Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pier en zijn Geldersche Friezen. Daardoor werd de zaak der Saksische partij hopeloos, zoodat Georg in Mei 1515 zijn rechten op Friesland afstond aan Karei van Oostenrijk, die terstond een gevolmachtigde daarheen zond. De Zwarte Hoop ontruimde nu Leeuwarden, Franeker, Harlingen en andere plaatsen. Een gedeelte dier bende begaf zich naar Holland in Oostenrijkschen dienst en een ander gedeelte trok door Drente naar Gelderland, vanwaar velen in de Fransche gelederen naar Duitschland en Italië trokken.

Zwarte kunst is een naam voor tooverij, die waarschijnlijk door een verkeerde opvatting van het Latijnsche ars atracia is ontstaan. Daar de Thessalische vrouwen, vooral die uit de stad Atrax, in de Oudheid wegens haar tooverkunst bekend stonden, noemde men deze kunst ars atracia. Dit woord werd verbasterd tot ars atra of zwarte kunst. Misschien is het woord een afleiding van het Grieksche woord nekromantie (zie aldaar), dat in verband gebracht werd met het Latijnsche woord niger (= zwart). De tegenstelling van Ahriman en Ormuzd heeft misschien reeds in de Perzische magie den grondslag gelegd voor de onderscheiding in witte en zwarte tooverkunst (zie Tooverkunst).

Zwarte kunst. Zie Graveerkunst.

Zwartenhond, een Nederlandsch zeeheld uit den Tachtigjarigen Oorlog, heette eigenlijk Joachim Hendrik en ontleende gemelden bijnaam aanhet huis, dat hij later te Amsterdam bewoonde. Hij werd in deze stad geboren in 1556 en nam, nadat hij zijn ouders verloren had, op elfjarigen leeftijd dienst ter zee. Terwijl hij zich in Spanje op de galeien bevond, verkreeg hij er kennis van het uitrusten der Armada en gaf bij zijn terugkeer daarvan bericht aan de regeering. Hij onderscheidde zich bij verschillende gelegenheden door zijn dapperheid en werd eerst tot luitenant en vervolgens tot kapitein bevorderd. In 1603 werd hij vice-admiraal en in 1621 admiraal. Als zoodanig knuste hij meestal in de Middellandsche Zee, om onze koopvaart te beschermen. Den 16den October 1622 wist hij met 4 oorlogsschepen, die een aantal koopvaardijschepen moesten beschermen, een vijandelijke vloot van 22 Napolitaansche en Spaansche schepen op de vlucht te drijven. In hetzelfde jaar keerde hij naar Nederland terug, vestigde zich te Amsterdam en overleed aldaar den 5den Juni 1627.

Zwarte Prins. Zie Eduard 111.

Zwarte soep (Spartaansche soep) is een sterk gekruide soep, bereid uit rundvleeschaftreksel, ossenbloed en dobbelsteentjes ossenvleesch.

Zwarte staar. Zie Staar.

Zwarte vlieg is de naam van een groote, dikke mug (Bibio Marei L.), die volgens veler oordeel de bloesems der vruchtboomen afbijt of bederft. Die beschuldiging is evenwel ten eenenmale ongegrond. Wel worden die vliegen des voorjaars vaak in grooten getale op de bloesems van appel- en pereboomen gezien, doch zij brengen daaraan niet alleen geenerlei nadeel toe, maar werken zelfs zeer nuttig door het overbrengen van stuifmeel. Die vlieg is echter in kwaden reuk gekomen, omdat men bij haar verschijning in de ongeopende bloesems de larve aantreft van een snuitkevertje, welke de bloesems vernietigt en zoo de hoop op een goeden oogst verijdelt.

Zwarte Water is een rivier in de provincie Óverijsel, die bij Zwolle ontstaat uit verschillende stroompjes, de Sallandsche weteringen geheeten.

Het stroomt voorbij Hasselt tot Zwartsluis naar het N. en vervolgens naar het W., om als Zwolsche Diep in de Zuiderzee uit te monden. Bij het gehucht Genne ontvangt het Zwarte Water de Vecht, bij Hasselt staat de Dedemsvaart er mee in verbinding door een sluis en bij Zwartsluis loost het Meppeler Diep er'op. Wegens de geringe diepte der Zuiderzee aan de kust en om verzanding tegen te gaan, heeft men het Zwolsche diep tuschen dammen een uur ver in zee geleid (zie de kaart van Óverijsel).

Zwarte Woud (Duitsch: Schwarzwald), een gebergte in het zuidwesten van Duitschland, loopt als een hooge walflangs den Boven-Rijn en strekt zich van Sackingen aan den Rijn tot aan Durlach uit in een noord-noordoostelijke richting over een lengte van 158 km. Het heeft zijn aanzienlijkste breedte en hoogte in het zuiden, waar het met zijn heuvelachtigen Jurazoom van Müllheim aan den Rijn tot aan deWutach zich uitbreidt over eenbreedte van 60 km., terwijl het in het noorden tusschen Durlach en Pforzheim een breedte heeft van slechts 30 km. en door het Kraichgauer Bergland van het Odenwald is gescheiden. Zijn steilste wand is westwaarts naar het Rijndal gekeerd en hier is ook de voet van het gebergte het laagst gelegen, daar het Rijndal van Durlach tot Bazel slechts van 119—252 m. in hoogte toeneemt.fIn het zuiden daalt deze vallei van den mond der Aar tot Bazel van 311 tot 252 m. Aan de oostzijde daarentegen is de helling zeer flauw. Aldaar ligt Villingen 408 m. hooger dan het aan den westelijken voet gelegen Freiburg enDornstetten omstreeks 465 m. hooger dan Offenburg. De oostelijke basis daalt echter snel naar het N., zoodat Pforzheim ongeveer 111 m. hooger ligt dan Ettlingen. De bergen van het Zwarte Woud hebben over het geheel een eentonigen vorm; men vindt er meest afgeronde koepels en tafelvormige, door diepe dalen gescheiden bergen en bergkammen, dieTaan elkander sluiten, zonder een doorloopenden bergketen te vormen. Men heeft er vele bronnen en beken, die in het Z. en W. onmiddellijk in den Rijn uitmonden, terwijl de beken van de noordoostelijke helling naar'de Neckar stroomen. Intusschen behoort ook een klein gedeelte van deze helling tot het stroomgebied van de Donau. Naar de Neckar vloeit de Enz met de Nagold, rechtstreeks naar den Rijn in het zuiden: de Wutach, de Alb, de Wehra en de Wiese en in het westen: de Kander, de Neumagen, de Elz met de Dreisam,de Kinzig, de Rench, de Acher, de Sandbach, de Oos, de Murg en de Alb. Door natuurschoon onderscheiden zich vooral de dalen van de Murg en van de Gutach, de Wilde Gutach, het Dreisamdal, dat naar de Höllenpasz voert, het Münsterdal en de dalen van deWiese, Wehra en Alb. Van de talrijke watervallen zijn die bij Triberg en die van den Lierbach bij de bouwvallen van het klooster Allerheiligen de fraaiste van het Duitsche Middelgebergte. Door het dwarsdal der Kinzig wordt het Zwarte Woud in een grootere zuidelijke en een kleinere noordelijke helft gescheiden (Oberer en Unterer Schwarzwald). Het centrale gedeelte van de zuidelijke helft is de Feldberg ten oosten van Freiburg (1494 m. hoog). Vandaar strekken zich bergruggen naar alle richtingen uit. Tot de hoogste koepels in het zuidwesten behooren de Belchen (1415 m,) de Köhlgarten (1231 m.) en de boschrijke Blauen (1167 m.). Tot de zuidelijke ketens behooren verdero.a. deHerzogshorn(1417m.),deBlöszling (1311m.), de Hochkohf (1265m.) en de Habsberg

Sluiten