Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pyriet, dat per 24 uur wordt afgeroost, rekent men 0,5 kub. cm. kamerruimte. De afmetingen van deze kamers bedragen: 5—7 m. hoogte, 6—9 m. breedte en 30—100 m. lengte. Gewoonlijk worden 3—4 van deze kamers tot één geheel vereenigd, door ze met wijde looden buizen te verbinden. In deze kamers wordt het zwaveligzuur anhydried door salpeterzuur geoxydeerd. Dit salpeterzuur wordt öf, zooals gezegd, in een afzonderlijk gedeelte van den roostoven uit chilisalpeter en zwavelzuur ontwikkeld, öf men plaatst in de loodkamers een aantal platte aarden schalen met overlooptuit trapsgewijze boven elkander en laat salpeterzuur alle schalen doorloopen, waardoor het over een groote oppervlakte op het zwaveligzuuranhydried kan inwerken. Thans leidt men ook wel een mengsel van de nitrose en salpeterzuur in den glovertoren. Van uit een stoomketel wordt waterdamp in de loodkamers gebracht. Ontbreekt water in de kamers, dan vormen zich de zoogenaamde loodkamerkristallen. Overigens is het scheikundig proces, dat in de loodkamers plaats heeft, nog niet geheel bekend. In de eerste bedraagt de temperatuur^ongeveer(54° C., in de derde 30° C. Om verlies van salpeterzuur tegenjte gaan, voert men dejgassen, die uit de loodkamers ontwijken, door den zoogenaainden Gay-Lussactoren L. Deze

Fig. 3.

Installatie voor zwavelzuurbereiding.

(fig.4) is ongeveer 12 m. hoog en heeft een middellijn van 2,85 m. Hij is gebouwd van looden platen en wordt gesteund door een stelling van houten binten. Tot ongeveer op de halve hoogte is hij met metselwerk gevoerd. Op den bodem bevinden zich steenen pijlers, welke een steenen rooster dragen, waarboven zich een 2 m. hooge laag van cylinders van zuurvaste steen bevindt. De verdere ruimte van den toren is met cokes gevuld. Uit de laatste loodkamer worden de gassen onder in den toren geleid, waarin zij fijn verdeeld omhoog stijgen, terwijl tegelijkertijd zoo koud mogelijk, geconcentreerd zwavelzuur van 60—61° Beaumé van uit 8 (in fig. 3) over de cokes naar beneden stroomt en de ontledingsprodukten van het salpeterzuur oplost. De uit den toren vloeiende nitrose brengt men met het kamerzuur, d. i. het verdunde zwavelzuur, dat zich op den bodem van'de loodkamers verzamelt, door middel van de persinrichting 6 in het reservoir 6 van den glovertoren. Uit dit reservoir vloeit het verdunde zuur door den sproeier 4 naar beneden, waarbij het door de opstijgende, heete roostgassen wordt geconcentreerd en van de nitreuse dampen, welke weder in de kamers stroomen, bevrijd. Op deze wijze wordt

in de best ingerichte fabrieken ongeveer 95% van de zwavel van het pyriet in zuur omgezet.

Het kamerzuur van 50°—55° Beaumé met 60% zuur kan voor verschillende doeleinden rechtstreeks gebruikt worden. Uit den glovertoren vloeit door 7 gloverzuur van 60°—62° Beaumé. Waar zulk een toren niet aanwezig is en meer geconcentreerd zuur moet worden bereid, dampt men het kamerzuur in looden pannen of gietijzeren ketels, alsmede in looden kamers of aarden vaten onder verhoogden druk tot zoogenaamd panzuur van 60° of 62° Beaumé met 80% zuur. Het overgroote gedeelte van het geproduceerde zwavelzuur wordt in deze concentratie verwerkt. Voor den handel bereidt men nog een zuur van 65°—66°. Beaumé met 90% zuur, het Engelsch zwavelzuur, dat „ ,

vóór de concentratie ge¬

zuiverd wordt. Het ruwe zuur bevat n.1. als verontreinigingen arsenicum, selenium, ijzer, lood en eenige andere metalen, alsmede salpeter- en salpeterigzuur en zwaveligzuur. Om

arsenicum-vrij zwavelzuur te verkrijgen verdunt met het gloverzuur tot 46°—50° Beaumé (waarbij zich het grootste gedeelte van het opgeloste lood afscheidt), of men slaat uit het onverdunde kamerzuur het arsenicum door

zwavelwaterstof neer; daarbij scheidt zich dan tevens het selenium af. Wenscht men volmaakt arsenicumvrij zuur, dan moet van zwavel inplaats van pyriet worden uitgegaan. De stikstofverbindingen verwijdert men door ammoniumsulfaat op het warme zuur in de in-

damppannen te strooien. Het gereinigde zuur wordt

in looden pannen tot 60°C. Beaumé en daarna in gesloten pannen van platina, inwendig met goud bekleed, tot 66° Beaumé ingedampt.

De groote kosten van het loodkamerbedrijf hebben geleid tot pogingen, om de kamerruimte te verminderen of de kamers door goedkoopere toestellen te vervangen. Het meeste succes hadden meng- en koeltorens tusschen de kamers, waarbij men ten slotte kon volstaan met een kleine kamer voor en één achter de torens. Bij de plaattorens, bestaande uit een groot aantal platen, waarover de vloeistofdruppels in zeer dunne laagjes stroomen, zijn de kamers geheel weggevallen.

Bij het contactprocédé leidt men de dioxiedhoudende roostgassen, welke vooraf, vooral van arsenicum, gereinigd zijn bij 600° C. over versche residu's van geroost ijzerkies, of bij 450° C. over geplatineerd asbest. Men slaagt er in op deze wijze 96—98% van het zwaveloxied om te zetten in zwavelzuuranhydried. De anhydrieddampen worden in zwavelzuur van 97—99% gecondenseerd, terwijl het absorptiezuur door regelmatigen toevoer

Toren van Gay-Lussac.

Sluiten