Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen uit. Dergelijke vereenigingen zijn van algemeenen en van bij zonderen aard; tot de laatste behooren die voor ondersteuning van zieken, blinden, doofstommen, zwakzinnigen, herstellenden enz., voor de oprichting van verschillende scholen, voor vrouwenarbeid, voor afschaffing van de bedelarij enz. In 1904 waren er 36 opvoedingsgestichten en toevluchtsoorden, 7 instituten voor blinden, 15 voor doofstommen en 22 voor zwakzinnigen. Verder bestaan er een groot aantal ziekenhuizen.

Bestuur, Financiën, Wapen enz. De Republiek Zwitserland is een democratische bondsstaat, die bij de grondwet van 1874 de souvereiniteit van de afzonderlijke staten door het monopoliseeren van belasting, posterijen, maten en munten, de centralisatie van het krijgswezen en organisatie van de rechtspraak belangrijk heeft beperkt. Door de inrichting van het bestuur in de afzonderlijke deelen van de republiek verwijzen wij naar de verschillende kantons. Volgens de nieuwe bondsakte bestaat er in Zwitserland vrijheid van godsdienst en eeredienst, van drukpers, vereeniging en petitie. Aan de .Jezuietenorde is het verblijf in Zwitserland ontzegd, de oprichting van nieuwe en het herstel van vroegere godsdienstige orden is verboden. Het facultatief referendum, volgens hetwelk 30 000 burgers of 8 kantons een volksstemming over nieuwe wetten kunnen verlangen en het recht van initiatief, dat aan 50 000 Zwitsersche burgers de bevoegdheid geeft een met hun namen onderteekend, uitgewerkt wetsvoorstel bij de volksvertegenwoordiging in behandeling te doen nemen en aan de uitspraak van een volksstemming te onderwerpen, vormen een overgang tot de zuivere democratie. De wetgevende macht berust bij de Bondsvergadering, die uit 2 Kamers bestaat, n. 1. de Nationale Raad, die het volk vertegenwoordigt (voor 20 000 inwoners één lid) en de Stendenraad, de vertegenwoordiger van de kantons (2 leden voor een kanton, een lid voor een halfkanton). De beide Kamers beraadslagen afzonderlijk en besluiten zonder lastgeving. Een ontwerp krijgt kracht van wet, zoodra het in elk der beide Kamers de meerderheid heeft. De uitvoerende macht berust bij den Bondsraad. Deze wordt gekozen in een gemeenschappelijke zitting der Kamers. Hij bestaat uit zeven leden, een van dezen is bondspresident en treedt na één jaar af. Door een bondswet werd Bern aangewezen tot zetel van den Bond. De Bondsvergadering kiest ook-het Bondsgerecht, dat te Lausarme gevestigd is. Het civiele wetboek van den 10den September 1907 kreeg na afloop van het referendum (21 Maart 1909) kracht van wet en trad den lsten Januari 1912 in werking.

De inkomsten bedroegen in 1908 147 391133 franks. De belangrijkste posten waren:

Opbrengst van bezittingen 4438607

Leger , 4774940

Departement van Financiën en Belastingen 70429959

Posterijen en Spoorwegen 66047633

In hetzelfde jaar waren de uitgaven 150 879 386 franks, daarvan waren de belangrijkste posten:

Afbetaling en rente van de Bonds-

schuld 6243430

Departement van Binnenlandsche

Zaken 16585763

Leger 40368234

Departement van Financiën en Belastingen 7507561

Handel, Nijverheid en Landbouw .... 11406509

Posterijen en Spoorwegen 63445849

In het begin vanl909bedroeg het actief214796813 franks, het passief 100 908 317 franks, het baar vermogen bedroeg dus 113888496 franks. Daarbij komen speciale fondsen tot een bedrag van 98 383 683

franks. Het Eedgenootschap heft slechts één directe belasting, n. 1. de

vergoeding voor den krijgsdienst, de helft van deze opbrengst komt aan de kantons. Het bezit het monopolie voor alkohol en kruit, de inkomsten vallen eveneens den kantons ten deel.

Het Zwitsersche wapen

ATPrf nnnf. ppn 7.\vp.vpnrl 7,il-

veren, gelijkarmig kruis Wapen v. Zwitserland, in een rood veld. De

bondskleuren zijn wit en rood. Het verleenen en dragen van ridderorden, ook van buitenlandsche, is bij de wet verboden.

Leger. Den 12aen April 1907 werd een nieuwe legerwet ingediend, die door het referendum van den 3den November 1907 werd aangenomen. Volgens deze wet begint de dienstplicht met het 20ste en eindigt met het 48ste levensjaar. Bij de keuring onderscheidt men personen, die voor den dienst geschikt zijn, personen die hulpdiensten kunnen verrichten en ongeschikten. De beide laatste categorieën betalen voor hun 20ste tot hun 409te jaar een militaire belasting, die in verhouding tot inkomen en vermogen tusschen 375—3000 franks afwisselt. Leden van den Bondsraad, het Bondsgerecht, geestelijken, het personeel van ziekenhuizen en strafinrichtingen, het politiecorps en het corps voor de grensbewaking zijn vrij. De eigenlijke dienst duurt van het 20ste tot het 328te jaar (bij de cavallerie tot het 30ste), die bij de landweer tot het 408te, bij den landstorm tot het 48ste jaar. Voorbereidend militair onderwijs wordt aan schooljongens en oudere jongelieden gegeven. De recrutenscliool duurt bij de infanterie en de genietroepen 65 dagen, bij de cavalerie 90, bij de artillerie en de vestingtroepen 75, bij de troepen voor den genees- of veeartsenijkundigen dienst en de verzorging van het leger en de treintroepen 60 dagen. Daarna worden er gedurende 7 of 8 jaar jaarlijks herhalingsoefeningen van 11—14 dagen gehouden, voor hoogere onderofficieren gedurende 10 jaar; ook voor de landweer worden elfdaagsche herhalingsoefeningen gehouden, terwijl de landstorm tot driedaagsche oefeningen kan worden opgeroepen. Voor onderofficieren bestaan er opleidingsscholen. Het kader wordt in instructiecorpsen gevormd. Aan het hoofd van het leger staan: de generale staf en de chefs van de afdeelingen voor infanterie, cavalerie, artillerie, genie en vestingwezen. Het land is in divisiedistrikten verdeeld, die uit de kantonnale compagnie-, bataillons- en regimentsdistrikten bestaan. De kantons oefenen

Sluiten