Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van bloedverwantschap of zwagerschap in den eer- e sten graad, kan onmogelijk een schoonbroeder be- li doeld worden. Twee broeders is tweede graad, en z hier wordt van zwagerschap in den eersten graad c gesproken. Deze is bij bloedverwantschap de be- I trekking van een vader tot zijn kind, alzoo meent \ men die van een schoonvader tot zijn schoonzoon, e Onder het woord nabestaanden worden alleen i bloedverwanten begrepen, dus niet de betrekking, i door zwagerschap of aanhuwelijking ontstaan. Ter- 1 wijl in het Burgerlijk wetboek de zwagerschap 1 blijft voortduren na overlijden van den echt- 1 genoot, houdt zij in politieke betrekkingen op door 1 aflijvigheid der vrouw, die haar deed ontstaan. Bij ' Gedeputeerde Staten is zwagerschap tot den derden < graad ingesloten een verhindering om zitting te s nemen in dat college. •

Zwakte (Débilitas) is een term, die in de genees- s kunde in verschillende beteekenis gebruikt wordt, i AlgemeenelichaamszwaHe,berustend op onvoldoende i voeding en daardoor ook op onvoldoende functionneering der organen, komt voor na zware, koortsachtige ziekten, bij verschillende chronische ziekten en indien vorm van ouderdomszwakte als ouderdomsverschijnsel. Zie verder voor zwakte van het denkvermogen Geesteszwakte en voor algemeene kinderzwakte Paedatrofie.

Zwalmen of Swalmen, een gemeente in de provincie Limburg, 2085 H.A. groot met (1910) 3093 inwoners, wordt begrensd door de Nederlandsche gemeenten Beesel, Neer, Buggenum en Maasniel en door de Pruisische gemeenten Elmpt, Brüggen en Bracht. De grens wordt gedeeltelijk gevormd door de Maas, de Zwalm loopt er door. De bodem bestaat uit diluviaal zand en rivierklei. De voornaamste bezigheden zijn landbouw en veeteelt. Tot de gemeenten behooren de dorpen Zwalmen en Asselt,, de buurten Boukoul, Wieier en Wielerheide en het gehucht Middelhoven. Ook vindt men er het kasteel Hellenraad.

Het dorp Zwalmen ligt aan de Zwalm, aan den spoorweg en aan den grooten weg van Yenloo naar Roermond. De plaats bezit een Roomsch-Katholieke kerk. In een oorkonde uit de 12de eeuw komt zij onder den naam Sualmo voor.

Zwaluwe. Zie Hooge-en-Lage-Zwaluwe. Zwaluwen (Hirundinidae) is de naam van een vogelenfamilie uit de orde der muschvogels. Zij omvat kleine vogels met breede borst, korten hals, nagenoeg driehoekigen snavel, die aan de punt een weinig gekromd is, een zeer wijde mondspleet, korte, zwakke pooten en teenen, smalle, spitse vleugels, waarvan de eerste slagpen de langste is, en een min of meer gaffelvormigen staart, waarvan de buitenste vederen vaak veel langer zijn dan de middelste. De zwaluwen zijn over alle werelddeelen verspreid, in de koudere landen als trekvogels, in warmere gewesten als standvogels. Onze inlandsche soorten begeven zich tot naar de zuidelijkste streken van Afrika. Dat sommige zwaluwen den winter in het noorden in het slijk doorbrengen, is een sprookje. De zwaluwen vliegen zeer snel, bewegen zich op den grond zeer moeilijk, zijn zeer gezellige dieren, maken een tjilpend geluid, voeden zich met insekten, die zij in de vlucht vangen en drinken en baden eveneens in de vlucht. Zij vervaardigen een kunstig nest, waarin de wijfjes 4~-6 eieren leggen, die door haar alleen worden uitgebroed; de meeste broeden meer dan

eenmaal. De zwaluwen verkeeren gaarne in de nabijheid der menschen, in de meeste landen worden zij zeer ontzien en beschermd. In Italië en Spanje worden er echter duizenden gevangen voor de keuken. De boerenzwaluw (Hirundo rustica) bereikt een lengte van 18 cm. en een vluchtlengte van 30 cm.; zij heeft een sterk gegaffelden staart,is vanbovenblauwzwart, aan het voorhoofd en de keel bruin, met een breeden, zwarten gordel op den krop, onder het lijf roestgeel, heeft witte vlekken op de buitenste vijf stuurpennen, bewoont Europa, Azië, met uitzondering van het hooge noorden en Afrika, vertoeft bij ons van April tot October en trekt in den winter naar het zuiden. Zij bouwt haar nest bij voorkeur in huizen, onder de daklijst en onder bruggen, en vervaardigt het van slib of vette aarde, die bij kluitjes aangevoerd, met speeksel verbonden en van binnen, met dunne strootjes en haren bekleed wordt. Blijft het nest ongedeerd, dan wordt het jaren aaneen door hetzelfde zwaluwpaar en ook door het kroost betrokken, maar ieder jaar hersteld en verbeterd. Het wijfje legt 4 tot 6 witte grijs of bruin gestippelde eieren, waarop zij 12—17 dagen broedt, het tweede broedsel is kleiner. De zwaluw kan uitmuntend vliegen en heeft een voortreffelijk gezicht; zij leeft hoofdzakelijk van tweevleugelige en netvleugelige insekten, van vlinders en torren. De huiszwaluw (Hirundo urbica), bij ons de vertegenwoordiger van de meelzwaluwen (ichelidonaria) heeft een minder sterk gevorkten staart, een dikken snavel en betrekkelijk krachtige, met witte veertjes bedekte pooten. Zij is 14 cm. lang, de vlucht bedraagt 27 cm.; van boven is zij zwart en van onderen wit, gaat verder noordwaarts dan de vorige soort, verschijnt ongeveer 14 dagen later en blijft iets langer weg. Terwijl deze vogels afzonderlijk aankomen, vertrekken zij in grpote troepen. Deze zwaluw nestelt gezellig in steden en dorpen, bouwt een dergelijk nest als de voorgaande soort tegen de huizen, doch maakt het met uitzondering van een vlieggat geheel dicht. Zij legt 4 tot 6 witte eieren en broedt tweemaal in hetzelfde jaar, gedurende 12—13 dagen. Zij vliegt vooral bij regenachtig weder laag bij den grond en zoekt hier haar voedsel. De oeverzwaluw (Hirundo riparia) heeft een zwak gevorkten staart, een platten snavel en vleugels, die over het uiteinde van den staart uitsteken. Zij wordt 13 cm. lang terwijl de vlucht 29 cm. bedraagt, is van boven aschkleurig bruin, van onderen wit met een grijsbruinen ring over de borst en is zeer verbreid in Europa, Noord-Afrika, Azië en Noord-Amerika. Zij nestelt vooral aan steile rivieroevers. Zij delft in 2—3 dagen gaten van 4—6 cm. breedte en een i lengte van 2 m. in de oevers en bouwt aan het ver: wijde uiteinde daarvan een nest. Het wijfje legt ! 5 of 6 witte eieren en broedt meestal slechts eenmaal i in het jaar. Zij komt bij ons eerst in Mei en vertrekt ■ reeds in Augustus.

Zwaluwnesten, Eetbare. Zie Nesten en . Java.

1 Zwaluwstaart noemt men in het timmermansï vak een trapeziumvormige houtverbinding (fig. 1), r waarbij het eene stuk hout aan zijn uiteinde één of - meer zwaluwstaartvormige aanzetsels heeft, terwijl i in het andere inkepingen zijn aangebracht, waarin i gene passen. Deze wijze van houtverbinding is een i zeer stevige en in haar gebruik zeer oude. Reeds aan i den klaarblijkelijk Romeinschen Heidenmuur bij St. a Odilien in den Elsasz wordt zij aangetroffen. De

Sluiten