Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steden, de prelaten en ridders bestond. Om zich tegen«aanvalle'~ van buiten te beveiligen, werd een leger van 12 000 voetknechten en 1 200 ruiters geworven, tot het slechten van binnenlandsche verdeeldheden werd een Bondsgerecht ingesteld. Deze vereeniging, aanvankelijk voor den tijd van acht jaren gesloten, werd later vernieuwd. Vooral maakte de Bond zich verdienstelijk door zich met kracht te verzetten tegen de geweldenarijen van hertog TJlrich van Würltemberg, die in 1519 uit het land werd verjaagd, en tegen de in opstand gekomen boeren, die door den bondsveldheer van Waldburg den Saen Juni 1525 bij Königshofen aan de Tauber en den 4dcn Juni bij Ingolstadt werden verstrooid. Onder invloed van Oostenrijk bracht de Bond in 1520 Württemberg in het bezit van het Habsburgsche Huis en verzette hij zich tegen de Hervorming. Toen den 2aen Februari 1534 het verdrag geëindigd was, dat den Bond in 1523 had vernieuwd, werd geen nieuwe Bond gesloten. Ook latere pogingen tot herstel, zooals die van den Beierschen kanselier Eek in 1535 en van Karei V in 1547, mislukten.

Zwabische dichters is de naam, die vroeger algemeen gegeven werd aan de minnezangers (zie aldaar), omdat deze zich gewoonlijk van den Zwabenschen tongval bedienden. Een nieuwe, Zwabensche dichterenschool ontstond in den tijd van den vrijheidsoorlog met TJhland, bij wien zich G. Schwab, J. Kerner, K. Mayer, G. Pfizer, E. Mörike, W. Hauff enz. aansloten. Zij onderscheidden zich door nationale gevoelens, een frissche opvatting der natuur en zuiverheid van verbeelding. Zij schreven vooral lyrische gedichten.

Zwabische Jura. Zie Jura, Zwabische.

Zwabische Kreits, een der 10 kreitsen van het voormalige Duitsche rijk, omvatte grootendeels het oude Zwaben en grensde aan Zwitserland, den Opper-Rijnschen, den Keur-Rijnschen, den Frankischen, den Beierschen en den Oostenrijkschen kreits en, na den afstand van den Elzas, aan Frankrijk. Dit land was in een aantal kleinere gebieden verdeeld. De oppervlakte bedroeg 34 700 v. km., het aantal inwoners ongeveer 21/2milüoen.Dekreitsstanden waren in de 5 banken der geestelijke en der wereldlijke vorsten, der prelaten, der graven en heeren en der steden verdeeld. Tot de bank der geestelijke vorsten behoorden: de aartsbisdommen Constanz en Augsburg en de vorstelijke abdijen Kempten, Ellwangen, Landau en Buchau, tot die der wereldlijke vorsten: het hertogdom Württemberg, het markgraafschap Baden, de vorstendommen Hohenzollern, het vorstelijk graafschap Thengen, de landen van het vorstelijk en grafelijk Huis Öttingen, het vorstelijk graafschap Klettgau en het vorstelijk Huis Liechtenstein, tot die der prelaten: de abdijen Wiengarten, Ursperg, Schussenried, Marchthal, Petershausen, Zwiefalten, Gengenbach enz. tot die der graven en heeren: de kommanderij van de Duitsche Orde Alschhausen, de heeren van Fürstenberg en Montfort, het graafschap van Waldburg, dat van Fugger enz. en tot die der steden de vertegenwoordigers van 31 vrije rijkssteden, onder welke zich Augsburg, Ulm, Eszlingen, Reutlingen, Nördlingen, Rottweil, Heilbronn, Memmingen, Lindau, Ravensburg Kempten, Kaufbeuren, Weil, Wimpfen en Offenburg bevonden. De kreitsdagen werden uitgeschreven door den hertog van Württemberg, den bisschop van Augsburg, den mark¬

graaf van Baden en den bisschop van Constanz en te Ulm gehouden onder het voorzitterschap van Württemberg. De Zwabensche Kreits benoemde twee bijzitters in het Kammergericht, een Protestant en een R. Katholiek.

Zwabische Stedenbond, is de naam van een vereeniging van 22 Zwabische steden, die zich op aansporing van keizer Lodewijk den Beier den 208ten November 1331 tot wederzijdschen bijstand verplichtten. Daartoe behoorden o. a. de steden Augsburg, Ulm, Reutlingen en Heilbronn. In 1340 voegden de graven van Württemberg, Öttingen, Hohenberg, enz. zich bij den Bond, die herhaaldelijk vernieuwd werd. Den 4den Juli 1376 vereenigden zich 14 Zwabische steden voor den tijd van vier jaren tot een afzonderlijk verbond, dat den 21eten Mei 1377 graaf Ulrich van Württemberg bij Reutlingen, versloeg. Den 318ten Mei werden zij door keizer Karei IV, die tot dien tijd vijandelijk tegenover het verbond had gestaan, van den ban ontslagen. In 1385 was het aantal zijner leden tot 32 geklommen. In 1387 werden de steden en Eberhard IV, graaf van Württemberg, gewikkeld in den strijd tusschen hertog Stephanus van Beieren en aartsbisschop Pilgrim van Salzburg. Daardoor werd den 24sten Augustus 1388 in den slag bij Döffigen de macht van den Bond vernietigd. Koning Wenzei, die zich volgens het Heidelberger Verdrag van den 26Bten Juli 1384 aan het hoofd der Zwabensche steden had geplaatst, bewerkte in 1389, dat het grootste gedeelte van de leden van den bond deelnam aan den landsvrede van Eger, waardoor de bond uiteenviel. Wel ontstonden in de 15de eeuw nog meermalen verbonden van de Zwabensche steden, maar zij waren van veel minder beteekenis dan de genoemde bond.

Zwadkeerders zijn landbouwwerktuigen, die door paarden worden voortbewogen en waarmede de bij het maaien van gras en ander groenvoeder verkregen zwaden kunnen worden gekeerd, ten einde ze beter aan de lucht en de zonnewarmte bloot te stellen voor een snelle droging.

Zwaerdecroon, Bernardus, een Hollandsch portretschilder, werd geboren, waarschijnlijk te Utrecht, in 1617, en overleed aldaar in 1654. Van 1630—32 vinden wij hem als leerling te Utrecht vermeld. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Mauritshuis te 's Gravenhage en in het Museum Boymans te Rotterdam.

Zwagerschap is volgens de wet de betrekking, welke door aanhuwelijking ontstaat tusschen den echtgenoot en de bloedverwanten van den anderen echtgenoot, bijv. tusschen een man of vrouw en de eigen kinderen van een van dezen uit een vroeger huwelijk, tusschen een man of vrouw en den broeder of de zuster van den echtgenoot, tusschen een man of vrouw en de ouders van den echtgenoot, tusschen een man of vrouw en den oom of de tante van den echtgenoot, enz.

Tusschen de wederzijdsche bloedverwanten der beide echtgenooten bestaat geen zwagerschap. Deze laatste ontstaat dus altijd door aanhuwelijking, maar de gewone beteekenis van zwager, namelijk schoonbroeder, is slechts een bepaald geval van zwagerschap. De gewone namen stief- en schoonouders, stiefkinderen enz. zijn plaatsvervangers voor zwagervader, zwagerkind enz. Waar de Wet spreekt

Sluiten