Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele plaatsen de landbouw wordt uitgeoefend, alpenweiden overheerschen. Het bovenste Alpengebied vertoont in Graubiinderland en Wallis nog bosch, overigens treft men er weiden aan; de Alpenroos komt er nog voor. In het sneeuwgebied is de plantengroei tot kreupelwilgen, eenige kleine plantensoorten, als de steenbreek en de gentiaan, mossen en algen beperkt. Zie ook Alpenflora.

De Zwitsersche dierenwereld is interessant door de verticale verbreiding van de dieren. Zij wordt door ongeveer 60 zoogdiersoorten vertegenwoordigd. Daartoe behooren 9 insekteneters, 20 knaagdieren en 13 roofdieren. Het hoogst leeft de sneeuwmuis, verder komt in de hoogste streken de alpenhaas voor. Karakteristieke vormen zijn de alpenspitsmuis en de marmot, die overal verbreid is. Vossen, dassen, boommarters, steenmarters, hermelijnen en wezels komen veel voor, evenals de vischotter. De wilde kat treft men op vele plaatsen aan, de los en den beer zelden, de wolf is bijna geheel uitgeroeid, ook het wilde varken is zeer zeldzaam. De steenbok is sedert lang verdwenen, de gems komt boven 1600 m., behalve in de Jura, overal voor. Het aantal herten en reeën is belangrijk afgenomen. De vogelwereld is door 32 dagroofvogelsoorten vertegenwoordigd. De lammergier schijnt niet meer voor te komen. Karakteristieke vogels zijn verder: de

aipenDastaaranacntegaai en de aipenkraai. De gewone soorten hagedis leven in Zwitserland, de berghagedis komt tot 3 000 m. voor, men vindt er 6

soorten onscnaaeüjKe en i vergiltige slangen. Behalve de gewone salamanders treft men als typischen vorm den alpensalamander tot 3 000 m. aan. In den laatsten tijd heeft men in Zwitserland een aantal vischsoorten ingevoerd. Van de 41 inheemsche komen in het Rijngebied 42, in het Rhönegebied 20 en in het gebied van de Po 23 soorten voor. De verbreiding van de visschen hangt ook van de hoogte af; zoo verdwijnen de meeste karpervisschen op een hoogte van 600-900 m.; baars, zalm en aal komen niet boven 1100 m. hoogte voor, tot 2 500 m. vindt men achtereenvolgens nog: de esch of vlagzalm, de gebaarde modderkruiper, de rivierdonderpad, de phoxinus laevis en de forel. In het gebied van de Rhöne en van de Po komen de zalmen niet voor. Bij de weekdieren en insekten vindt men noordelijke en zuidelijke vormen vermengd.

Bevolking. In 1900 telde Zvitserland 3 325 023 inwoners, in 1909 werd hun aantal op 3 584 815 berekend, die over de verschillende kantons verdeeld waren als volgt: (zie de tabel op de volgende kolom).

In 1908 werden er 27 634 huwelijken gesloten, terwijl er 1 555 huwelijken door scheiding werden ontbonden. Er hadden 57 697 sterfgevallen plaats en er werden 96 245 kinderen levend geboren, 3 656 personen verlieten het land, waarvan zich 2 855 in de Vereenigde Staten, 533 in Argentinië, 61 in Brazilië en 60 in Canada vestigden. Tegenover het aantal Zwitsers, dat in het buitenland vertoeft (1900: ruim 305 000) staat een aantal buitenlanders, dat zich in Zwitserland heeft gevestigd (1900: 383 425).

De Zwitsersche bevolking is verstrooid in herdershutten, hofsteden, gehuchten, dorpen, vlekken, stadjes en steden. Zelfs de steden zijn in het algemeen klein; bijna 70% van de bevolking woont in plaatsen van minder dan 5 000 inwoners, 22% in steden met meer dan 10 000 inwoners. Deze steden

Kantons vkktehi v. km. m 1909"

Zurich ! 1 724,76 488 738

Bern 1 6 844,50 628 935

Luzern 1500,80 154 501

Uri 1076,00 21451

Schwyz 908,26 59 016

Obwalden 474,80 15 415

Nidwalden 290,50 13 448

Glarus 691,20 31293

Zug 239,20 26 569

Freiburg 1 674,60 134 243

Solothurn 791,51 111 594

Bazel (Stad) 35,76 134 296

Bazel (Land) 427,47 73 184

Schaffhausen 294,22 44 183

Appenzell-Auszer-Rhoden 242,49 56 122

Appenzell-Inner-Rhoden 172,88 13 937

St. Gallen 2 019,00 266104

Grauwbunden j 7 132,80 110 297

Aargau 1 1 404,10 215 734

Thurgau 1011,60 119 332

Tessino 2 800,90 147 144

Waadt 3 252,00 310 515

Wallis ! 5 224,49 120 198

Neuchatel 807,80 134 270

Genève 282,35 154 296

Totaal 41 323,99 3584 815

zijn: Zurich, Genève, Bazel, Bern, Luzern, Freiburg, Solohurn, Schaffhausen, Herisau, St. Gallen, Neuchatel, Lausanne, Chur, La Chaux-de-Fonds, Le Locle, Vevev, Biel en Winterthur. De hoogst be¬

woonde plaatsen zijn: Chandolin (1936 m.), Oresta (1949 m.) en Juf (2 133 m.). De Duitsche Zwitsers stammen in hoofdzaak af van de Alemannen, misschien met een kleine vermenging van Bourgondiërs, de Fransche zijn Kelto-Romanen, vermengd met Bourgondiërs, en de Italiaansche Kelto-Romanen.

vermengd met Longobarden. De Romanen en Ladijnen van Grauwbunderland heeten afstammelingen te zijn van de oude Rhaetiërs. De Welsche Zwitsers onderscheiden zich in het algemeen door een slankeren lichaamsbouw, een donkerder type en een grootere levendigheid van hun Alemannische landgenooten. Over het geheel zijn de Zwitsers een krachtig en gezond ras. Het grootste deel van de bevolking spreekt Duitsch, daarop volgen Fransch en Italiaansch. Een klein deel spreekt Rhaeto-Romaansch.De Protestanten vormen (1900) 57,8% van de bevolking, de Katholieken 41,6%, de Joden slechts 0,4%. In de laag gelegen kantons van het N. en het W. heerscht het Protestantisme, in de hooger gelegen Alpenkantons het Katholicisme. Appenzell-Auszer-Rhoden en Waadt zijn bijna zuiver Protestantsch, Uri, Schyz, Unterwalden, Luzern, Zug, Tessino, Appenzell-Inner-Rhoden, Wallis en Freiburg bijna zuiver Katholiek, in 10 andere kantons hebben de Protestanten, in de 4 overige de Katholieken de overhand. De inrichting van de Hervormde kerken is in de verschillende kantons ongelijk. Het Katholiek Zwitserland is verdeeld in de diocesen: Sion, Lausanne-Genève, Bazel, Ghur,

Sluiten