Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen, die als het ware een onafgebroken dubbelstad vormen. Tusschen de bevallig gelegen huizengroepen ziet men ooft- en wijngaarden, bouw- en weilanden, de hoogere berghellingen zijn met donkere wouden bedekt, terwijl op den achtergrond een reeks van met sneeuw bedekte toppen zich verheft. Door de eilanden Ufenau en Lützelau en door de landtong bij Hurdenis het meer verdeeld in de minder diepe Obersee, waaraan de plaatsen Lachen en Sehmerikon liggen, en het diepere eigenlijke Zuricher Meer. Over een dam is een spoorweg van Rapperswil over Hurden naar. Pfaffikon—Einsiedeln—Goldau aangelegd. De Obersee vriest des winters meestal dicht, met het Zuricher Meer is dit doorgaans niet het geval. Er wordt veel visch gevangen, vooral snoek en zalmforellen. Hier werden in 1754 voor het eerst Zwitsersche paalwoningen ontdekt.

Zurich, Vrede van, is de naam van den vrede, die op den grondslag der voorloopige bepalingen van Villafranca den 10den November 1859 tusschen Oostenrijk, Frankrijk en Sardinië gesloten werd. Hij rust op drie verschillende verdragen, namelijk tusschen Frankrijk en Oostenrijk, Frankrijk en Sardinië en Oostenrijk en Sardinië. Oostenrijk stond daarbij zijn rechten op Lombardije, met uitzondering van de vestingen Peschiera en Mantua, aan Frankrijk af, dat ze wederom overdroeg aan Sardinië. Sardinië nam drie vijfde van de schuld van het Lombardisch-Venetiaansch koninkrijk, en 40 millioen van de nationale leening van 1854 over. De beide door de gezanten van Sardinië onderteekende verdragen maakten geen melding van het „Italiaansch Verbond", waarop te Villafranca het uitzicht geopend was, en evenmin van de verdreven Vorsten der drie Italiaansche Middenstaten, wier rechten in het Fransch-Oostenrijksch verdrag uitdrukkelijk waren voorbehouden.

Zuring: (Rumex L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Polygoneeën; het telt in ons land althans een vijftiental soorten, welke met uitzondering van een paar eenjarigen (R. maritimus en palustris) tot de overblijvende planten behooren en meerendeels op vochtige plaatsen groeien, vooral langs slooten en vijvers. Zij onderscheiden zich door een kruidachtigen, al of niet vertakten, wel eens 2 m. hoogen stengel, aan wiens voet in den regel eenige tot een roset vereenigde, groote wortelbladeren voorkomen, terwijl hooger op kleinere stengelbladeren verspreid zijn. Al die bladeren zijn gaafrandig, dikwijls langs den rand gegolfd en veelal lang gesteeld. De talrijke, kleine, groenachtige bloemen ontluiken in de zomermaanden en zijn tot schijnkransen vereenigd. Het bloemdek is zesdeelig; de drie binnenste slippen zijn grooter dan de drie buitenste en de zes meeldraden paarsgewijs tegenover deze laatste geplaatst. De bloemen zijn twee- of eenslachtig of ook polygamisch en laten driekantige nootjes achter, welke door de drie grootste dekblaadjes zoodanig zijn ingesloten, dat zij gelijken op zaadkorrels, in een driekleppige doosvrucht verborgen. Van de soorten noemen wij: de echte waterzuring (R. aquaticus), die weinig voorkomt, — de oeverzuring (R. Hydrolopathum), zich onderscheidend door de wortelbladeren, die naar de basis smaller worden, vermoedelijk de herba Britannica, door de inwoners van Groot-Britannië aan de soldaten van Caesar tegen scheurbuik aanbevolen, — de gekrulde zuring R. erispus) met sterk gegolfde bladeren, — het rid¬

dersblad (R. obtusifolius) met stompe onderste bladeren, — de gewone of veldzuring (R. Acelosa), — de kleine wilde zuring (R. Acelosella) met smalle lancetvormige bladeren, — de getropte zuring (R. conglomoratus), de roode zuring (R. sanguineus), — de groote zuring (R. maximus), — de veldzuring (R. pratensis), — en de blauwe zuring (R. scutatus). De gewone of veldzuring wordt als groente geteeld. Ze wordt door scheuren vermenigvuldigd en wel tijdens den rusttijd. Ze verlangen een zeer vruchtbaren grond en een verplanting om de 3 en 4 jaren. De oogst valt in het voorjaar. Zoodra in den zomer andere groenten worden aangeboden, moet de oogst van de zuring zijn geëindigd, omdat zij nietalseen hoogwaardige groente beschouwd wordt. De variëteit Spaansche zuring is zeer gewild.

Zuringzout (Zuur kaliumoxalaat, Oxalium, Sal acetosellae, KHC204), komt in verschillende planten voor en wordt verkregen doorkaliumcarbonaat met zuringzuur te neutraliseeren en daarna een evengroot volume zuringzuur toe te voegen, als voor het neutraliseeren werd gebruikt. Het vormt kristallen met één molecuul kristalwater, smaakt zuur en bitter en lost gemakkelijk op in warm en moeilijk in koud water en alkohol. Men bezigt het tot het wegmaken van inkt en roestvlekken; zijn werking berust op de vorming van een oplosbaar dubbelzout. Ook vindt het toepassing als*poetsmiddel,van koperwaren enz. Verwisseling van zuringzout met andere zure poeders, bijv. wijnsteen, is dikwijls oorzaak geweest van vergiftiging. Symptonen en behandeling daarvan komen overeen met die van zuringzuur (zie aldaar).

Zuringzure zouten (Oxaalzure zouten, Oxalalen), verbindingen van zuringzuur met basen, komen ten deele in de natuur voor en worden verkregen door het neutraliseeren van het zuur met de betreffende basen of, voor zoover zij onoplosbaar zijn, door dubbele ontleding van zuringzure en andere zouten. Als tweebasisch zuur vormt zuringzuur normale en zure zouten. De alkalioxalaten zijn in water oplosbaar en kristalliseeren gemakkelijk, de andere vormen een witten neerslag, die in water onoplosbaar is. Alle zuringzure zouten zijn onoplosbaar in alkohol en ontleden bij verhitting. Van de k a 1 i u moxalaten bestaan er drie: 1. Normaal kaliumoxalaat. (K2C204), dat zuilvormige kristallen vormt met 1 molecuul kristalwater, dat het bij 180° C. verliest. 2. Zuur kaliumoxalaat (zie Zuringzout)-, 3. Viervoudigzuur kaliumoxalaat H3K (C204)2 + 2H20, wordt verkregen door zuringzuur met kaliumcarbonaat te neutraliseeren en daarna nog driemaal zooveel zuur toe te voegen als gebruikt is. Bij afkoeling scheidt zich het zout door omroeren als een glanzend poeder bijna geheel af. Het wordt in plaats van vrij zuringzout bij alkalimetrische bepalingen gebruikt. Met de drie kaliumoxalaten komen drie ammoniumoxalaten overeen. Van deze is alleen het normale ammoniumoxalaat (NH4) C204. H20, van meer algemeen belang. Het vormt waterheldere, glanzende, rhombische kristallen, welke in 24 dln. water oplossen en vindt als reagens toepassing in de scheikundige analyse. Normaal calcivmoxalaat (CaC204. H20) komt zeer verspreid in het planten- en dierenrijk voor en wordt uit warme of geconcentreerde oplossingen van calciumzouten door ammoniumoxalaat neergeslagen. Het is een wit, kristallijn poeder, onoplosbaar in water en azijnzuur, maar gemakkelijk oplosbaar in minerale zu-

Sluiten