Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hertogen uit het huis Egmond verminderde haar ; macht. Den 10den Juni 1572 werd de stad door de Staatschen bij verrassing ingenomen, den Kï"cn ' November ging zij weer over aan de Spanjaarden, die er een vreeselijk bloedbad aanrichtten, eerst in 1577 trok het Spaansche garnizoen af. In 1583 werd zij opnieuw door de Spanjaarden veroverd, in 1586 werd zij vruchteloos door Leicester belegerd. De Engelsche veldheer Yorke leverde in 1587 de schans tegenover Zutfen, die in het bezit van de Staatsschen was, aan den vijand over; deze schans werd in 1591 heroverd. Den 30"'n Mei 1591 moesten de Spanjaarden de stad aan prins Maurits overgeven. Van Juni 1672 tot April 1674 was Zutfen in handen van de Franschen, den 24stcn November 1813 gaf het zich aan Pruisen over.

Zutphen, Hendrik van, een voorstander van de Hervorming, geboren in 1488 te Zutfen, heette eigenlijk Muller of Möller, maar werd naar zijn geboorteplaats Van Zutphen genoemd. Hij werd voor den geestelijken stand bestemd en bezocht de hoogeschool te Wittenberg, waar hij het onderwijs van Imther bijwoonde. Nadat hij den graad van baccalaureus verworven had, trad hij in de Orde der Augustijnen en vertoefde eerst in een klooster te Keulen, waarna hij prior werd in een klooster te Dordrecht. Hij behoorde met Jacob Spreng, prior van een Augustijner klooster te Antwerpen, tot de eerste aanhangers van Luther is ons land. Beiden stonden met hem in briefwisseling en in 1521 bezocht Van Zutphen hem te Wittenberg. Nadat Spreng gevangen genomen was, zette Van Zutphen in zijn plaats te Antwerpen het werk der Hervorming voort, tot hij in 1522 met al de monniken van het Augustijner klooster werd gevangen genomen. Hij werd tot den marteldood veroordeeld, doch den 29^en September door het samengeschoolde volk bevrijd. Van Zutphen achtte zich intusschen te Antwerpen niet langer veilig en besloot, over Holland en Westfalen naar Wittenberg te reizen. Te Bremen werd hem een betrekking als predikant aan de Ansgarikerk aangeboden, doch ook hier ondervond hij veel tegenwerking. De geestelijkheid wendde zich tot den stedelijken raad en drong aan op zijn verwijdering. Nadat de opzieners van de Ansgarikerk geweigerd hadden den leeraar te ontslaan, verzocht de bisschop den raad Van Zutphen te zijner beschikking te stellen. Toen de raad hierin niet wilde treden, deed de bisschop een kerkvergadering buiten Bremen beleggen en Hendrik van Zutphen dagen, aldaar te verschijnen. Deze bleef echter afwezig, zoodat hij onder afkondiging van het keizerlijk edict van Worms veroordeeld werd. Inmiddels zette hij zijn prediking voort, ook op andere plaatsen, waarna hij door den invloed van den verlichten priester NikolaasRose in het hertogdomHolstein beroepenwerd. Hij werd daar door de tegenstanders van de nieuwe leer opgelicht en naar Heide vervoerd, waar hij den Hden December 1524 op de markt werd verbrand. buther beschreef zijn uiteinde en wijdde dit geschrift aan de Christenen te Bremen. In 1830 is op de plaats waar Van Zutphen den marteldood onderging, door de gemeente te Heide een gedenkteeken opgericht.

Zuurstof (Oxygmium), atoomteeken O, atoomgewicht 16, een gasvormig scheikundig element, komt van alle elementen het meest verspreid en in de grootste hoeveelheid op aarde voor. In vrijen toestand vindt men haar in den dampkring tot

een bedrag van 23,30% en opgelost in water. Scheikundig gebonden, vormt zij ten bedrage van 44—48 % een bestanddeel van de gesteenten, welke de hoofdmassa van de aarde uitmaken en voor 88,82% van water. Voor de bereiding van zuurstof verhit men kwikoxied, mangaansuperoxied of chloorzure kali, waarbij men dit laatste gevoeglijk met een gelijke gewichtshoeveelheid bruinsteen, koperoxied of ijzeroxied vermengt; of men verwarmt bruinsteen met geconcentreerd zwavelzuur. In het laboratorium bereidt men zuurstof gewoonlijk door verhitting van een mengsel van kaliumchloraat met '/is—Vu van zijn gewicht aan bruinsteen in ijzeren retorten, alsmede door electrolyse van water. Zeer zuivere zuurstof verkrijgt men door kaliumbichromaat met zwavelzuur te verwarmen. In de techniek, bij de bereiding van zuurstof in het groot, past men de methode van Brin toe.Daarbij wordt bariumoxied door verhitting in een koolzuurvrijen luchtstroom geoxydeerd tot bariumperoxyd, dat door nog sterkere verhitting zuurstof afgeeft, terwijl bariumoxied wordt terug gewonnen. Tessié de Mothan ontleedt natriummanganaat bij 450° door waterdamp in mangaanoxied, alkalihydraat en zuurstof. Het residu wordt door het overleiden van koolzuurvrije lucht weder in natriummanganaat omgezet. Stuurt voerde een wijziging van dit procédé in, Kassner gaat uit van calciumplumbaat, dat hij bij 700° C. ontleedt door vochtig koolzuur. De technische bereiding van zuurstof heeft thans echter voornamelijk plaats door gefractionneerde destillatie van vloeibare lucht en door electrolyse van water. Het op deze laatste wijze verkregen produkt bevat 0,84% stikstof en 2,22% waterstof. Dit waterstofgehalte is te gering, dan dat vrees voor explosiviteit der zuurstof zou behoeven te worden gekoesterd.

Zuurstof bestaat in 2 allotrope modificaties; als zuurstof (02) en ozon (03, zie aldaar). Het is een kleur-, reuk- en smakeloos gas, dat bij — 113° C. onder een druk van 50 atmosferen overgaat in een zwak blauwachtige vloeistof met een soortelijk gewicht van 0,65 bij — 119°, die bij —182 °C. onder den druk van één atmosfeer kookt. De dichtheid van het gas bedraagt 1,1052 (lucht = 1), zoodat 1 L. zuurstof bij 0° C. en 760 mm. kwikdruk 1,429 gr. weegt. Haar oplosbaarheid in water volgt de wet van Henry: bij 0°C. bedraagt de absorptiecoëfficiënt 0,041, bij 15° C. 0,029. Bij gewone temperaturen is zuurstof vrij indifferent; zij verbindt zich echter, vooral bij verhitting, met alle elementen met uitzondering van fluorium, helium, argon enz. en vorm daarmede, vaak in verschillende verhoudingen, oxieden. De verbinding van een lichaam met zuurstof (oxydatie, verbranding) verloopt vaak snel en onder aanmerkelijke verhooging van temperatuur, gloeiing of vlamvorming, maar dikwijls ook langzaam zonder waarneembare temperatuurverhooging (langzame verbranding). Deze laatste processen spelen in de natuur een groote rol. Het rotten en roesten, het verweeren van verschillende gesteenten en de dierlijke stofwisseling zijn dergelijke, langzame verbrandingsprocessen. Zij leveren ten slotte dezelfde produkten als de snelle oxydatie, welke met vuurverschijnselen gepaard gaat. Bij langzame verbranding van opgehoopte massa's, treedt dikwijls een temperatuurverhooging in, die bij voldoenden omvang kan leiden tot zelfontbranding (zie aldaar), i In zuivere zuurstof hebben alle verbrandingsver-

Sluiten