Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naamste middelen van bestaan. Tot de gemeente behoort het dorp Zwammerdam met de wijk Overtoeht, de buurt Tempel en eenige verstrooide huizen.

Het aanzienlijke dorp Zwammerdam aan de zuidzijde van den Rijn, bezit een Hervormde kerk, een Remonstrantsche kerk en een Roomsch-Katholieke kerk in de wijk Overtocht. Er is een station van de spoorlijn Leiden—Woerden. De plaats wordt in een oorkonde van 1165 als Swadenburgerdam vermeld.

Zwanebloem (Butomus L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Butomeeën (zie aldaar). Het onderscheidt zich door een 6-bladig, kroonachtig bloemdek, hetwelk 9 meeldraden en 6 van onder met elkander samengegroeide vruchtbeginsels omsluit. De vruchtjes gelijken op peultjes, springen naar binnen open en dragen de talrijke zaden aan den binnenkant. De zaden zijn zonder kiemwit. De eenige soort van dit geslacht is de gewone zwanebloem (Butomus umbellatus L.), ook lischbloem, geheeten in ons land op moerassige plaatsen en aan den waterkant groeiende. Deze plant heeft een kruipenden wortelstok, bundelsgewijs bij elkander geplaatste, bijna 1 m. lange, lijnvormige bladeren en een nagenoeg ronde hoofdas, die in een groot bloemscherm eindigt. Het bloemdek bestaat uit 3 buitenste, kelkachtige, op de rugzijde bruinrood gekleurde en uit 3 binnenste, bloemachtige, witte deelen met een rozenrooden weerschijn op het midden. In Rusland wordt de melige wortel tot het bereiden van brood gebruikt.

Zwanenhals noemt- men bij schepen een zware gebogen ijzeren dekplaat, waarvan de grootste arm op het einde van de roerpen rust.

Zwanenmaagden is de naam, dien men in de Germaansche fabelleer geeft aan de Walkyren, wanneer zij in de gedaante van zwanen zich naar de kampplaats begeven, waar zij over het lot der strijdende helden moeten beschikken. Bij rivieren en vijvers ontdoen zij zich vaak van haar zwanenhulsel om zich te baden. Wie dit omhulsel wegneemt, krijgt de zwanenmaagd in zijn macht.

Zwanenorrte werd in 1440 door Frederik II, keurvorst van Brandenburg, ingesteld. De hoofdzetel der ridderschap was een klooster op een berg bij Altbrandenburg en te Ansbach. Zij omvatte een vereeniging van vorsten en adellijke personen, die zich onderscheidden door een ijverige vereering der maagd Maria en door onbekrompen weldadigheid. Nadat deze Orde voor de macht der Hervorming verdwenen was, werd zij den 24sten December 1843 vernieuwd door Friedrich Wilhelm IV, koning van Pruisen, als een vrije vereeniging van mannen en vrouwen uit eiken stand en van iedere belijdenis tot leniging van alle lichamelijke en zedelijke ellenden.

Zwanenzang-. Zie Zwaan.

Zwangerschap (graviditas) is die toestand van het vrouwelijk individu, welke bij de ontvangenis (conceptie) een aanvang neemt en bij de geboorte eindigt. De eerste is het gevolg van een vruchtbare paring. De bevruchting van het ei geschiedt gewoonlijk in de baarmoeder, die het waarschijnlijk op den 12den tot 14den dag, nadat het den eierstok verlaten heeft, bereikt. Hier wordt het gevoed, neemt toe in wasdom en komt gedurende den loop der zwangerschap (bij den mensch 40 weken) tot rijpheid. Wanneer bij de paring slechts éen eitje bevrucht wordt, heeft men een enkelvoudige, zoo er meer dan éen bevrucht worden, een meervoudige

zwangerschap. Het grootste getal vruchten, dat zich bij den mensch kan ontwikkelen, bedraagt 5 of 6. Tegelijk met de ontvangenis hebben bij debaarmoeder belangrijke veranderingen plaats, bestaande in een vermeerderden toevoer van sappen en in den toenemenden groei der weefsels. Het slijmvlies van de baarmoeder zwelt op, erlangt meer bloedvaten en verkrijgt een fluweelachtig voorkomen. Zij doet het buitenste eivlies (membram decidua) ontstaan. Door dat vlies komt het ei in het nauwste verband met de baarmoeder en ontvangt het zijn voedende stoffen. Zie ei. Ook de spieren van de baarmoeder ontwikkelen zich door de vorming van talrijke gladde spiervezels. Hierdoor neemt de omvang van de baarmoeder toe tegelijk met den groei der vrucht. De baarmoeder, vóór de bevruchting gemiddeld 7 c. M. lang, 4 c. M. breed, 2 c. M. dik en ruim 30 zram wegend, heeft tegen het eind der zwangerschap gemiddeld een lengte van 34 c. M., een breedte van 34, een dikte (van voren naar achteren gemeten) van 22 c. M. en een gewicht van een kilo. Het scheedegedeelte van de baarmoeder vertoont zich tijdens de zwangerschap losser en vochtiger en veel korter, en de aanvankelijk dwarse baarmoedermond erlangt een meer ronde gedaante. In de beide eerste maanden der zwangerschap is nog geen grooter omvang van den onderbuik waar te nemen; slechts het scheedegedeelte van de baarmoeder bevindt zich wat lager en is wat meer naar voren gericht. In de derde maand begint de baarmoeder te rijzen en in de vierde ontvangt de onderbuik eenige welving, terwijl men alsdan gewoonlijk een bepaald geruisch (baarmoedergeruisch), door den bloedsomloop veroorzaakt, kan waarnemen. In het midden of tegen het einde van de vijfde maandgevoeltdezwangeregewoonlijk voor de eerste maal de beweging der vrucht en spoedig daarna kan men ook de hartklopping van het kind hooren. In de zevende maand rijst de baarmoeder ter breedte van 2 of 3 vingers boven den navel en in de achtste maand tot het midden tusschen den navel en liet hart. De navelgroef wordt inmiddels zwakker en verdwijnt eindelijk geheel en al. In de negende maand doet de baarmoeder den hartkuil verdwijnen, doch omstreeks 3 of 4 weken voor de bevalling daalt het bovenste gedeelte der baarmoeder tot het midden tusschen den hartkuil en den navel. Bij herhaalde zwangerschap reikt het bovenste gedeelte van de baarmoeder wegens vermeerderde slapheid van den buikwand niet zoo hoog, maar helt sterker over naar voren. In degeslachtsdeelen wordt gedurende de zwangerschap zwelling en een vermeerderde afscheiding gevonden. De borsten nemen reeds in de eerste maanden toe in omvang, worden steviger en gevoeliger, en de bloedvaten treden er duidelijker onder de huid in blauwe lijnen te voorschijn; de tepels worden langer en de tepelkringen allengs donkerder van kleur.

Groot is doorgaans de invloed der zwangerschap op het zenuwgestel. De prikkelbaarheid van het ge heele lichaam is verhoogd, en dikwijls ontstaan hierdoor stoornissen in de gewone gemoedsgesteldheid. De zwangere klaagt dikwijls over huiverig zijn„opstijgende hitte, loomheid, onaangename gewaarwordingen en zwakheid Dikwijls openbaren zich verschijnselen door overvulling van bloed voortgebracht, zooals congestie naar het hoofd en naar de borst en hieruit voortvloeiende hoofdpijn, duizeling, hartklopping, belemmerdheid enz.Vooral in het

Sluiten