Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loofde tot de coalitie toe te treden, wanneer Alexander zijn hulp verleende voor het verwerven van Zwedens heerschappij over Noorwegen. Nadat ook Engeland (3 Maart 1813) en Pruisen (22 April) beloofd hadden Zweden tot bereiking van dit doel te zullen bijstaan, verscheen Bernadotte met een Zweedsch leger in Duitschland. Hij voerde het Noorderleger bij Groszbeeren, Dennewitz en Leipzig aan en trok vervolgens naar Denemarken, dat bij den Vrede van Kiel (14 Januari 1814) gedwongen werd Noorwegen aan Zweden af te staan, terwijl Zweden afstand deed van zijn laatste bezittingen in Duitschland (Voor-Pommeren en Rügen, Wismar was reeds in 1803 voor 100 jaar aan Meeklenburg-Schwerin verpand) en 1 millioen taler als schadeloosstelling betaalde. Wel kwamen de inwoners van Noorwegen in verzet, zij verklaarden zich onafhankelijk, ontwierpen een grondwet, die te Eidsvold werd aangenomen en kozen den 1711™ Mei 1814 den Deenschen stadhouder prins Christiaan Frederik tot koning; hun strijdkrachten waren echter niet tegen de Zweden, die in het laatst van Juli Noorwegen binnentrokken, bestand. Reeds den 14den Augustus moest Christiaan bij liet Verdrag van Mosz de regeering nederleggen. Zweden beloofde de grondwet van Eidsvold te zullen erkennen, wanneer deze door Zweedsche commissarissen en een buitengewone vergadering van het Storthing in overeenstemming was gebracht met den veranderden toestand. Den 4den November werd Karei XIII tot koning uitgeroepen en de nieuwe grondwet van Noorwegen afgekondigd. In een buitengewone zitting van den Zweedschen Rijksdag in 1816 werden daarna de bepalingen omtrent de unie aangenomen, die vervolgens met eenige aanvullende bepalingen ook door het Storthing werden goedgekeurd en den naam van rijksacte ontvingen.

Karei XIV Johan, die in 1818 aan de regeering kwam, trachtte de ontwikkeling van zijn land op stoffelijk en geestelijk gebied te bevorderen. Zijn buitenlandsche politiek was vredelievend, alleen ontstonden er tijdelijk kleine verwikkelingen met de Heilige Alliantie (1818—1819) en met Rusland (182B). Zijn regeering was conservatief. Daartegen ontstond, vooral na 1823 een steeds sterker wordende oppositie onder leiding van Anckarsward, Crusenstolpe en Hierta, die het verouderde standenstelsel in de vertegenwoordiging wilde hervormen. Na de Fransche revolutie van 1830 werden de eischen dringender. Eerst in 1840 deed de koning een poging om hieraan tegemoet te komen door andere raadgevers te benoemen en door de invoering van vakministeriën goed te keuren. Zijn zoon Oscar I, die in 1844 aan de regeering kwam, benoemde aanvankelijk liberale ministers, hechtte zijn goedkeuring aan de besluiten omtrent de hervorming van de erfelijke wetten en het vermeerderd aantal zittingen van de Rijksdagen (om de 3 jaar in plaats van om de 6 jaar) en ontwierp, toen, na de Fransche revolutie van 1848, ook in Stockholm onlusten ontstonden, een nieuwe verordening voor den Rijksdag, die echter bij de eerstvolgende zitting (1850—1851) noch door de conservatieven, noch door de liberalen goedgekeurd werd. Na dien tijd volgde de koning een meer conservatieve richting. Toch kwam er in 1853—1854 een handelswetgeving in vrijzinnigen geest tot stand, terwijl de verkeersmiddelen belangrijk werden verbeterd. De staatkundige gebeurtenis¬

sen van Europa gedurende de regeering van Oscar I wekten in Zweden een levendige belangstelling. Vooral de Sleeswijk-Holsteinsclie kwestie deed in 1848 veel beroering ontstaan, daar, in tegenstelling met den vroegeren haat tegen Denemarken, het denkbeeld vaneenScandinavische unie meerenmeer op den voorgrond trad. Zweden nam weliswaar geen deel aan den oorlog,maar een Zweedsch-Noorweegsch leger van 20 000 man werd met toestemming van de volksvertegenwoordigingen van beide landen in Schonen verzameld, van welk leger 5 000 man naar Fünen trokken. Den 26sten Augustus 1848 kwam door bemiddeling van Zweden de wapenstilstand van Malmö tot stand. Van 1849—1850 werd, overeenkomstig het verdrag, Noord-Sleeswijk door een Zweedsch-Noorweegsch corps bezet. Ook gedurende den Krimoorlog bleef Zweden onzijdig, ofschoon er een sterke anti-Russische strooming heerschte. Bij het Tractaat van Stockholm (21 November 1855) beloofden Frankrijk en Engeland Zweden en Noorwegen te zullen bijstaan, wanneer deze landen door Rusland zouden worden aangevallen.

Karei XV, gehuwd met Louise van Oranje, een dochter van prins Frederik der Nederlanden, was sedert 1857 regent voor zijn zieken vader, dien hij den 8sten Juli 1859 opvolgde. Onder hem ontstond een ernstige botsing tussclien de beide landen van de unie, daar het Storthing tot de afschaffing van het stadhouderschap in Noorwegen besloot, zonder den Zweedschen Rijksdag daarin te kennen. Daar de koning zijn goedkeuring aan dit besluit onthield, kon het niet doorgevoerd worden. De regeering van Karei XV kenmerkte zich door een opbloei op allerlei gebied. Ook werden er belangrijke hervormingen ingevoerd, o. a. vrijheid van godsdienst (1860), een nieuwe gemeentewet voor de steden en het land (1862) en een nieuwe strafwet (1864). Van het meeste belang was de invoering van een moderne uit 2 Kamers bestaande volksvertegenwoordiging, in plaats van de vertegenwoordiging door Standen. Het ontwerp tot deze wijziging, die vooral door toedoen van de ministers De Geer en Gripenstedt tot stand kwam, werd in 1863 aan de Standen voorgelegd. Het bevatte de bepaling dat de Rijksdag in het vervolg jaarlijks zou vergaderen en dat hij gesplitst zou zijn in een Eerste Kamer, waarvan de leden voor 9 jaar door de Landsthingen en de grootere steden zouden worden gekozen, en een Tweede Kamer, waarvan de leden voor 3 jaar door het volk zouden worden gekozen. Dit ontwerp, waarover de eerstvolgende Rijksdag moest stemmen, werd in 1865 doi>r alle Standen aangenomen en trad den 22sten Juni 1866 in werking. De koning, een vurig voorstander van een nauwe aaneensluiting van de 3 Skandinavische rijken (Skandinavisme) streefde naar een hervorming van het leger, wat hem door de tegenwerking van de Boerenpartij in de Tweede Kamer niet gelukte. Ofschoon de koning in 1864 het plan vormde Denemarken met een leger te ondersteunen, bleef Zweden onzijdig. Karei XV overleed den 18den September 1872 en werd opgevolgd door zijn broeder Oscar II. Deze trachtte in de eerste plaats een betere verhouding met Duitschland tot stand te brengen. In 1881 trad kroonprins Gustaaf in het huwelijk met prinses Victoria van Baden, in 1903 deed Zweden vrijwillig afstand van zijn recht Wismar weder in te lossen. Een van de moeilijkste

Sluiten