Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenkomende met hun graad van basiciteit (zie Zouten).

Bij een zelfde element of radicaal noemt men orthozuur het zuur, dat het grootste aantal hydroxylgroepen bevat. Intusschen is niet steeds het orthozuur bekend, dat evenveel hydroxylgroepen bevat als overeenkomt met de waardigheid van het element. Zoo bijv. schijnt het orthozuur P(OH5) niet te bestaan. In zulk een geval noemt men orthozuur dat zuur, dat door afsplitsing van een molecuul water uit het eigenlijke orthozuur ontstaat, bij phosforus derhalve: P(OH)6—H20 = PO(OH)3 (orthophosforzuur, H3PÖ4). Verliest een oxvzuur alle waterstof in den vorm van water, dan ontstaat een zuuranhydried, bijv: H 2S04 (zwavelzuur)—H20 = S03 (zwavelzuuranhydried). Vroeger noemde men dit anhydried zuur, terwijl het eigenlijke zuur als hydraat werd opgevat. Anhydrizuren ontstaan, wanneer een zuur slechts een gedeelte van zijn waterstof als water verliest. Dit gebeurt in den regel bij drieen vierbasische zuren. Zoo gaat driebasisch orthophosforzuur over in éénbasisch metaphosforzuur: H3PO4—H2() = HPO3. Heeft de afsplitsing aan 2 moleculen zuur plaats, dan ontstaat vierbasisch pyrophosforzuur: 2 H3P04—H20 = H4P207. Op analoge wijze ontstaan de polyzuren. Vele organische zuren zijn, behalve door hun basiciteit, nog door andere eigenschappen gekenmerkt. Zij gedragen zich ook als alkoholen,phenolen,aldehyden, ketonen enz. In overeenstemming daarmede spreekt men van alkohol-, phenol-, aldehvd-, keton- enz. zuren.

De nomenclatuur der zuurstofzuren gaat uit van het element, waaraan het zijn karakter ontleent. Achter den naam daarvan wordt de uitgang zuur gevoegd: zwavelzuur, chloorzuur, salpeterzuur. Vormt een element meer dan één zuur, dan krijgt het voornaamste dezen naam. Het zuur met minder zuurstof krijgt den uitgang igzuur: zwaveligzuur, salpeterigzuur. Bestaan er zuren, welke nog minder zuurstof bevatten, dan krijgen zij bovendien het voorvoegsel onder of hypo: onderphosforigzuur. De namen van zuren met meer zuurstof dan het voornaamste zuur worden gevormd door het voorvoegsel ■per of hyper: perchloorzuur. De namen der haloïdezuren worden verkregen door achter de samenkoppeling van de namen der elementen den uitgang zuur te voegen: chloorwaterstofzuur.

Zurich, een der noordoostelijke kantons van Zwitserland, grenst in het oosten aan Thurgau en St. Gallen, in het zuiden aan Schwyz en Zug, in het westen aan Aargau en in het noorden aan Baden en het kanton Schaffhausen en beslaat een oppervlakte van 1724,76 v. km. Het land helt over het algemeen noordwestwaarts naar de zijde van den Rijn. Aan het zuidoostelijk gedeelte geeft men den naam van Oberland, waaruit de St. Galler en Schwyzer VoorAlpen met de Schnebelhorn (1295 m.) oprijzen. Op dit gedeelte volgt het Wijnland (WinterthurSchaffhausen), dat afdaalt naar het Unter- of Bauernland (Bülach). Tusschen Pfannenstiel (853 m.) en de Albisketen (918 m.) ligt het dal van het Zuricher Meer en de Limmat, ten W. daarvan het Knonauer Amt. Van de geheele oppervlakte is 93,9% produktief; daarvan is 468,6 v. km. met bosch, 40,55 v. km. met wijngaarden bedekt. De landbouw, evenals in de overige deelen van Zwitserland ten behoeve van de veeteelt beperkt, is in de omstreken van het Zurichermeer in tuinbouw overgegaan. De

hoeveelheid graan, die verbouwd wordt, is op verre na niet voldoende. De hoogvlakte levert het meeste graan en het meeste ooft. In 1906 werd er voor 11,68 millioen franc aan graan en hakvruchten verbouwd, voor 52,24 millioen aan hooi en andere voedergewassen, De wijnbouw leverde 161 365 H. L. wijn (waarde 5,5 millioen franc), de ooftbouw 62 833 000 kg. (waarde van 6,46 millioen franc). In hetzelfde jaar bestond de veestapel uit 9 742 paarden, 112 256 runderen, 27 815 varkens, 2 273 schapen en 16 184 geiten, terwijl het kanton 3 vischkweekerijen bezat. De bevolking bedraagt (1900) 431 637 zielen. Zurich is het voornaamste nij verheidsdistrikt van Zwitserland; men vervaardigt er inzonderheid zijden en katoenen stoffen, machines en electro-technische toestellen. De stad Zurich heeft een zeer druk verkeer; met Bazel is zij de voornaamste handelsstad van Zwitserland. Het kanton is verdeeld in 189 gemeenten, waarvan 47 een bevolking van 1—2 000, 29 van 2—5 000 en 9 van meer dan 5 000 zielen tellen. Naast de hoofdstad Zurich is Winterthur de belangrijkste plaats. Het onderwijs staat er op een hoogen trap. In 1906 werd er voor het onderwijs 8 434 983 franc uitgegeven en wel voor de 59 765 leerlingen, die lager onderwijs genoten, 118 franc per hoofd en voor de 9 124 leerlingen van de scholen voor voortgezet onderwijs 150 franc per hoofd. Er zijn 5 scholen, die voor het academisch onderwijs voorbereiden, verder kweekscholen voor onderwijzers, handelsscholen, landbouwscholen, een technikum (te Winterthur) en een universiteit (te Zurich). In het algemeen zijn de inrichtigen voor sociale doeleinden uitstekend, zoo 0. a. de liefdadige instellingen. Volgens de grondwet van den 18de" April 1869 zijn alle wetten en overeenkomsten, alsmede de besluiten der wetgevende vergadering, voorzoover dit door de meerderheid wordt bepaald, aan de beslissing van het volk onderworpen. Dit is ook het geval met belangrijke posten op de begrooting. Aan 5 000 stemgerechtigden is het recht van initiatief verleend, daarenboven bezit ieder het recht voorstellen in de dienen, wanneer hij ondersteund wordt door een derde der leden van de Wetgevende Vergadering. Het volk benoemt zoowel de leden van deze Vergadering, alsmede die der uitvoerende macht bij rechtstreeksche verkiezing. Die vergadering is de Kantonnale Raad, welke telkens na drie jaren in de kiesdistrikten gekozen wordt, en wel op elke 1 500 burgers één lid. De uitvoerende macht is eveneens voor een driejarig tijdperk toevertrouwd aan een Regeeringsraad van 7 leden. Aan het hoofd der rechtsbedeeling staat een hooggerechtshof van 4 leden, door den Kantonnalen Raad voor een tijdperk van 6 jaren gekozen. Politieke en andere misdaden en persovertredingen worden gevonnist door een rechtbank van gezworenen. Het kanton is verdeeld in 11 distrikten. In elk van deze heeft men een stadhouder als vertegenwoordiger van het uitvoerend bewind met een distriktsraad. Verder heeft men er een distriktsrechtbank, een distriktsschoolbestuur en een distriktskerkbestuur. Elke gemeente bezit een gemeenteraad en een vrederechter. Aan de regeering is een Raad van Opvoeding toegevoegd. De kerkgenootschappen zijn zelfstandig in de regeling van hun zaken onder het toezicht van den Staat; de Protestantsche staatsgodsdienst staat onder toezicht van een kerkeraad en van een uit geestelijken en leeken bestaande synode. In 1907

Sluiten