Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemvoordigheid van sulfaten, met name van gips, die tot zwavelmetalen gereduceerd en daarna door andere rottingsprodukten, onder ontwikkeling van zwavelwaterstof, ontleed worden. Zwavelwaterstof is een kleurloos gas; het riekt zeer walgingwekkend (0,0002 mgr. is nog door den reuk waarneembaar), smaakt onaangenaam, wordt bij —70° C. en onder een druk van 15—16 atmosferen bij 11° C. verdicht tot een kleurlooze vloeistof, die bij —61,°6 C. kookt en bij — 86° C. vast wordt. Het soortelijk gewicht van het gas bedraagt 1,19. 1 volume water lost bij 0° C. 4,37 en bij 10° C. 3,58 volumina op. Hetg eheel droge gas reageert met vele stoffen slechts moeilijk of in het geheel niet. Het is zeer ontbrandbaar, verbrandt met een blauwe vlam tot zwaveligzuuranhydried en water en ontploft, met lucht gemengd, bij aanraking met een vlam. De waterige oplossing van zwavelwaterstof gedraagt zich als een zuur; men kan deze oplossing daarom ook zwavelwaterstof zuur noemen. Daar dit twee atomen waterstof heeft, welke door metalen kunnen worden vervangen, is het een tweebasisch zuur, dat aanleiding geeft tot de vorming van twee reeksen van zouten: normale zouten of sulfieden en zure zouten of hydrosulfieden (sulfohy drieden). Zwavelwaterstof is zeer giftig. Bij plotseling inademen valt de patiënt bedwelmd neder en sterft, wanneer hij niet snel in zuivere zuurstof gebracht wordt. Zwavelwaterstof vindt uitgebreide toepassing in de quantitatieve analyse, daar een groot aantal metalen, waarvan sommige met kenmerkende kleuren, uit hun zure oplossingen als sulfieden worden neergeslagen. Dit zijn: antimonium, arsenicum, bismuth, cadmium, goud, koper, kwikzilver, lood, platina, tin en zilver. Andere metalen, zooals aluminium, chronium, kobalt, mangaan, nikkel, ijzer enz. worden niet door zwavelwaterstof, maar wel door zwavelammonium uit hun zure oplossingen afgescheiden, terwijl eindelijk de alkaliën, barium, calcium, magnesium en strontium ook niet door zwavelammonium uit hun zure oplossingen worden neergeslagen. Daardoor bezit men in zwavelwaterstof en zijn ammoniumverbinding een middel om een scheiding teweeg te brengen. Verder vindt het toepassing bij de reiniging van sommige zuren en metalen, in de luciferindustrie enz.

Zwavelijzer. Zie IJzersulfieden.

Zwavelzilver. Zie Zilversulfied.

Zwavelzink. Zie Zinksulfied.

Zwavelzure aluinaarde (Aluminiumsulfaat), Al2 (S04)3, komt in de natuur voor als halotrichiet, gebonden aan kaliumsulfaat als aluin, aluniet en loeweïet en wordt verkregen door natriumaluminaat met koolzuur te ontleden, de neerslag in zwavelzuur van 66° B op te lossen en deze oplossing in met lood gevoerde pannen te doen stollen. Zwavelzure aluinaarde kristalliseert moeilijk en vormt dan kleurlooze, parelmoerglanzende plaatjes met 18 moleculen kristalwater. Zij smaakt zoetachtig en samentrekkend, is aan de lucht bestendig, lost gemakkelijk op in water, reageert zuur en smelt bij verhitting. Onzuivere zwavelzure aluinaarde wordt uit gegranuleerde ijzerhoogovenslakken verkregen. Met de alkalisulfaten vormt zwavelzure aluinaarde aluinen. Zij komt als geconcentreerde aluin in den vorm van harde, witte, eenigszins doorschijnende platen en stukken in den handel en is het meest werkzame bestanddeel vs# aluin,

waaraan men vroeger echter de voorkeur gaf, om dat deze gemakkelijker zuiver, met name ijzervrij, was te verkrijgen. Sedert men haar echter zuiver heeft leeren bereiden, heeft zij snel in de techniek ingang gevonden. Men gebruikt haar als bijtsmiddel in de ververij, voor het lijmen van papier en in al die gevallen, waarin vroeger aluin toepassing vond.

Zwavelzure ammoniak. ZieAmmoniumsulfaat.

Zwavelzure kali. Zie Kaliumzouten.

Zwavelzure kalimag-nesia (Kaliummagnesiumsulfaat), K2S04, Jlg S04 + 6H20, komt in de natuur voor als schoeniet en ontstaat door kaïniet aan de inwerking van de lucht bloot te stellen. Kunstmatig bereidt men het door kaïniet in een rondwentelenden zeeftrommel onder een druk van 3 atmosferen met magnesiumsulfaatloog te verhitten. Daarbij ontstaat een dubbelzout van de samenstelling Iv2S04, 2MgS04 + H20, dat als langbeiniet in de natuur voorkomt en bij het wasschen, onder afsplitsing van één molecuul MgS04, kaliummagnesiumsulfaat vormt. Dit vindt toepassing als meststof en ter bereiding van kaliumsulfaat. Als meststof is het bekend onder den naam Patenhkalimagnesia (zie aldaar).

Zwavelzure kalk (Calciumsulfaat), CaS04, komt in de natuur voor als anhydriet, met 2 moleculen water als gips en scheidt zich, aangezien zij weinig oplosbaar is, door toevoeging van een sulfaat aan verdunde oplossingen van kalkzouten daaruit af. Zie verder gips.

Zwavelzure mag-nesia (Magnesiumsulfaat), MgS04, komt als uitslag voor in mijnen en op muren, met één molecuul water gekristalliseerd als kiezeriet, verder in den vorm van dubbelzout als schoeniet (met kaliumsulfaat), kaïniet (niet kaliumsulfaat en magnesiumchloried) enz. en opgelost in zee- en bitterwater. Bij de mineraalwaterbereiding wordt het als nevenprodukt verkregen, in geval men voor de koolzuurontwikkeling magnesiet ontleedt met zwavelzuur. In den vorm van kiezeriet (MgS04 -f H20) verkrijgt men het in groote hoeveelheden bij het verwerken van de afruimzouten van Staszfurt. Het is dan een moeilijk oplosbaar poeder, dat, vochtig in vormen geperst, tot kiezerietsteenen en, vermengd met kaliumhydraat, tot tegels wordt verwerkt. Boven 160° C. gecalcineerd lost het sneller in water op. Uit de geconcentreerde oplossing kristalliseert bitter- of Engelsch zout (Mg S04 + 7H20) uit. Dit is kleurloos, smaakt verkoelend, daarna bitter en zout, heeft een soortelijk gewicht van 1,685 en verweert aan de lucht, waarbij het in een wit poeder overgaat. Het komt in den vorm van naaldvormige kristallen in den handel. Zij zijn in water gemakkelijk, in alkohol onoplosbaar. Inwendig gebruikt werkt het purgeerend. In de techniek wordt het in groote hoeveelheden aangewend voor de bereiding van magnesiumpraeparaten, tot het scheiden van beetwortelsappen, het vullen van standvastige elementen, het apprêteeren van linnen- en katoenen stoffen, bij het verven met anilineverven, de bereiding van ijspapier, permanentwit enz., tot het zwaarder maken van zijde, als vulstof bij de papierbereiding, als vlamwerend middel enz. Ook als meststof voor klaver wordt zwavelzure magnesia toegepast.

Zwavelzure zouten (Sulfaten), de zouten van zwavelzuur, komen, daar dit tweebasisch is, in

Sluiten