Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Brummen bij Zutfen ingelijfd. De bodem bestaat uit klei en zand. Tot de gemeente behooren de stad Zutfen, de buurt De Hoven en eenige verstrooide huizen.

De stad Zutfen is gunstig gelegen op de plaats, waar de Berkel in den IJsel uitmondt. Zij is door spoorwegen verbonden met Zwolle, Apeldoorn, Arnhem, Winterswijk en Hengelo, door stoomtramlijnen met Emmerik en met Geldersch Hengelo en door een paardentramlijn met Eefde. De stad was vroeger een vesting, die meermalen werd uitgebreid: na 1870 werden de vestingwerken geheel gesloopt, terwijl reeds in 1868 de wallen geslecht waren. Overblijfselen zijn nog: De Bult, een kleine hoogte, vanwaar men een fraai uitzicht over de omgeving heeft, een vierkante toren, waar vroeger de omwalling eindigde, de Oude Nieuwstadspoort of Diezer Poort en het Hoornwerk. De zuidwestelijke wijken vormen het oudste gedeelte van Zutfen, de zoogenaamde Oude stad; de Nieuwe Stad ten N. daarvan vormde echter reeds in 1272 een eigen parochie. Aan de overzijde van den IJsel ligt de voorstad De Hoven. De stad breidt zich vooral naar het O., in de richting van Eefde uit. Tot de voornaamste pleinen behooren: de Markt, het Stationsplein met een fontein, die de Zutfenaars in 1890 aan burgemeester Coenen schonken, de Houtmarkt, eveneens met een fontein, die in 1898, ter herinnering aan de troonsbestijging van koningin Wilhelmina, aldaar werd geplaatst, de Zaadmarkt, het oude 'sGravenhof enhet Broederenkerkplein. In het nieuwe stadsgedeelte treft men het fraaie Coenenpark aan. Mooie wandelingen zijn o. a. de IJselkade, de Martinetsingel, de Boompjeswal en de Berkelwandeling. Tot de voornaamste straten behooren: de Groenmarkt, de Beukerstraat, de Sprongstraat, de Hofstraat, de Nieuwstad, de Turfstraat, het Oudewand en de Larenpoort. Zutfen bezit een aantal oude bouwwerken en fraaie oude gevels.

De St. Walburgskerk, gesticht door graaf Otto 111 van Zutjen, werd in 1105 gewijd en verving een oudere kerk, die reeds vóór 1059 bestond. De grafsteen van graaf Otto, die in 1113 aldaar werd begraven, is nog aanwezig. Het oude gebouw is herhaaldelijk uitgebreid en herbouwd. Een van de fraaiste gedeelten is het Mariaportaal aan de noordzijde. Inwendig is het gebouw versierd met muurschilderingen uit de 17de eeuw. Tot de belangrijkste kunstwerken behooren de ijzeren grafkroon van graaf Otto 111, de koperen doopvont, in 1526 gegoten door Gilles van den Eynde, liet graf der Van Heeckerens en het fraaie orgel uit de 17ae eeuw. Beroemd is de tot deze kerk behoorende kloosterbibliotheek, de Librije, gesticht tusschen 1561—1564, met kostbare boeken en handschriften, die aan kettingen bevestigd zijn. In 1890 is men met de restauratie van de kerk begonnen. De Broederenkerk werd omstreeks 1293 door Margaretha van Vlaanderen, de gemalin van Reinout 1 gesticht en was oorspronkehjk aan het Minderbroeder- of Predikheerenklooster verbonden. Sedert 1572 werd het vroegere klooster als Latijnsche school gebruikt. Een gedeelte is gerestaureerd en is thans als reconvalescentenafdeeling in gebruik bij de Koloniale Reserve, in een ander gedeelte is de rijkslandbouwwinterschool gevestigd. Een derde oude kerk is de Nieuwstads- of Mariakerk, die reeds in 1272 bestond. Dit laatste gebouw behoort aan de Roomsch-Katholieken, de beide an¬

dere aan de Hervormden. Verder vindt men er een Luthersche, een Doopsgezinde, een Gereformeerde en een Joodsche kerk. Het stadhuis is een oud gebouw, dat echter weinig meer van zijn oorspronkelijken toestand vertoont, de boterhal, die in 1450 is gebouwd, werd in 1898 gerestaureerd. De Wijnhuistoren, vroeger verbonden met de stadsherberg, het Wijnhuis, werd in 1627 voltooid en is een schilderachtig gebouw in Hollandschen renaissancestijl. Op de bovenverdieping is het stedelijk museum van oudheden gevestigd, in de benedenverdieping het politiebureau en het stedelijk telefoonkantoor. De Wijnhuistoren bezit een klokkenspel, dat van 1643 —1646 door de gebroeders Hemony werd vervaardigd. Het Bornhof, een gesticht voor oude mannen en vrouwen, bezit een fraaie poort. De Drogenapstoren, zoo genoemd naar een stadsmuzikant, die in de 16de eeuw dit gebouw bewoonde, werd oorspronkelijk voor stadspoort bestemd. In 1444 werd met den bouw begonnen, in 1465 werd de poort weder dichtgemetseld, later diende het gebouw tot gevangenis, vervolgens tot stadspakhuis, in 1888 werd het voor watertoren bestemd. Een ander overblijfsel van oude bouwkunst is de Berkelruïne, een oud verdedigingswerk, dat met 3 bogen, die vroeger door valdeuren gesloten konden worden, de Berkel overspant. Verder noemen wij nog de Bourgonjetoren van 1467 met den Martinetskoepel. Van de overige gebouwen kunnen nog vermeld worden: het station, de schouwburg, het rechtsgebouw, de buitensoeiëteit, de nieuwe sociëteit, het volkshuis, opgericht door den Volksbond, de kazernes en het badhuis. Zutfen bezit een gymnasium, een hoogere burgerschool met vijfjarigen cursus en een school voor kunstnijverheid, gevestigd in het zoogenaamde Martinetshuis, de vroegere woning van J. F. Martinet (zie aldaar). Van de liefdadige instellingen noemen wij, behalve het reeds genoemde Bornhof, het Oude en Nieuwe Gasthuis, eveneens een oude stichting, waartoe behalve een ziekenhuis, het buitengesticht Het Graffeit in de gemeente Warnsfeld behoort, verder het Ruitershofje, een instelling van 1451, die levensmiddelen aan behoeftige burgers uitdeelt en goedkoope woningen verhuurt, en de David Evekinkstichting, in 1871 uit een legaat voor het stichten van arbeiderswoningen gevormd. Op maatschappelijk gebied zijn verder o. a. de Volksbond, het Nut, de Volksgaarkeuken, de Kindervoeding, de Wijkverpleging enz. werkzaam.

In De Hoven op den linker IJseloever houden de bewoners zich vooral bezig metlandbouw, veeteelten de vervaardiging van steenen. De eigenlijke stad op den rechter oever is het middelpunt voor de Graafschap. Er is veel handel, vooral in hout, en scheepvaart en er worden drukke markten gehouden. Ook is de nijverheid er van belang. De stad heeft fraaie omstreken, zoo o. a. de Voorsterlaan, de Kapper-Allée, de wandelingen naar de Laatste Stuiver, Rustoord, Eefde, de Dam, het Klaphek, het Huis de Voorst, de Kap, het Jachthuis enz.

Zutfen, oorspronkelijk Sutfenne geheeten, wordt reeds in de ll116 eeuw als een versterkte plaats vermeld, binnen wier muren zich een burcht en een kapittelkerk bevonden. In 1138 kwam de plaats door het huwelijk van Irmgard van Zutfen met Gerhard van Gelre aan het Geldersche huis, in 1190 verhief Otto 1 haar tot een vrije stad. Haar grootsten bloei beleefde zij onder de hertogen van GuMk; onder

Sluiten