Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kaart) is de naam van alle landen en eilanden, welke binnen of in de nabijheid van den zuidpoolcirkel gelegen zijn. De aanwezigheid van een antarktiseh vasteland (Terra antarctica, Terra australis, Terra Magellanica), dat men bij wijze van analogie met de vastelanden op het noordelijk halfrond rondom de Zuidpool vermoedde, is door de resultaten van de Zuidpoolexpedities der laatste jaren bevestigd geworden Dit schijnt in hoofdzaak uit een hoogvlakte, met landijs bedekt, te bestaan. In 1909 drong Shackeleton hier tot 88° 23' Z. Br. door, na over een bergketen van 2700—3100 m. te zijn getrokken. De grootte van dit land, waarvoor men den naam Antarctica heeft voorgesteld, wordt op 8—10 millioen v. km. geschat. Het verst noordwaarts strekt dit land zich tegenover het Z. van'Amerika uit, waar Louis Philippeland, de noordoosthoek van Grahamland, bijna 63° Z. Br. bereikt. Ten W. van Grahamland liggen de Zuid-Shetlandeilanden en de Palmerarchipel, ten N. O. de Zuid-Orkneyeilanden, het Joinvilleeiland en een aantal kleinere eilanden. Het Alexander I land, dat in 1821 ten Z. W. van Grahamland op 68° Z. Br. door Bellingshausen werd gezien, hangt waarschijnlijk met Grahamland samen. Op dezefde breedte ontdekte Bellingshausen verder naar hetW. heteilandje Peter I. Tusschen 150—168° W. L. en 76°—78° Z. Br. ligt het Edward VII land, dat in 1902 door een Engelsche expeditie onder Scott werd ontdekt, tenW.daarvan tusschen 160°—170° O. L. het reeds door Bosz ontdekte Victorialand, welks kust Scott in 1902 tot82°17'Z.Br. volgde. Tusschen 150°—100° O. L. liggen onder den Zuidpoolcirkel een reeks landen, die men onder den gemeenschappelijken naam van Wilkesland samenvat en waaraan men de namen Adelieland, Clarieland, Northland, Sabinaland, Buttland en Knoxland gegeven heeft. Hierbij sluit zich op 90° O. L. het Keizer-Wilhelm-II-land aan, dat in 1902 door een Duitsche expeditie onder Von Drygalski is ontdekt. Daarop volgt op 60° O. L. Kempland, op 60° O. L. Enderbyland en op 20° W. L. het door de Schotsche Zuidpoolexpeditie onder Bruce ontdekte Coatsland (1904), dat door de Weddellzee van Grahamland is gescheiden. Als subantarktisch gebied worden nog eenige eilanden tusschen 60°—60° Z. Br. tot de Zuidpoollanden gerekend, omdat zij, wat hun klimaat betreft, daarmee overeenstemmen. Hiertoe behooren: Zuid-Georgië op 54° Z. Br. en 37° W. L., de Sandwicheilanden tusschen 56°—59° Z. Br. en op 27° W. L., de Keateseilanden op 58°Z.Br.en 120° W. L., de Emeraldeilanden op 56° Z. Br. en 165° O. L., de Macquarieeilanden op 54° Z. Br. en 160° O. L., de Kerguelen-, Heard- en Macdonaldeilanden tusschen 49°—54° Z. Br. en 68°—74° O. L. en het Bouveteiland op 64° Z. Br. en 4° O. L.

Van de geologische gesteldheid van de Zuidpoollanden weten wij zeer weinig. Behalve oudere gesteenten als graniet, gneis, glimmerlei en zandsteen treft men er ook jongere vulkanische gesteenten, vooral verschillende basaltsoorten aan. Steenkolen werden op meer dan een plaats gevonden. Vulkanische verschijnselen heeft men op Victorialand en de Zuid-Shetlandeilanden waargenomen. Sedementaire vormingen metoverblijfselen vanplanten, waarschijnlijk uit de tertiaire periode, heeft men op Victorialand en op het ten O. van Louis-Philippeland gelegen Seymoureiland gevonden. Over de temperatuur hebben verschillende expedities eenige waar¬

nemingen gedaan. Als gemiddelde jaartemperatuur heeft men gevonden:

Breedte- an Tempera-

graad. waar" tuur.

b neming.

Snow Hill-Sta-

tion 64°22' 1902—1903 —12,2° C.

Gausz-Station.. 66° 2' 1902—1903 —11,4° C.

Belgica-Station. 70°30' 1898—1899 — 9,6° C. Kap Adare-Sta-

tion 71°18' 1899—1900 —14,1° C.

Discovery-Sta-

tion 77°49' 1902—1903 —17,8° C.

Boven de Zuidpoollanden bevindt zich een gebied van een betrekkelijk hoogen luchtdruk, waarvan de werking verhoogd wordt door de depressies, die tusschen 50°—60° Z. Br. voorbijtrekken. Tengevolge daarvan ontstaan er dikwijls zuidelijke en zuidwestelijke stormen, meestal gelijktijdig met een groote en plotselinge verandering van temperatuur. Doordat de temperatuur naar verhouding lager en de hoeveelheid neerslag grooter is dan in de op overeenkomstige breedte gelegen Noordpoollanden, is de bodem er meer algemeen met gletschers bedekt en ligt de sneeuwlijn er lager. Shackleton trok over een gletscher van 200 km. lengte en 65 km. breedte. De ijsbergen nemen er kolossale afmetingen aan. Daar het land voor het grootste gedeelte onder sneeuw en ijs begraven is, is de plantengroei er zeer schraal en bijna geheel tot de subantarktische zone beperkt. Op de Kerguelena-eilanden heeft men 26 verschillende soorten vaatplanten aangetroffen, waartoe o.a. de Kerguelenkool (pringlea antiscorbutica) behoort; van de 15 in Zuid-Georgië ontdekte soorten zijn het tussokgras en de tot de rosaceeën behoorende acaena ascendens de belangrijkste. Binnen den poolcirkel werden alleen korstmossen aangetroffen. Aan de' kusten komen verschillende soorten algen voor. De dierenwereld is, wat het land betreft, eveneens zeer arm. In het eigenlijk antarktisch gebied ontbreekt het dierlijk leven geheel, op de subantarktische eilanden treft men, behalve muizen en ingevoerde konijnen, geen zoogdieren aan; van de lagere dieren leven op Kerguelen een soort slak, een soort regenworm, eenige insekten, meest zonder vleugels, 2 soorten spinnen, 4 soorten mijten en 7 soorten zoetwatercrustaceeën. Op Zuid-Georgië leeft een vogelsoort (anthus antarcticus). Daarentegen is het dierlijk leven in de zee tamelijk ontwikkeld. Er komen verschillende walvischachtige dieren, robben, zeeolifanten en zeeluipaarden voor, verder treft men er verschillende vetganzen, meeuwen, stormvogels, zeezwaluwen, eenden, cormoranen en ijshoenderen aan. Ook de lagere dierenwereld is in de zee tamelijk rijk vertegenwoordigd. Zie ook Zuidpoolexpeditws.

Zuid-Shetlandseilanden, een antarktische archipel, ten Z. O. van Kaap Hoorn tusschen 53°— 63° W. L. van Gr. en 61°—63°,5 Z. Br. gelegen, omvatten 12 hoofd- en tallooze kleinere eilandenmeteen gezamenlijke oppervlakte van 2300 v. km. Zij kunnen in drie groepen worden verdeeld. Tot de O. lijke behooren Clarence- en Olifantseiland, tot de middelste King George-eiland, het grootste van den archipel, als mede de eilanden Nelson, Livingstone en

Sluiten