Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonde den Zevenjarigen Oorlog bij en nam in 1780 als luitenant-generaal zijn ontslag. Hij keerde daarop terug naar Zug, wijdde zich aan de beoefening der wetenschappen en overleed in 1799. Hij was sedert 1749 lid van de Fransche Academie, alsmede lid van het Natuurkundig Genootschap te Zurich en van de Accademia te Rome. Hij schreef: ,,Histoire militaire des Suisses au service de laFrance" (1751—1753), „Code militaire des Suisses" (1758— 1764), „Bibhothèque militaire historique et politique" (1760), „Tableaux topographiques, pittoresques, physiques, historiques, moraux, politiques et litéraires de la Suisse" (1780—1786) en „Mémoires sur 1'origine de 1'auguste maison de Habsburg-Autriche, en francais et en latin" (1760).

Zurlinden, Emile Auguste Francais Thomas, een Fransch generaal, geboren den 3aen November 1837 te Colmar, bezocht de polytechnische school te Parijs, nam in 1858 dienst bij de artillerie, werd in 1860 tot luitenant en in 1866 tot kapitein bevorderd. Bij de capitulatie van Metz in 1870 gevangen genomen, ontvluchtte hij uit Glogau en bereikte gelukkig Frankrijk, waarna hij opnieuw aan den oorlog tegen Duitschland deelnam. In 1881 werd hij kolonel, was tweede directeur van de polytechnische school, werd daarna in 1885 bevorderd tot brigadegeneraal en in 1890 tot divisie-generaal en commandant van de 2ae infanteriedivisie te Arras. In 1894 werd hij commandant van het 4ae legerkorps te Le Mans. Van den 27sten Januari—den 28stel1 October 1895 was hij minister van Oorlog, waarna hij belast werd met het commando over het 15ae legerkorps te Marseille. In Januari 1898 benoemd tot gouverneur van Parijs, trad hij in het Kabinet Brisson in September van dat jaar weder op als minister van Oorlog. Reeds na 12 dagen moest hij echter door de Drevfuszaak weder aftreden, waarop hij in Juli 1899 van het ambt van gouverneur werd ontheven en benoemd tot commandant van het 18de legerkorps te Bordeaux. In 1900 lid geworden van den oppersten krijgsraad, ging hij in 1902 over naar de reserve. Hij schreef: „La guerre de 1870—1871. Réflexions et souvenirs"(2de druk, 1904) en „Hautes études de guerre" (1905).

Zurlo, Giuseppe, graaf, een Italiaansch staatsman, geboren te Napels in 1759, bekleedde eerst verschillende rechterlijke betrekkingen en werd in 1798 minister van Financiën. In 1803 werd hij door den minister Acton aangeklaagd en in de gevangenis geworpen, maar weldra vrijgesproken. Na dien tijd woonde hij ambteloos te Napels, totdat Murat hem in 1809 tot minister van Justitie benoemde. In die betrekking organiseerde hij in korten tijd de geheele rechtsbedeeling en ontwierp een procesorde en een strafwetboek. Ook reorganiseerde hij de aan hem toevertrouwde afdeelingen van Binnenlandsche Zaken en van Eeredienst en voerde doeltreffende maatregelen in ter verbetering van het staatsbeheer, ter opbeuring der nijverhe'd, tot uitbreiding van bet onderwijs en ter bevordering van kunst en wetenschap. Na het einde van het Fransch bewind te Napels woonde hij te Venetië en te Rome, tot hij in 1818 van koning Ferdinand verlof ontving, naar zijn vaderland terug te keeren. Na de omwenteling van 1820 werd hij wederom belast met de portefeuille van Binnenlandsche Zaken, doch hij behield haar slechts weinige maanden en overleed te Napels den 10tlen November 1828.

Zurstrassen, Melchior, een Duitsch beeldhouwer, geboren den 28sten December 1832 te Münster in Westfalen, bezocht sedert 1850 het atelier van den beeldhouwer Imhof te Keulen en beitelde er in 1853 de 14 statiën in hautreliëf, welke de opmerkzaamheid trokken van Rauch, die den jongen man in zijn atelier opnam. Te Berlijn vervaardigde hij o.a. Friedrich Wilhelm IV, een bronzen standbeeld van den grooten keurvorst als tienjarigen knaap. In 1857 begaf hij zich naar Rome, waar hij „Een Romeinsche herder" schiep, die hem te Berlijn een driejarig staatsstipendium bezorgde.Daarna vestigde hij in 1862 te Berlijn een atelier, waar hij o. a. een overwinningszuil ter herinnering aan het jaar 1866, 28 portretreliëfs van verschillende geleerden voor de bibliotheek van het stadhuis te Berlijn en 3 reliefs voor het gedenkteeken op Alsen vervaardigde. Nadat hij van 1870 tot 1875 als professor aan de school voor Schoone Kunst te Neurenberg was werkzaam geweest, vertrok hij in dezelfde betrekking naar de Academie voor Schoone Kunst te Leipzig. Hier vervaardigde hij o. a. een marmeren Caritasgroep, het frontespièce van het postkantoor en talrijke bustes. Voor het museum schiep hij o. a. de beelden van Rembrandi enRubens,voor de universiteitsbibliotheek die van Friedrich den Strijdbare, keurvorst Maurits, Lessing en Goethe. In het museum te Linz in Opper-Oostenrijk vindt men van hem een fries en 10 standbeelden. Hij overleed te Leipzig den 27sten Februari 1896.

Zusmarshausen, een vlek in het Beiersche distrikt Zwaben aan de Zusam met 1082 inwoners, is bekend geworden doordat aldaar den 17den Mei 1648 de Zweden en Franschen onder Wrangel en Turenne de overwinning behaalden op de keizerlijke troepen en op de Beieren, onder aanvoering van Holzappel, die in dit gevecht sneuvelde, en Gronsfeld. Wrangel kwam in het bezit van den overgang over de Lech.

Zuster heet een vrouwelijk persoon, welke met een andere dezelfde ouders heeft. Zijn beide ouders gemeenschappelijk, dan heet zij echte, is alleen de vader of de moeder gemeenschappelijk, half- of stiefzuster. Verder is zuster de aanduiding voor nonnen, diaconessen en in het algemeen voor die vrouwen, welke zich met ziekenverpleging bezighouden. Bij broedergemeenten noemt men aldus de vrouwelijke leden, die in een zusterhuis bijeen wonen.

Zusterhulp is de naam van een philanthropische Nederlandsche vereeniging, die ten doel heeft vrouwen en meisjes, onverschillig van welken stand en welk kerkgenootschap, die, tengevolge van een zwakke gezondheid en overwerkte krachten, een moeilijk leven hebben, tot steun te zijn. Zij heeft een rusthuis „Moria" te Nunspeet, waar 37 rustbehoevenden kunnen worden opgenomen. Verder richtte zij een werkverschaffing op, die goed betaald werk uitgeeft, om aan vrouwen, die tot arbeiden buitenshuis onbekwaam zijn, eenig middel van bestaan te verschaffen. Daarmede is een kleerkast verbonden, waaruit tegen vergoeding of kosteloos, aan verschillende personen kleeren kunnen worden verschaft. De vereeniging telt 34 afdeelingen.

Zutfen of Zutphen (zie de plaat), een gemeente in de provincie Gelderland, 1152 H. A. groot met (1910) 18530 inwoners, ligt op beide oevers van den 1 IJsel en wordt begrensd door de gemeenten Gorsel, Warnsfeld en Brummen. In 1862 werd een gedeelte

Sluiten