepaalde op 72° 25' Z. Br. en 154° O. L. v. Gr. in het N. O. van Victorialand, 418 km. N. W. lijk van het Drygalskidepöt. Een tweede afdeeling bracht de kust van Straat Mare Murdo in kaart. Het meeste succes had echter de tocht naar de Zuidpool zelf. Shackleton, vergezeld door Adams, Marshall en Bild, vertrok den 29sten October 1908 Z. waarts. Ondanks geweldige sneeuwstormen (tot 110 km. snelheid per uur) en zeer lage temperaturen (tot—67° C.), werd den 26sten November het Z. lijkste station van de Discovery-expeditie bereikt. Vandaar kwam men door een woestijn van sneeuw en ijs — een gletscher van 200 km. lengte en 65 km. breedte werd overschreden — den 26sten December aan een bergrug ter hoogte van 2700—3100 m. Den 9dei> Januari 1909 werd op 88° 23' Z. Br. en 162° O. L. v. Gr. de Engelsche vlag geplant. Dit meest Z.lijk gelegen punt ligt 178,73km. van de Zuidpool (zie ook het art. IJszee). Verder Z. waarts breidt zich een hoogvlakte uit, geheel bedekt, naar het schijnt, door landijs; hooge bergen werden niet gezien door Shackleton, die hier door gebrek aan levensmiddelen gedwongen werd terug te keeren. Het wetenschappelijk resultaat van deze expeditie is niet onbelangrijk. Het bestaan van een antarktisch vasteland werd aangetoond, steenkoolbeddingen, als bewijs van een weelderigen plantengroei in vroegere geologische tijdperken, werden gevonden, bewezen werd, dat de theorie van de atmosferische kalmte aan de Zuidpool onjuist is, een juiste bepaling van de ligging van de magnetische Zuidpool werd verricht, 8 bergketens werden ontdekt, ongeveer 100 bergen opgenomen, terwijl ook de Erebus bestegen en ten W. van Victorialand het bestaan van een nieuwe, hooge kuststrook geconstateerd werd. Op den terugweg ontdekte men bovendien eennog onbekend kustgebergte van meer dan 2000 m. hoogte. Den 22sten Maart 1909 bereikte de expeditie zonder persoonlijke verliezen de Halvemaansbaai in Nieuw-Z. Wales. Een Fransche Zuidpoolexpeditie verliet den 7den December 1908 onder Charcot op het stoomschip „Pourquoi pas?" Punta Arenas. De W. kust van Grahamland werd opgemeten en de lengte van Adelie-eiland bepaald op 130 km., 10 maal zoolang als op de kaarten was aangegeven. Meer Z. waarts werd een groote zeeboezem ontdekt en een nieuwe kustlijn opgenomen. Ten slotte werd vastgesteld, dat Alexander I land en Grahamland samenhangen. In 1909 bezocht Charcot de Zuid-Shetlandseilanden en drong opnieuw naar het Z. door, terwijl hij in Februari 1910 behouden in Buenos Aires terugkeerde. Vooral het succes van Shackleton heeft tot de uitrusting van verschillende groote expedities aanleiding gegeven, die trachten zouden de Zuidpool te bereiken. Inderdaad gelukte zulks aan een Zweedsche expeditie onder leiding van den bekenden Noordpoolreiziger Amundsen den 14den December 1911, terwijl een Britsche expeditie onder kapitein Scot slechts 150 mijlen van de pool verwijderd bleef en na een nieuwe overwintering in 1912 zou trachten eveneens tot de pool door te dringen.

Zuidpoollanden of Antarktische landen (zie

Sluiten