Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

produkten behooren verder: mengkoren, erwten, boonen, wikken, beetwortelen, knollen enz. In sommige lans worden suikerbieten, vlas en hennep verbouwd. De belangrijkste produkten leverden in 1908 op (x 1 000 kg.):

Tarwe 187359

Rogge 675188

Gerst 359810

Haver 1261632

Mengkoren 300284

Erwten 39704

Boonen en Wikken 26500

Verder werden er 27 494 000 H. L. aardappelen geoogst. Aan hooibouw, ooftbouw en tuinbouw wordt weinig gedaan, ofschoon in het Z. vruchten en groenten uitstekend gedijen.

Veeteelt. In de laatste jaren heeft men veel zorg besteed aan de veeteelt. De Zweedsche paarden en runderen zijn klein, maar krachtig gebouwd, in den laatsten tijd heeft men een aantal uitheemsche soorten ingevoerd. Het aantal schapen neemt af. Pluimvee wordt weinig gehouden, de bijenteelt wordt eerst in de laatste jaren in het zuiden uitgeoefend. De rendieren zijn voor de Lappen van veel belang. Hun aantal wordt op 235 600 geschat. Verder bestond de veestapel in 1907 uit: 566 227 paarden, 2 628 982 stuks hoornvee, 1 021 727 schapen, 65 798 geiten, 878 828 varkens en 3 691 439 stuks pluimvee.

Boschbouw. Van alle bosschen (21 437 241 H.A.) was in 1907 een oppervlakte van7141802 H.A. in het bezit van den staat of van gemeenten. De staatsbosschen (4 562 242 H. A.) hadden in 1907 een waarde van 98 663 716 kronen, de zuivere opbrengst bedroeg 6 945 379 kronen. Men neemt aan, dat er in Zweden jaarlijks 35 millioen v. m. bosch gekapt wordt. In 1907 werd er voor 142,7 millioen kronen onbewerkt hout en voor 101,8 millioen kronen bewerkt hout en houten voorwerpen uitgevoerd. Vroeger was de wijze van exploitatie van de particuliere «bosschen geheel vrij, thans moet de bezitter voor de aanplanting van nieuw hout zorgen. De bosschen leveren het grootste deel van de voor de mijnindustrie benoodigde brandstof. Het transport geschiedt meestal nog langs de rivieren, daarnaast gebruikt men ook de spoorwegen.

J acht en vischvangst. De jacht, die vroeger van veel belang was, is thans van ondergeschikte beteekenis, toch worden in de boschrijke streken van het binnenland nog vele soorten wilde hoenderen en hazen gedood. Aan de kusten wordt jacht op zeehonden en robben gemaakt. Het aantal roofdieren is door de voortdurende vervolging zeer afgenomen. Men schat de geheele jaarlijksche opbrengst van de jacht op 4—5 millioen kronen. De zeevisscherij is in de landschappen Bohuslan, Blekinge en Schonen en op het eiland Gotland van veel belang. In het Kattegat en aan de kust van de Oostzee wordt veel haring gevangen. Doch ook de opbrengst van de ku st- en zoetwatervisscherij is belangrijk. De jaarlijksche waarde van de vangst in de open zee en aan de kusten wordt geschat op 12,5 millioen kronen, met inbegrip van de zoetwatervisscherij op 15 millioen kronen.

M ij nb o uw. De mijnbouw behoort tot de belangrijkste middelen van bestaan in Zweden. Met weinig uitzonderingen vindt men van Lapland tot

Schonen overal voortreffelijk"? ijzererts. De voornaamste lagen vindt men in de lans Kopparberg, Wermland, Örebro, Westmanland en Upsala. Verder treft men in het Z.fgeheele bergen van ijzererts aan, zooals de Taberg ten Z. van het Wettermeer. Ook in Lapmarken bevinden zich een aantal bergen van magneetijzersteen, zooals de Gellivara, Luossavara en de Kirunavara. De mijnbouw leverde in 1908 o. a 4 712 494 ton ijzererts, 21 371 ton kopererts, 2058 ton zilver- en looderts, 40 077 ton zinkerts, 4 616 ton mangaanerts, 29 569Jton zwavelkies, 305 206 ton steenkool, 20 kg. goud, 636 kg. zilver, 277 370 kg. lood, 2 807 790 kg. koper, 731 420 kg. kopervitriool, 277 000 kg. ijzervitriool en 138160 kg. aluin. Op vele plaatsen bevinden zich uitgestrekte venen; in den laatsten tijd worden die in Schonen geëxploiteerd.

Nijverheid. De Zweedsche nijverheid heeft zich in de laatste jaren krachtig ontwikkeld. Een overzicht van den toestand van dezen tak van bestaan in 1907 geeft de volgende tabel:

Waarde van Fabrie- Arbei- de produkken. ders. ' ten in kronen.

Voedings- en genotmiddelen 3576 33875 429500313 Houtwaren, Hout,

Lucifers enz. 2243 72722 294712394 Gesponnen goederen en weefsels. 755 42014 194768152 Machines, instrumenten, schepen,

wagens 730 37726 135405316

Metalen voorwerpen 975 29363 128160586 Aardewerk, steen,

kool en turf 1612 48268 93727670

Vellen, huiden en

haarwerken 459 9488 57468478

Papier en papieren

voorwerpen 211 11152 56254360

Scheikundige

praeparaten 291 3911 35458557

Polygrafische instrumenten enz. 565 10603 35155006 Olie, teer enz. 208 3236 33844428

Waren van verschillende plantaardige stoffen* 34 671 2418075

De motoren,[die in de verschillende fabrieken werden gebruikt, hadden een gezamenlijke"sterkte van 601604 paardenkracht. In de volgende tabel noemen wij de takken van nijverheid, die zich in de 20ste eeuw het krachtigst hebben ontwikkeld:

Gemiddelde

jaarlijksche Productie

productie in . 1rtA-

kronen van ^ -90 < 1896—1900.

Houtstoffabrieken 24319000 69902000

Papierfabrieken 18280000 45939000

Metaalgieterijen, ijzer en

staalfabrieken 47053000 89889000

Machinefabrieken 42471000 84275000

Sluiten