Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

notes"(1882) en „The romance of Guy of Warwick. Edited from the Anchinleck manuscripts and frora manuscripts 107 inCains College, Cambridge"(dl. 1, 1883, dl. 2,1887). Sedert 1889 was hij vice-president van het Shakespearegenootschap, sedert 1890 mederedacteur van het archief voor de studie van de nieuwere talen. In 1893 werd hij door de universiteit te Cambridge honoris eau sa tot doctor benoemd.

Zurbano, Martin, een Spaansch generaal, geboren omstreeks 1780 in Arragon, was gedurende de oorlogen op het Spaansche schiereiland van 1808 tot 1814 aanvoerder van een guerillabende en bepaalde zich vervolgens bij den sluikhandel. Na den dood van Ferdinand VII schaarde hij zich aan de zijde van koningin Christina, en deze benoemde hem tot majoor en bevelhebber van een vrijkorps in de Baskische provinciën. Weldra werd hij bevorderd tot kolonel en in 1841 tot generaal. Nadat de koningin-regentes Spanje verlaten had, sloot hij zich aan bij Espartero, dempte in 1842 onderscheiden volksbewegingen met bloedige gestrengheid, en werd vervolgens naar Barcelona gezonden, waar hij echter den opstand niet kon dempen. Toen in 1843 Narvaez in verzet kwam tegen Espartero, vertrok Zurbano naar Barcelona, om zich bij laatstgenoemde te voegen en begaf zich vervolgens naar Madrid, dat door Narvaez bedreigd werd. Zijn korps liep echter over tot zijn tegenstanders, zoodat hij de vlucht moest nemen naar het gebergte. Wel verzamelde hij wederom een guerillabende, doch deze werd spoedig uiteengejaagd. Zijn zonen werden gevangen genomen en gefusilleerd, en ook hij zelf onderging in Januari 1845 datzelfde lot.

Zurbaran, Francisco de, een Spaansch schilder, gedoopt den 7den November 1598 te Fuente de Cantos in Estremadura, begaf zich naar Sevilla, waar hij leiding ontving van Juan de las Roelas en studeerde vooral naar de natuur. Zijn krachtig-naturalistische stijl steunt op de werking van het clair-obscur en is eenigszins verwant met dien van Caravaggio en Ribera. In 1625 maakte hij een aanvang met de groote stukken voor het Convent de la Merced te Sevilla met tafereelen uit het leven van den heiligen Petrus Nolascus, daarop volgde weldra een van zijn voornaamste werken: „De apotheose van den heiligen Thomas van Aquino", thans in het museum te Sevilla. Later was hij werkzaam te Guadeloupe, waar hij acht groote tafereelen uit het leven van den heiligen Hieronymus schilderde voor het klooster aldaar. Nadat hij te Sevilla was teruggekeerd, schilderde hij drie groote stukken voor de Karthuisers van Santa Maria de las Cuevas. Philips IV benoemde hem tot hofschilder. Ook leverde hij een altaarstuk te Xeres (1633). In 1650 werd hij naar Madrid geroepen, waar hij „De daden van Herkules" schilderde, thans in het museum van het Prado. Hij overleed aldaar in 1662. Men heeft ook stukken van zijn hand te Parijs, Berlijn, Dresden, Weenen enz. Zurbaran behoort tot de grootste Spaansche schilders, uit zijn stukken spreekt vooral het fanatiek en ascetisch-godsdienstig karakter van zijn volk, dat inzonderheid uitkomt in zijn monnikenbeelden.

Zürcher, dr. Jan, een Hollandsch genre- en landschapschilder, werd geboren te Amsterdam in 1851 en overleed te 's Gravenhage in 1905. Hij begon zijn loopbaan als leeraar M. O. in Fransch, Engelsch en Duitsch, studeerde klassieke philologie te Leiden en daarna geneeskunde te Berlijn, waar hij in 1879

op een proefschrift „Ein Beitrag zur Descendenztheorie" promoveerde. Als kind teekende hij reeds, later schreef hij kunstkritieken en pas op gevorderden leeftijd begon hij met schilderen. Hoe veelzijdig begaafd hij was, bewijst o.m. zijn roman „Roeping". Zürcher was een eigenaardige persoonlijkheid, een kunst-enthousiast en een mysticus. Een uiting van zijn mysticisme vinden we o. a. in zijn schilderijen „Memento Mori" en „Lentetij". Hoeveel goede kwaliteiten zijn werk ook moge bezitten, het is in hooge mate onevenwichtig. Monticelli, Jozef Israëls en Thijs Maris hadden om beurten grooten invloed op hem en hij trachtte steeds de techniek na te volgen van den meester,onder wiens bekoring hij stond, zóó was hij blijkbaar overtuigd van zijn gebrek aan technische vaardigheid. Zijn talent was geprononceerd litterair. Hij had een rijken geest en zijn schilderijen waren de illustraties van wat hij zich in litterairen vorm dacht. Een enkele maal maakte hij echter landschappen direct naar de natuur en bereikte juist daarin zeer mooie effecten.

Zie over hem Frans Vermeulen's opstel in Elzevier's geïllustreerd Maandschrift van Juli 1911.

Zurck, Eduard van, een Nederlandsch letterkundige en conrector te Haarlem, leverde „Ciceronis selectae orationes"(1694, 4de druk, 1709), de „Carmina" van Horatius (1696), „Oratio de felicibus Britannorum, Batavorum et Foederatorum successibus"(1706) en „Codex Batavus, waarin het algemeen Kerk-, Publyk- en Burgerlijk Recht van Holland, Zeeland en het ressort der Generaliteit kortelijk begrepen is, enz." (1711; 5de druk, 1764). Hij overleed omstreeks het jaar 1726.

Zuren is in de scheikunde de algemeene benaming voor die waterstofverbindingen,waaruit zouten (zie aldaar) ontstaan, wanneer haar waterstof geheel of gedeeltelijk door een metaal wordt vervangen. Zij bezitten echter niet altijd de eigenschap van de meest bekende zuren, zooals zout-, zwavel- en salpeterzuur, van zuur te smaken en zuur te reageeren (blauw lakmoespapier rood te kleuren). Sommige zuren zijn bij gewone temperatuur vast, andere vloeibaar of gasvormig. Enkele zuren zijn zeer bestendig, andere daarentegen ontleden zóó licht, dat men hen alleen in waterige oplossing kent. Zelfs kan men de samenstelling van sommige zuren alleen afleiden uit die van hun zouten, daar zij bij de poging, om het zuur daaruit af te scheiden terstond ontleden, bijv. koolzuur. De halogenen (zie aldaar) vormen met waterstof rechtstreeks de zoogenaamde waterstof- of haloïdezuren: chloor-, broom-, jood- en fluoorwaterstofzuur. Analoog daarmede, kent men een klein aantal zuren, gevormd uit waterstof en een éénwaardig radicaal, zooals cyaan CN(HCN cyaanwaterstof). Het meerendeel der zuren bevat een zuurstofhoudend radicaal; zij vormen de zuurstof- of oxyzuren. Eenige andere bezitten in plaats van een zuurstofhoudend een zwavelhoudend radicaal; men noemt hen sulfozuren. Verder spreekt men van minerale zuren, dat zijn zulke, welke geen koolstof bevatten en van organische zuren, die uit koolstof, waterstof en zuurstof zijn opgebouwd.

Naar gelang van het aantal waterstofatomen, die door metalen kunnen worden vervangen, onderscheidt men één- en meerbasische zuren (zie Basiciteit). De boven met name genoemde zuren zijn dus éénbasisch. Zij vormen één reeks zouten. De meerbasische zuren vormen meer reeksen van zouten, over-

Sluiten