Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deception en tot de W. lijke groep Smith-eiland, het hoogste (Mount Forster 2010 m.) van den archipel. Deze eilanden, welke met gletschers bedekt zijn, werden, nadat zij reeds vroeger, o. a. door Dirk Gerritsz. in 1599, gezien waren, door Smith in 1819 bezocht. Nauwkeuriger onderzoekingen verrichtte Bransfield van 1819—1820, terwijl zij door de expedities van onzen tijd, o. a. door die van Charcot in 1910, opnieuw werden onderzocht.

Zuid Slaven is een verzamelnaam voor Bulgaren, Serven, Kroaten en Slowenen. Sommige schrijvers rekenen de Bulgaren er niet toe. Zie verder Slaven.

Zuidtij. Zie Getijden.

Zuidwest Afrika. Zie Duitsch Zuidwest-Afrika.

Zuidwolde, een gemeente in de provincie Drente, 9 679 H. A. groot met (1910) 4 340 inwoners, wordt begrensd door de Drentsche gemeenten De Wijk, Ruinen en Hoogeveen en door de Overijselsche gemeenten Ambt Hardenberg en Avereest. De grens wordt in het N. door den Echtingerstroom en in het Z. door de Reest gevormd. Langs deze riviertjes vindt men eenig hoogveen en laagveen, overigens bestaat de bodem uit diluviaal zand. Landbouw, veeteelt en veenderij zijn de voornaamste middelen van bestaan. Tot de gemeente behoort het dorp Kerkenbosch of Zuidwolde, benevens een aantal buurten en gehuchten.

Zuidzee, Stille. Zie Groote Oceaan.

Zuidzeecompag-nie, Britsche, is de naam van een Engelsche handelsvereeniging. In 1710 nam een genootschap van kooplieden een schuld der Britsche regeering over ten bedrage van bijna 9'/2 millioen pond sterling en verkreeg daarvoor de belofte eener rente van 5% en het voorrecht van den alleenhandel van de Orinoco zuidwaarts tot aan Vuurland en aan de westkust van Amerika met de Spaansche volkplantingen en nog te ontdekken landen tot op een afstand van 300 geogr. mijl van het vaste land der Nieuwe Wereld, met uitzondering van de bezittingen der bevriende mogendheden. Het Parlement stond 8 000 pond sterling toe voor de kosten van bestuur en benoemde een gouverneur, een onder-gouverneur en 24 directeuren. Tot 1713 leverde deze zaak weinig voordeel op. Bij den Vrede van Utrecht evenwel, in dat jaar gesloten, moest de Fransche Guineamaatschappij, die te voren slavenhandel dreef op de Spaansche Antillen, hare zaken aan de Zuidzeecompagnie afstaan, welke zich verbond, tot 1743 jaarlijks aldaar 4 000 Negers te leveren tegen 33y4 piaster voor elk. Leverde men er meer, dan zou men zich voor de overigen met de helft van dien prijs vergenoegen. Nu begon de Compagnie te bloeien, en zelfs George I nam voor 10 000 pond sterling aandeelen, zoodat hij in 1718 gouverneur werd der Compagnie. In 1719 was de Staat reeds ll3/4 millioen pond sterling aan haar schuldig. Nu kwam Blount in 1720 op het denkbeeld, om aan de Regeering eene dergelijke geldelijke operatie voor te stellen als die van Law (zie aldaar) in Frankrijk, zoodat de Zuidzeecompagnie de eenige schuldeischeres van den Staat werd. De directeuren ontvingen daartoe verlof, en de speculatiewoede werd bij het volk zóó sterk aangewakkerd, dat de compagnie weldra over verbazende sommen beschikken kon. Het Parlement echter kwam nog tijdig tusschen beiden, maakte een einde aan de zwendelarij,

strafte de bedriegers en zorgde, dat de bedrogenen nog nagenoeg een derde van hun inlegkapitaal terug ontvingen.

Zuig'eling'enbeschermiBg- stelt zich, in verband met de groote kindersterfte (zie aldaar), ten doel deze laatste door het in het leven roepen van instellingen van verschillenden aard te verminderen. In de eerste plaats moet daarbij gedacht worden aan maatregelen en inrichtingen, die de voeding der zuigelingen door de moeder pogen te bevorderen. In Duitschland bijv. zoogt slechts 30% der moeders haar kinderen, terwijl mag worden aangenomen, dat niet minder dan 70% daarvoor geschikt zijn. Tot de maatregelen, hier bedoeld, moeten gerekend worden het uitkeeren waazoogpremies aan moeders, die zelf haar kinderen zoogen, en het inrichten van zoogvertrekken in fabrieken, waarin gehuwde arbeidsters haar kinderen gedurende den werktijd kunnen voeden. Intusschen hebben ook de maatschappelijke verhoudingen een belangrijken invloed. De sterfte onder onechte kinderen is hooger dan die onder echte, op het platteland is zij grooter dan in de steden, waar zij weer de wijken der armen erger teistert dan die der meer gegoeden. Op grond van deze feiten mag worden gezegd, dat het vraagstuk der zuigelingenbescherming in niet geringe mate een voedingsvraagstuk is. Vandaar dat evenzeer verbetering verwacht wordt van het invoeren van moederschapsverzekering (zie aldaar) en van moedervoeding. Met het oog op dit laatste werd in 1904 te Parijs door ,,1'Oeuvre de FAllaitement maternel" een soort restaurant geopend, waar zoogenden moeders kosteloos voedsel wordt verstrekt. In 1905 bezat Parijs reeds 5 van deze inrichtingen, die in 5 jaar tijds 144 403 maaltijden verstrekten. De resultaten waren zeer gunstig. Bedroeg de gemiddelde zuigelingsterfte 17—18%, onder de zuigelingen van de vrouwen, door de restaurants gevoed, daalde zij tot 3%. In 1905 volgde Turijn, later ook andere steden, zoodat thans in België, Duitschland, Engeland, Frankrijk en Italië inrichtingen van dien aard bestaan. Hebben de beide genoemde maatregelen meer in het bijzonder het oog op de moeder, daarnaast bepleit men de wenschelijkheid van de oprichting van consultatieburaux voor zuigelingenvoeding (zie Zuigelingenkeuken), poliklinieken voor kinderziekten, zuigelingen- ziekenhuizen, en verwacht men niet het minst verbetering van den toestand door de werking van de zuigelingenkeuken (zie aldaar).

Zuigelinfrenkeuken is de naam van een inrichting, welke de zuigelingensterfte tracht te bestrijden door haar oorzaken, voornamelijk bestaande in aandoeningen van het maag- en darmkanaal, zooveel mogelijk te ondervangen. Daar deze aandoeningen in den regel een gevolg zijn van fouten in de deugdelijkheid en de wijze van bereiding en toediening van het voedsel, welke fouten in hoofdzaak eigen zijn aan de kunstmatige voeding, tracht de zuigelingenkeuken haar doel te bereiken door de volgende middelen: 1°. Zij geeft raad en voorlichting aan de moeders; 2°. zij bevordert, waar mogelijk, de natuurlijke voeding en 3°. zij verstrekt zuigelingenvoedsel, waar de natuurlijke voeding te kort schiet. Tot de maatregelen, onder 2° bedoeld, behooren o.a. het uitkeeren van zoogpremies en moedervoeding (zie Zuigelingenlescherming). Bij het onder 3° genoemde wordt aldus te werk gegaan, dat door iedere

Sluiten