Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monsters zonder waarde, 183,8 millioen couranten en 27,2 millioen pakketten verzonden. De zuivere opbrengst bedroeg 2 953 937 franks. In 1906 werd met de post een cheque- en giroinrichting verbonden, die in 1908 reeds 5301 conto's met een crediet van 12 584 720 franks telde; er werd 418,6 millioen franks gestort en 414,7 millioen franks uitbetaald. Verder zijn er een aantal particuliere banken, spaarkassen, levensverzekeringmaatschappijen enz.

Beschavingstoestand. Bij de Bondsacte van 1848 kreeg de Bond het recht een polytechnische school en een universiteit te stichten. Alleen de eerste is in 1855 te Zurich tot stand gekomen. Zij omvat een afdeeling voor land- en boschbouw, een school voor ingenieurs en voor vakleeraars in de wis- en natuurkunde, een algemeene afdeeling voor wijsbegeerte en een voor staathuishoudkunde. Voor deze inrichting van onderwijs, de eenige, die door den Bond wordt onderhouden, werd in 1908 1,4 millioen franks uitgegeven. Wel geeft hij subsidie aan een aantal andere inrichtingen; zoo werdhet ambachtsonderwijs in genoemd jaar met 1,6, het handels- met 0,7 millioen en het landbouwonderwijs met 0,3 millioen franks ondersteund. De Bondsgrondwet van 1874 heeft de bevoegdheid van den Bond in zaken van onderwijs aanmerkelijk uitgebreid. De kantons zijn verplicht te zorgen voor voldoend lager onderwijs, dat onder het toezicht van den Staat verplicht, kosteloos en neutraal is; overigens is elk kanton ten opzichte van de inrichting van zijn onderwijs vrij. Slechts in enkele kantons bestaat een algemeene regeling voor kindertuinen en bewaarscholen, in de meeste is dit een zaak van de gemeente. De meeste eenheid bestaat er bij het lager onderwijs. In 1908 genoten 522 383 leerlingen onderricht van 11 777 onderwijzers. Het lager onderwijs begint meestal met 6 of 7 jaar en duurt 6—8, in sommige kantons 9 jaar. Het is overal kosteloos; sommige kantons verstrekken ook leermiddelen en schrijfbehoeften gratis, 4 kantons alleen de leermiddelen, in de andere is de kostelooze levering daarvan aan de gemeenten overgelaten. Bij het lager onderwijs sluiten zich in 22 kantons scholen voor voortgezet onderwijs aan, in 13 kantons is dit onderwijs verplicht, in 9 facultatief; de overige 3 kantons bezitten in plaats van scholen voor algemeen voortgezet onderwijs, vakscholen. Naast deze scholen bestaan in alle kantons een ander soort inrichtingen voor meer uitgebreid onderwijs (secundaire scholen), die zich gewoonlijk bij de 6ae klasse van de gewone lagere school aansluiten. Zij omvatten 3—4 jaarlijksche cursussen en onderwijzen 2 van de in Zwitserland gesproken talen. In 1908 werden zij door 52 773 leerlingen bezocht, het aantal onderwijzers bedroeg 1961. Tot de inrichtingen voor middelbaar onderwijs beliooren: gymnasia, reaalgymnasia hoogere burgerscholen, handelsscholen, kweekscholen voor onderwijzers en onderwijzeressen en hoogere meisjesscholen. Daarnaast bestaan een aantal vakscholen, die voor verschillende betrekkingen voorbereiden. Beide groepen tezamen telden in 1908 24 712 leerlingen. Behalve het polytechnicum van het Eedgenootschap, bezit Zwitserland, nadat de vroegere academie te Neuchatel in 1909 tot een universiteit werd verheven, nog 7 kantonnale hoogescholen. De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal studeerenden in 1909:

Hoogescholen.

Studenten.

Mannelijke. Vrouwelijke.

Hospitanten.

Totaal.

Polytechnicum van het

Eedgenootschap 1328 8 1183 2519

Universiteit Zurich 1156 318 401 1875

Bern .... 1281 345 358 1984

Bazel.... 648 21 113 782

„ Genève .. 826 626 464 1916

„ Lausanne 692 272 269 1233

* „ Freiburg 605 — 120 725

Neuchatel 86 28 JS, 114

Totaal 6622 1618 , 2908 11 148

De uitgaven voor het onderwijs bedroegen, de kosten voor de gebouwen niet medegerekend, in 1908 (in millioenen franks):

Scholen.

Kantons. Gemeenten. Bond. Totaal.

Lagere scholen 16,7 32,1 2,1 50.9

Secundaire scholen 3,2 , 4,0 — 7,2

Andere scholen voor voortgezet onderwijs 4,1 2,3 2,6 9,0

Middelbare scholen 5,4 0,6 — 6,0

Hoogescholen 4,8 — 1,4 6,2

34,2 39,0 6,11 79,3

Zwitserland bezit meer dan 2 000 bibliotheken De Zwitsersche landsbibliotheek te Bern verzamelt alle letterkundige voortbrengselen uit Zwitserland. De letterkunde sluit zich in hoofdzaak bij die van Duitschland, Frankrijk en Italië aan, alleen in Graubunderland bestaat een kleine, zelfstandige, Rhaeto-Romaansche literatuur. De meeste groote steden bezitten kunstverzamelingen; buitendien wordt er jaarlijks een algemeene reizende tentoonstelling van kunst in de voornaamste steden gehouden, terwijl Bern om de twee jaar een groote tentoonstelling houdt. Het aantal vereenigingen voor zang en instrumentale muziek is groot. De meeste groote steden hebben schouwburgen, die door reizende troepen bespeeld worden. De Zwitsersche journalistiek is zeer ontwikkeld. Tot de belangrijkste dagbladen behooren: „Die Basler Nachrichten ', „Die Basler Grenzpost", „De Neue Zürcher Zeitung", „Die Zürcher Post", „Der Berner Bund", „Das Vaterland", „Le Journal de Genève" en ,,La Gazette de Lausanne". In Tessino verschijnen buitendien eenige Italiaansche, in Grauwbunderland eenige Rhaeto-Romaansche dagbladen. Het aantal periodieken bedroeg in 1907 1005, daarvan bewogen zich 380 op staatkundig gebied.

De armenzorg is in de meeste kantons een zaak van de burgerlijke gemeente, zoodat zij op verschillende plaatsen ongelijk is geregeld. Het aantal liefdadige instellingen is zeer groot. De vrijwillige armenzorg gaat van een aantal particuliere vereeni-

Sluiten