Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee reeksen voor. De normale sulfaten zijn alle in water oplosbaar, met uitzondering van barium-, calcium-, lood- en strontiumsulfaat, waarvan het eerste onoplosbaar, de andere slechts moeilijk oplosbaar zijn. Zij zijn kleurloos wanneer de basis kleurloos is en kristalliseerbaar. De sulfaten van de alkalimetalen en de alkalische aarden zijn in de hitte bestendig; de andere ontleden. Naast de zure of liydrosulfaten kent men ook zouten van perzwavelzuur, ontstaan door de verbinding van het zout met het vrije zuur. Ook de pyrosulfalen, de zouten van het pyrozwavelzuur, komen in twee reeksen voor.

Zwavelzuur (Acidum suljuricum, H2S04) komt in vrijen toestand voor in eenige rivieren van Z. Amerika, welke op vulkanischen bodem ontspringen, bijv. in de Rio Vinagre, welke 37 600 kg. zwavelzuur per dag levert, in het slijk van de vulkanen van Guatemala en San Salvador, alsmede in enkele riviertjes van Tenessee en Louisiana,waarvan er één 5,29 gr. zwavelzuurper L.b evat. Vrij zwavelzuur komt verder nog voor in de afscheidingen van de speek¬

selklieren van sommige schaaldieren, als Dolium galea (2,5—4 %). Zeer verspreid is zwavelzuur in den vorm van sulfaten, vooral als calciumsulfaat (gips, anhydriet), bariumsulfaat (zwaarspaat), strontiumsulfaat (coelestien), magnesiumsulfaat (kiezeriet), kalium- magnesiumsulfaat (kaïniet) en als loodsulfaat (vitrioollooderts). Ook in planten en dieren komen sulfaten veelvuldig voor. Zwavelzuur ontstaat bij oxydatie van zwavel en zwaveligzuuranhydried, bij het oplossen van zwavelzuurahydried, in water en als sulfaat bij het roosten van zwavelmetalen. Zwavelzuur wordt volgens het kamerprocédé bereid door oxydatie van zwaveligzuuranhydried door de zuurstof van de

lucht. Tot 1838 werd in Europa en tot 1882 in Amerika het benoodigde zwaveligzuuranhydried bijna uitsluitend verkregen door verbranding van Siciliaansche zwavel. Thans echter gebruikt men de roostgassen, die bij het roosten van koperkies, zinkblende enz. uit den roostoven ontwijken, of men roost ijzerkies. Dit heeft plaats in een lagen schachtoven (kiln). Een grofkiesroostoven (fig. 1) bestaat uit een ruimte, waarin de ertsen geroost worden, ais de werkdeur, die tot deze ruimte toegang geeft. Zij draagt een schuif b om het

roostproces van buitenaf te kunnen volgen. Door c c worden de ertsen in den oven geschept, terwijl d toegang geeft tot de aschkolk. In g h i k worden salpeterzuurdampen ontwikkeld.Van deze ovens wordt, zooals uit de afb. blijkt, een aantal naast elkander gebouwd om een ononderbroken en regelmatige gasontwikkeling te verkrijgen. Zij dienen voor grofkies, ontstaan door het fijnbreken van de Mezen en het afzeven van het fijn. Dit fijnkies wordt volgens een methode, door Gerstenhöfer aangegeven, geroost in

zoogenaamde fijnkiesbranders, waarvan de fijnkiesroostoven van Malétra (fig. 2) het meest gebruikt wordt. Hij bevat 6 vakken, gevormd door platen van vuurvaste steen, die in het midden worden ondersteund en elkander niet over de volle lengte bedekken. Het fijngemalen fijnkies wordt op de bovenste plaat gebracht en van de ééne plaat op de andere geschoven, totdat het eindelijk' geheel afgeroost, den oven verlaat. Per 24 uur en per v. m. wordt ge-

Fig. 1.

Grofkiesrooster.

middeld 30 kg. pyriet geroost. Zoowel in dezen als in den boven beschreven oven wordt het ijzerkies eerst tot de roosttemperatuur verhit, waarna het voortbrandt zonder verderen warmtetoevoer. Zinkblende daarentegen vereischt voortdurende verhitting.

De gassen, welke uit den roostoven ontwijken, bevatten ongeveer 8 volumeprocenten zwaveligzuuranhydried en hebben een temperatuur van omstreeks 300° C. Van den roostoven A (fig. 3) worden

Fig. 2.

' ïjnkiesroostoven van Malétra.

zij langs 1 in den glovertoren B geleid. Hij bestaat uit een looden mantel, gevoerd met zuurvaste steen en gevuld met brokken kwarts en cokes, waarover de vloeistof, afkomstig uit den Gay-Lussactoren naar beneden stroomt en aldus over een groote oppervlakte met de in tegengestelde richting stroomende gassen in aanraking komt. Langs 2 bereiken deze de loodkamers 3,3. Deze zijn eveneens gebouwd van looden platen ter dikte van 2,6—3 mm. Op 1 kg.

Sluiten