Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

™ , „ j. Lengte van den secon-

Plaats. Breedte, denslinger in inches.

St. Thomas 0°24'41" 39,012

Trinidad 10 38 56 39,019

Bahva 12 59 21 39,024

Jamaica 17 56 7 39,035

New-York 40 42 43 39,101

Londen 51 31 8 39,139

Drontheim 63 25 54 39,174

Groenland 74 3219 39,203

Spitsbergen 79 43 68 39,215

Normale versnelling van de zwaartekracht noemt men de waarde van g ter hoogte van den zeespiegel en op 45° breedte. Zij bedraagt 980,6 cm. sec.-2. Het verband tusschen de versnelling van de zwaartekracht g, de geografische breedte <p en de hoogte boven den zeespiegel h wordt gegeven door:

g = 980,6 (1—0,0026, cos 2 y—0,0000002 h) cm. sec.-2 afgezien van plaatselijke afwijkingen, welke zelden meer dan 0,2 cm. sec.-2 bedragen.

Zwaartepunt is het aangrijpingspunt van de resultante van alle krachten, welke ten gevolge van de aantrekking der aarde op de verschillende deeltjes van een lichaam werken. Daar al deze krachten een vertikale richting hebben en dus onderling evenwijdig zijn, is haar resultante gelijk aan haar som, d. i. aan het gewicht van het geheele lichaam. Het zwaartepunt is derhalve dat punt, waarin het geheele gewicht van een lichaam vereenigd kan gedacht worden en waarin het ondersteund moet worden, zal het lichaam onder den invloed der aantrekkende werking van de aarde in evenwicht blijven. Een opgehangen lichaam verkeert in stabiel evenwicht, wanneer het zwaartepunt zich loodrecht onder het ophangpunt bevindt (zie Evenwicht). Daarop berust de methode om het zwaartepunt van een lichaam proefondervindelijk te bepalen. Hangt men het n. 1. door middel van een draad aan een punt a erFig. 1. Fig. 2. van (fig. 1) op, dan ligt

volgens het medegedeelde het zwaartepunt op het verlengde van den draad, a c. Hangt men het daarna op aan het punt b (fig. 2), dan ligt het zwaartepunt eveneens op de lijn b d.Het snijpunt van beide lijnen is het zwaartepunt zelf. Bij homogene lichamen van regelmatige gedaante kan veelal het

zwaartepunt door eenvoudige meetkundige overwegingen gevonden worden. Het zwaartepunt van een driehoek bijv. ligt in het snijpunt der rechten, die de hoekpunten met het midden der overstaande zijden vereenigen. Dat van een veelhoek vindt men door dezen in driehoeken te verdeelen. Het zwaartepunt van een pyramide of van een kegel ligt op de lijn, die van den top naar het zwaartepunt van het grondvlak getrokken wordt op 1/lie van haar lengte boven het grondvlak. Bij lichamen met een middelpunt, zooals de bol, de ellipsoïde enz., is dit tevens het zwaartepunt. Bij een cylinder met even¬

Proefondervindelijke bepaling van het zwaartepunt.

wijdige eindvlakken ligt het zwaartepunt in het midden van de as; bij een parallelopipedum in het snijpunt der drie diagonalen. Overigens ligt het zwaartepunt van een lichaam niet steeds binnen zijn massa; bij een flesch ligt het bijv. in de holle ruimte.

Zwaben, een voormalig Duitsch hertogdom, naar zijn bewoners vroeger ook Alemannië geheeten, grensde in het noorden aan de Palts en aan Franken, in het oosten aan de Lecli, in het zuiden aan Zwitserland, het Meer van Konstanz en Vorarlberg en in het westen aan den Rijn; het werd in Opper- en Beneden-Zwaben verdeeld. In de Middeleeuwen was het gesplitst in onderscheidene gouwen, waarvan de namen gedeeltelijk nog bewaard gebleven zijn, zooals Breisgau, Algau, Brenzgau, Klettgau enz. De eerste bewoners van Zwaben, die in de geschiedenis voorkomen, waren Kelten, zij werden in de eerste eeuw voor het begin van onze jaartelling door Germaansche volken verdrongen. Hoewel reeds Tïberius ten zuiden van den bovenloop der Donau de provincie Rhaetië gesticht had, kwamen eerst omstreeks het jaar 100 n. Chr. de bewoners] van zuidwestelijk Germanië tot duurzame onderwerping, waarna tusschen den Rijn, de Lahn en de Donau het Tiendenland (Decumates agri, zie aldaar) ontstond. Sedert het begin van de 3de eeuw drongen de Alemannen dit gebied van uit het N. binnen en vereenigden zich met de aldaar gevestigde Germaansche bewoners tot een stam; de bewoners ten W. van het Zwarte Woud werden echter bij voorkeur Alemannen, die ten O. van dit gebergte Sueven of Zwaben genoemd.Door de nederlaag bij Zülpich (496) werden de Alemannen onderworpen aan het Frankische rijk, zij behielden echter eigen hertogen. Sedert de 7de eeuw vond het Christendom er ingang en werd door het stichten van bisdommen krachtig bevorderd. Een opstand van hertog Theobald tegen Pepijn werd in 746 gedempt, waarna de hertogelijke waardigheid afgeschaft en een groot deel van het land bij de Kroon gevoegd werd. Na dien tijd werd het land bestuurd door twee graven of kamerboden. Karei de Groote wist zijn gezag met kracht te handhaven, onder zijn opvolgers nam de koninklijke macht echter sterk af, toen het aanzien der kamerboden begon te klimmen. Vooral de kamerboden Erchanger en Berthold verkregen een groote mate van onafhankelijkheid en eerstgenoemde aanvaardde zelfs den titel van hertog van Alemannië. Nadat zij als verstoorders van den landvrede waren terechtgesteld, trad graaf Burkhard I als hertog op en verwierf grooten aanhang. Toen deze in 919 Hendrik 1 als koning erkende, werd hij door hem in zijn ambt bevestigd. Op Burkhard volgde in 926 Eerman I, graaf van Oost-Franken, die met zijn weduwe in het huwelijk trad; hij ontving den titel hertog van Zwaben. Zijn eenige dochter lda trad in 948 in het huwelijk met Ludolf, den zoon van keizer Otto 1, die daardoor in 949 hertog van Zwaben werd, maar het hertogdom wegens een opstand tegen zijn vader wederom verloor, waarop het in 954 ten deel viel aan BurkhardII. Toen deze in 973 kinderloos overleed, beleende keizer Otto 11 zijn neef Otto, den zoon van Ludolf, met Zwaben; deze werd in 976 ook hertog van Beieren. Na den vroegtijdigen dood van dezen kwam Zwaben onder de heerschappij van Koenraad I (982), een zoon van graaf Udo van de Wetterau, een oom van

Sluiten